RECENSIE KRUIDKOEK

Zondag 24 december 2017; Windkracht 13; ca 50 bezoekers

Een ‘kruidige kerst met Kruidkoek’ had stichting Nieuw & Diep ons beloofd, en – om met de deur in huis te vallen – het was zeker kruidig, het optreden van het bandje Kruidkoek uit Amsterdam en omstreken. Jonge gasten nog, met alle leuke kanten die daar bij horen. Want vanaf het begin brachten zij het publiek in Windkracht 13 in de juiste sfeer, wat dat ook moge zijn.

De middag begon natuurlijk al goed toen bekend werd gemaakt dat Nieuw & Diep weer twee jaar vooruit kan als jazzpodium door de toekenning van een subsidie van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.

De voorzitter van de club sprak in zijn aankondiging van de band de hoop uit weer even verlost te zijn van ‘slappe kerstliedjes’, maar werd door drummer en bandspreekstalmeester Bram Knol direct van zijn illusie verlost met de mededeling dat ‘we speciaal voor vandaag wat kerstliedjes hebben ingestudeerd’. Dat bleek echter alleszins mee te vallen. De heren waren overigens wel passend gekleed in truien met rendieren en aanverwanten.

 

Els Ellen van Windkracht 13 had de sfeer trouwens goed ingeschat en overal schaaltjes met kruidkoek neergezet, die gretig aftrek vonden bij de bezoekers, hoewel ik wel een klacht hoorde over het ontbreken van de roomboter. Maar ja, zoiets kun je altijd wel verwachten in ons Hollandse laagland……..
De smaken kunnen verschillen over kruidkoek, maar over de verrichtingen van deze band waren vrijwel alle verzamelde liefhebbers het eens: die waren top! Het is heerlijk om zo’n stel jonge gasten ogenschijnlijk ongedwongen te zien musiceren. Lekker los en vrij, zo straalden ze het uit….maar ondertussen werd er wel degelijk loei strak gespeeld in toch vooral ook ritmisch behoorlijk gecompliceerde liedjes. Want dat is het meest opvallende kenmerk van Kruidkoek: het continu wisselen van maatsoort en tempo.

Daardoor ook speelde de uitstekende drummer Bram Knol een hoofdrol, als dirigent, die zijn bandleden steeds uitdaagde hem te volgen. En dat deden ze met flair en het leek wel of ze onder elkaar steeds een feestje vierden als het ook weer was gelukt: ‘…ha, ha, we zijn nog steeds bij de les, ons krijg je niet gek…..’zoiets.

 

Ondertussen konden we genieten van lange messcherp unisono gespeelde notenlijnen van gitarist Tijmen Kooiker en altsaxofonist Nick Feenstra. Imponerend uitgevoerd en bovendien fraai klinkend. Ondertussen speelde bassist Reindert Kragt een perfecte verbindingspartij tussen de drums en de anderen, heel melodieus ook, soms contrapuntisch, maar soms ook fraai tweestemmig met de altsax.
Zo is Kruidkoek niet alleen ritmisch spannend maar ook harmonisch gelaagd.

De ‘liedjes’ zoals Bram Knol ze steevast aankondigde waren vaak vrij kort, of ze leken zo vanwege de vele verrassende wendingen. Heel fraai was het lied “Twee Cowboys”, waarin de ontmoeting van twee ‘desperado’s in the dessert’ werd geschetst. De paarden liepen in een rustige galop totdat de twee elkaar plotseling in het oog kregen toen zij de kale en hete zandvlakte hadden bereikt…..het tempo plots vertraagde en met Morricoonse vegen de spanning werd ingebracht en tot grote hoogten werd opgevoerd. Filmisch, maar sommigen hoorden ook flarden Pink Floyd. Anderen hoorden zelfs symfonische rock a la Marillion….Deze referenties werden waarschijnlijk opgeroepen door het ruime gebruik van galm en echo effecten.

Kruidkoek speelt jazzrock, maar ondanks alle mogelijke referenties, klinkt de muziek anno 2017 tintelfris. Ook solistisch maakten de heren indruk, vooral saxofonist Feenstra liet zijn sax soms vervaarlijk langs het zwerk en de afgrond zwenken. Gitarist Kooiker is veruit de coolste gitarist van dit moment en bespeelt zijn lichtblauwe Telecaster met een jaloersmakend gemak.

Het werd toch nog een beetje kerstmis, bij de solo van bassist Kragt, toen zijn kompanen Knol en Feenstra hem begeleidden met de tamboerijn. Tingelingeling…..de arrenslee kwam toch nog even voorbij…….
De band speelde louter eigen composities, waarvan er flink wat van de hand van bassist Reindert Kragt. Zijn compositie “Vacuümcleaner” werd door de band passend vertaald als “Kruimeldief” en dat leverde een van de hoogtepunten op. Tja, die titels van Kruidkoek: “Pardon Mevrouw, Uw Snor Staat In Brand”, “De Vliegende Zweep”, “Luchtig Beslag”. Het is soms een beetje melig, studentikoos, HAVO humor, maar ach, we zijn allemaal jong geweest en in het geval van Kruidkoek mag het allemaal. Een heerlijke band deze Kruidkoek.

Uw recensent kan zo weer heel wat weeïge kerstdeunen aan…….en met een opgefrist gemoed de jaarwisseling ingaan

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Gelderman

RECENSIE BRUUT!

Zondag 19 november 2017; Windkracht 13; 100 bezoekers

Het was een feestje in Windkracht 13, afgelopen zondagmiddag. De geprogrammeerde band Bruut! alleen al is daar goed voor, maar op deze druilerige novembermiddag viel er nog meer te vieren: de symbolische overhandiging van het 1e exemplaar van het Jubileumboek van Nieuw & Diep aan de 1e sponsor, Jan Dozy.  

Windkracht 13 was lekker vol en iedereen leek er zin in te hebben. Bruut! nog wel het meest, want zij betraden al om half drie enthousiast en in vol ornaat – strak in het pak! – het ‘WK podium’. Communicatiefoutje van hun boekingsbureau Dox……Bruut! is al een paar jaar een van de populairste jazzacts van ons land, vooral dankzij hun frisse en ongedwongen aanpak van deze muziek, maar ook omdat de band met enige regelmaat bij DWDD in de spotlights staat. Het was ook alweer de derde keer dat de heren in WK 13 voor het voetlicht traden.

Deze middag begonnen ze echter toch wat stroef, wat zeker in de hand werd gewerkt door het wat tamme, nieuwe materiaal waarmee ze de eerste set openden. Gelukkig begon het in de loop van deze set steeds meer te grooven en groeiden ze langzaam naar hun gebruikelijke niