RECENSIE THE BIG HORNS

Zaterdag 16 juni 2018 I Windkracht 13

The Big Horns

<iframe src="https://www.facebook.com/plugins/video.php?href=https%3A%2F%2Fwww.facebook.com%2Ferik.evers.1%2Fvideos%2F1770092773110708%2F&width=500&show_text=false&height=280&appId" width="500" height="280" style="border:none;overflow:hidden" scrolling="no" frameborder="0" allowTransparency="true" allow="encrypted-media" allowFullScreen="true"></iframe>

Het Helders Jazzweekend lijdt al jaren een kwijnend bestaan. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je ‘over de hoofden’ lopen in de Koningstraat, maar in het daaropvolgende decennium liep de belangstelling steeds meer terug. Dat was vooral te wijten aan gemakzucht en verkeerde zuinigheid van de organiserende horeca, die slechts oog had voor de bierpomp. Het jazzweekend deed zijn naam steeds minder eer aan met alleen maar goedkope lokale coverbandjes. Jazzgehalte: 0,0. Heel cynisch paste men de naam hierop aan: ‘het Helders Jazz en muziekweekend’. Een gotspe natuurlijk, het zegt veel over de intenties van de kroegbazen.

Samen met jazzgenootschap Nieuw & Diep probeert Windkracht 13 al een aantal jaren de vlag van het jazzweekend hoog te houden met het programmeren van professionele bands van niveau. In 2002 startte men met Advanced Warning, het roemruchte powertrio van tenorsaxofonist Rinus Groeneveld, Hammond organist Herbert Noord en drummer Pierre van der Linden. De afgelopen jaren stal de Amsterdamse funkband The Jig hier de show en vermaakte het massaal toegestroomde publiek met volvette en messcherp gespeelde funk. Alles op de één, en WK13 werd in een klap omgebouwd tot Funkenstein. Afgelopen zaterdag werd er echter uit een heel ander vaatje getapt bij het spetterende optreden van The Big Horns uit Rotterdam en omgeving. Nu lag de nadruk op de derde tel: Skatologica heerste de gehele avond.

The Big Horns is een samenwerkingsverband van RSJF (Rotterdam Ska Jazz Foundation) en BOSCO (Bogers Swing College). Het bleek een gouden greep te zijn: speel jazz Standards en bigband repertoire uit de jaren veertig, vijftig en zestig in lekkere ska arrangementen en hoppa, de voetjes gaan van de vloer!                                                                                                                                                                        De band bestaat uit een ritmesectie van drums, bas, gitaar een toetsen en een flinke zeskoppige blazers eenheid. Ska is de Jamaicaanse voorloper van de reggae en ontstond uit de Rocksteady en kwam tot bloei in de legendarische Studio One van producer Clement Dodd op het rum eiland. De stijl werd groot gemaakt door bands als The Skatalites en organist Jackie Mittoo. In feite werden Jamaicaanse ritmes gemengd met funky New Orleans blazerspartijen.                                                                            Ska is gewoon snelle en dansbare reggae, ideaal voor een avondje uit. Daar lustten Britse bleekscheten en hun zwarte vriendjes wel pap van aan het eind van de jaren zeventig: The Specials, Madness en The Selecter van het populaire 2 Tone Label scoorden hit na hit.

De blazers van The Big Horns speelden niet alleen heerlijk strak en romig, maar hadden zich ook gehuld in ‘baggy trousers’ en hun outfit werd passend afgemaakt met een zonnebril. Slechts het bijpassende dansje ontbrak eraan. Aan het showelement mag echter nog wel wat geschaafd worden, om toch maar een kritische noot te kraken. Zo deed gitarist Jeroen van Tongeren wel zijn best om flitsende aankondigingen te doen, maar dat moet nog wel wat beter en duidelijker worden. Ook de olijk bedoelde synchrone bewegingen van de blazers kwamen niet helemaal uit de verf. Maar gelukkig maalde het enthousiaste publiek hier helemaal niet om, want de muziek deed zijn werk. Dezelfde gitarist Jeroen speelde een paar fijne vette solo’s en het daaropvolgende chorus met robuust blaasgeweld ging erin als koek. Ja, waar hoor je dat nog tegenwoordig, zo’n uitgebreide band met echte instrumenten? Hidde Wijga – ‘de vrolijkste toetsenist van Nederland’ – kreeg alle ruimte om zijn smaakvolle spel te etaleren met prima solo’s en heerlijk ritmisch geplaatste accenten op orgel en piano. Drummer Dimitri Jeltsema bespeelde zijn kleine kit met een nog kleinere basdrum zo strak als een deur en met veel power en vormde met de uitstekende bassist Merijn van Wijdeveen het krachtige motortje in de machinekamer van The Big Horns. En deze laatsten speelden niet alleen lekkere chorussen, maar stonden stuk voor stuk voor prima solo’s. 1e trompettist Daan Bogers leidde ‘het bal’ met krachtige en virtuoze erupties, waarna de rest niet kon achterblijven. Het publiek vond het prachtig en anticipeerde met terecht applaus. Helaas bleken de tenor- en bariton sax niet goed door de geluidsmix te komen door een technisch mankementje van hun contactmicrofoons. Het mocht de pret echter niet drukken en later bleek het euvel verholpen. De kenners hoorden onder anderen Milestones (Miles Davis), The Sidewinder (Lee Morgan) en Minnie The Moocher (Cab Calloway) voorbijkomen, de laatste met een mooi afgestopte trompet. Ook het overbekende St. James Infirmary kreeg een fraaie uitvoering in een langzame reggae Groove.

The Big Horns hebben nog wat te weinig repertoire om een hele avond te vullen, maar DJ Erik van Houwelingen voelde de sfeer gelukkig goed aan en vulde de pauzes uitstekend en naadloos in met de juiste muziek.
Er was jazz in WK13, en ska, en er werd volop gedanst en geswingd. Het was goed. Het was jazzweekend in Den Helder…………

Tekst Gerard Hoekmeijer    

 

THE BIG HORNS ARE COMING

Zaterdag 16 juni 2018 I Windkracht 13

The Big Horns Are Coming? Krijgen we een stampede van buffalo’s? Nee hoor, wees gerust, het betreft het optreden van The Rotterdam Ska Jazz Foundation samen met de blazers (the big horns) van het Bogers Swing Collective (Bosco) in Windkracht 13 tijdens het Helderse Jazzweekend op zaterdag 16 juni a.s.

Na jaren van ‘020’ dominantie door de Mokumse funkateers van The Jig tijdens het Helderse Jazzweekend, is het nu de beurt aan ‘010’, Rotjeknor! En deze heren zijn niet minder funky dan hun Amsterdamse collega’s en mengen bovendien een stevige scheut ska in hun muzikale brouwsel.

The Big Horns is een 10-koppig gezelschap, dat overal de spreekwoordelijke pannen van het dak speelt. Het machtige geluid van 6 blazers en de opzwepende groove van de ritmesectie krijgen elk gezelschap aan het swingen. Bij ska denken we natuurlijk aan de legendarische en heerlijke uptempo pré-reggae uit Studio One, Kingston Jamaica, jaren zestig en zeventig. The Skatalites en zo. De muziek, die eind jaren zeventig zo lekker werd opgepikt door het Britse Two Tone-label met bands als de Specials en Madness. De kenners weten dan reeds genoeg.

The Big Horns speelden op alle grote festivals in Europa, maar ook lieten zij Oerol en Metropolis swingen. Als je als no nonsens Rotterdammers (géén woorden maar dansen!) in de über hippe Knitting Factory in New York de voetjes van de vloer krijgt, dan ben je dus niet van gisteren.

The Big Horns spelen op zaterdag 16 juni a.s. in Windkracht 13 vanaf een uur of tien
’s avonds en is een cadeautje voor alle Helderse muziekliefhebbers van Jazzgenootschap Nieuw & Diep en Windkracht 13 samen. De entree is gratis.

Zaterdag 16 juni 2018; Windkracht 13; aanvang: 22:00 uur; zaal open 21:00 uur

RECENSIE TEUS NOBEL LIBERTY GROUP

Zondag 29 april 2018 I Windkracht 13

Buiten was het perfect op de Lenteboktocht afgestemd, druilerig regenweer, maar binnen in Windkracht 13 verscheen op zondag 29 april de zon stralend aan het firmament, eh….nou ja….het systeemplafond…… Zo’n weerkundig onverklaarbaar fenomeen doet zich maar een enkele keer in een mensenleven voor, dus de kleine veertig aanwezigen konden zich met recht ‘the lucky few’ voelen. De oorzaak van dit alles lag bij de jonge trompettist Teus Nobel, die samen met zijn Liberty Group een magistraal optreden gaf, dat uw recensent nog lang zal heugen.

Al bij het tweede nummer sloegen de heren ongenadig toe: een onmogelijke, ongemakkelijke en tegendraadse ‘telganger’ riff van bas en drums, waarop de jonge – nog lekker blozende – pianist Alexander van Popta een waterval van fraaie arpeggio’s liet neerdalen, waarop de bandleider subtiel zijn solo kon opbouwen.

Deze ritmesectie, met de Belgische drummer Tuur Moens en Jeroen Vierdag, afwisselend op contrabas en basgitaar, bleek een ware revelatie te zijn. Moens speelt met ogenschijnlijk groot gemak en met een ongekende dynamiek de meest waanzinnige polyritmische partijen en zijn partner in crime, Vierdag volgt hem probleemloos.

Ook hij beheerst zijn instrument als een verlengstuk van zijn lichaam en speelt bovendien fraaie solo’s, waarbij hij zijn contrabas fluisterend laat zoemen, maar af en toe ook ongenadig laat knallen. Hij is natuurlijk wel wat gewend door zijn jarenlange samenwerking met Martijn Vink in The Ploctones, maar in deze Liberty Group lijkt hij zijn plek echt gevonden te hebben.

‘Dit bandje moet ik bij elkaar zien te houden‘, liet Nobel zich tegenover het publiek ontvallen. Dat is hem geraden ook, zo iets moois moet je koesteren. Niet alleen de ritmesectie, maar ook pianist van Popta gaf een visitekaartje af om U tegen te zeggen. Alles klopte aan zijn spel. Speels, licht, gedoseerd, verfijnd. Hij kreeg gelukkig ook alle ruimte om zijn beeldende verhalen te vertellen. Beginnend met kleine eenvoudige melodische miniatuurtjes, construeerde hij met impressionistische vegen van zijn rechterhand op het klavier spannende ontwikkelingen, steeds toewerkend naar filmische apotheosen, die na talloze verrassende cliffhangers werden bereikt. Adembenemend!

In de tweede set werd het allemaal nog mooier. Het openingsnummer was een ‘wereldpremière voor Den Helder’ en dat kan de stad wel gebruiken, nu we opgezadeld zijn met lokale politici, die het gemeentebestuur tot een lachwekkende farce degraderen. En wat voor een nummer! Een geweldig dwingende puls van de ritmetandem dwingt de andere heren tot het uiterste van hun kunnen. Chapeau!
De hoogtepunten volgden elkaar op en hielden het publiek op ‘het puntje van de stoel’.

Teus Nobel excelleerde in een prachtig intro, waarbij hij à la Eric Vloeimans mooie omfloerste lange noten met ‘valse lucht’ aanblies in een – naar zich liet aanzien – sfeervolle ballad. Maar de atypische drumsolo, die hierop volgde transformeerde geleidelijk in een onstuitbare hectische riff van bas en drums, waarop eerst van Popta en daarna Nobel schitterend soleerden. In dit stuk – alles van eigen hand – voelde je de band loskomen, opstijgen van planeet aarde (‘groundcontrol to major Tom!’), en het publiek ging mee.
Teus Nobel beschikt over een uitstekende beheersing zowel op trompet als flügelhorn. Zijn frasering en zijn timing zijn perfect en hij behoud in alle registers een fraaie toon. Moeiteloos schakelt hij van lage naar hoge versnellingen en steekt zo zijn leermeester, Jarmo Hoogendijk naar de kroon. Maar buiten zijn excellente spel mag ook zijn podiumuitstraling er zijn. Hij maakt met zijn ongedwongen presentatie makkelijk contact met het publiek en geniet zichtbaar mee van de verrichtingen van zijn band.

Ook in de ballads excelleert de band. Zo is er een fraaie ode aan Shuggie Otis met een bewerking van diens cult hit uit de seventies, Strawberry Letter 23, die uw recensent overigens nauwelijks meer herkende. Het afsluitende stuk dampt tenslotte aan alle kante over van intensiteit en klasse en zo krijgt de band het Helderse publiek aan zijn voeten met een staande ovatie. Ook de toegift was weer een hoogtepunt.
Een eenvoudig, zeventonig thema op de piano ingezet, na een paar maten strak gevolgd door de basgitaar, dat door deze Liberty Group bijna wellustig tot een zinderend einde wordt gebracht.

Teus Nobels Liberty Group is nu al een uitstekende band, die zich – zeker als ze langer bijeen blijven – kan meten met elke buitenlandse topact!

Recensie Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans

TEUS NOBEL LIBERTY GROUP

Zondag 29 april I Windkracht 13.

Trompettist Teus Nobel (1982) behoort tot een lichting musici, die jazzmuziek urgent laat blijven in een tijd waarin ‘echte, op het moment’ gespeelde muziek steeds zeldzamer dreigt te gaan worden. Hij studeerde met succes af bij het Conservatorium van Rotterdam als leerling van Jarmo Hoogendijk, de grootste musicus, die Den Helder ooit heeft voortgebracht.
Met de Rotterdam Ska Jazz Foundation, het Kyteman Orchestra, Caro Emerald en Wicked Jazzsounds toerde hij door heel Europa en ontwikkelde zijn skills als podiumartiest. Hij maakte zoveel indruk dat de befaamde Amerikaanse zanger en pianist Frank McComb, bekend van Branford Marsalis en Buckshot LeFongue(Another Day) hem inlijfde voor een toer en een studio-opname.

Nobel heeft al flink wat albums gemaakt met eigen werk met muziek die zich beweegt tussen heerlijk swingende hardbob en ‘dirty electronic jazz’ met invloeden van Flying Lotus tot Miles Davis’ Bitches Brew. Zijn Helderse leermeester Jarmo eerde hij met een prachtige compositie. Teus Nobel is een unieke trompettist, die moeiteloos overschakelt van powerplay tot fluisterzachte lyriek; zeg maar van Freddy Hubbard tot Chet Baker. Hij speelt afwisselend trompet en flügelhorn.

Zijn Liberty Group bestaat uit de zeer talentvolle jonge pianist Alexander van Popta, ook bekend als begeleider van zangeressen Pink Oculus en Ntjam Rosie. Bassist Jeroen Vierdag is in Den Helder vooral bekend en hogelijk gewaardeerd door zijn samenwerking met Anton Goudsmit in de Ploctones en in het trio van Jerome Hol.
De Belgische drummer Tuur Moens wordt niet alleen bij onze zuiderburen, maar ook in ons land beschouwd als een van de grootste talenten.

Zondag 29 april 2018; Windkracht 13; aanvang: 15:00 uur; zaal open: 14:00 uur; entree: € 15; <23jr: € 10; in de voorverkoop zijn de kaarten € 2,50 goedkoper.
RESERVEER KAARTEN

RECENSIE ARTVARK & NTJAM ROSIE

Zondag 25 maart 2018  I Windkracht 13 I ca. 60 bezoekers

Het was een mooie lentezondag met zon en er was veel volk op de been, want er was ook van alles te doen in Den Helder. Toch bleef het nog wat fris voor de tijd van het jaar. Maar in Windkracht 13 kwamen bijna zestig belangstellenden bijeen om zich te laven aan de warmte, die muziek kan brengen. En dat bleek na afloop een heel goede keus te zijn geweest, want het saxofoonkwartet Artvark en zangeres Ntjam Rosie brachten Windkracht 13 in een warme gloed en een bijna euforische roes.

Een bijzondere formatie in de jazz, zo’n saxofoonkwartet. Ja, we kennen het fenomeen uit de klassieke muziek, met strijkers en blazers. Maar in de jazz……zonder drums of piano? Is er dan nog wel iets van groove? Gaat het nog wel swingen? Ja hoor, zo bleek al gauw: al die elementen kunnen ook opgeroepen worden met behulp van een bariton-, een tenor- en twee altsaxofoons. Peter Broekhuizen leidde de groove met knorrende, maar dwingende riffs, de tenor van Mete Erker bracht syncopische accenten, terwijl de twee alten van Bart Wirtz en Rolf Delfos afwisselend en gezamenlijk de melodische thema’s verzorgden.

 

 

 

 

 

 

 

 

De heren speelden akoestisch, zonder enige versterking en hun samenspel klonk onweerstaanbaar mooi. Prachtig, die harmonische samensmelting van de rieten. Bij zachte passages hoorde je soms ook het ritselen en rafelen als van een frisse bries door de kragen van de waterkant.

Het sterke van Artvark is dat ze heel afwisselend hun partijen wisselen: soms spelen de twee alten hun partij unisono en even later hoor je de tenor en een alt samenspannen. Daarbij wisselen ze ook voortdurend van plaats op het podium, hetgeen voorkomt dat het een statisch optreden wordt. Dat is ook het grote voordeel van hun aanpak zonder bladmuziek, ze spelen alles ‘uit het bolletje’. Erg knap is het dan ook, dat er helemaal niet zichtbaar wordt afgeteld of de maat wordt gewezen en het samenspel desondanks messcherp blijft. Meestal begint een van de heren met de opbouw van een stuk, zoals bij de ‘John Lee Hooker shuffle met Arabische kwartnoten’. Peter Broekhuizen begint met de basale blues riff in het laag, waarbij hij ook heel knap met veel boventonen hijgerige contrasten speelt en waarover Erker en Wirtz ritmische akkoorden spelen, waarop Delfos met op zijn mondstuk, waarvan de hoorn is losgekoppeld de typische oosterse glijdende kwartnoten speelt, door zijn wijsvinger er in heen en weer te halen. Ja hoor, hier werd gevingerd! Zo’n effect als bij een trekfluit. Toen hij zijn hoorn weer had aangekoppeld maakte hij zijn solo af op Traneske wijze. Want naast het fantastische samenspel lieten de heren een voor een zien, wat voor klasbakken het zijn, ook individueel.

Zo speelde Bart Wirtz geweldige solo’s, waarbij hij zijn alt liet afdalen in de verste uithoeken en spelonken van het geluidspectrum, van schrille ‘wanhoopskreten’ tot fluweelzachte ‘koesteringen’. Heel fraai. Artvark speelt ook met stemmingen; de harmonische, soms pastorale weldadigheid wordt soms bruusk doorbroken of afgerond met schrille ‘mol tien’ akkoorden en solo’s die even lekker wrang piepen en knorren. Dat er ook zonder te blazen muziek zit in saxofoons hadden we niet kunnen bevroeden, maar Artvark liet zien en horen dat dat wel degelijk mogelijk is in het korte stuk Breath In Breath Out. Curieus en grappig.

Na de pauze kwam zangeres Ntjam Rosie op het podium en al gauw bleek dat zij haar prachtige fysieke uitstraling niet nodig had om indruk te maken, want zij voegde met haar mooie stem een extra dimensie toe aan het instrumentale kwartet. Zij zong afwisselend in het Engels, Frans en Bulu. De laatste is de taal waarmee ze opgegroeid is in haar geboorteland Kameroen. Maar vooral het gebruik van haar stem als vijfde instrument was een fantastische aanvulling en meerwaarde en leverde voor uw recensent een aantal echte kippenvelmomenten op.

Het concert evalueerde in deze prachtige lange tweede set naar magische hoogten. We proefden, roken en zagen Afrika en haar felle kleuren in een eigen lied van Ntjam, waarin Artvark met tamboerijn begeleiding van de zangeres de heupen losgooide in een heerlijk repeterende groove.

Ntjam Rosie vertelde onder fraaie begeleiding van haar Artvark-mannen haar levensverhaal als economisch vluchteling: van Kameroen naar Maastricht en Rotterdam, wat haar een ‘zachte G’ en een ‘harde T’ opleverde, als inleiding voor een eigen lied over de vluchtelingenproblematiek. Artvark ging ook nog even op de olijke toer met behulp van tuinslangen, maar dat deed niets af aan de intensiteit, de warmte en de kracht van de muziek.

Een van de hoogtepunten van het concert – en dat waren er vele – vond ik de lange solo, die Mete Erker als intro speelde, waarbij hij met behulp van boventonen zijn tenor metalig vervormd liet loeien. Hierbij speelde hij een notenreeks in het middenregister, terwijl hij zichzelf tegelijkertijd begeleide met lage stoten uit de onderbuik van zijn instrument.

Na het laatste funky swingende stuk dwong het enthousiaste publiek met een staande ovatie een welverdiende toegift af, die de musici dankbaar aanvaarden. Dit concert was niet alleen een ontdekkingsreis, maar ook een hoogmis……..

Tekst Gerard Hoekmeijer – Foto’s Fred Geldermans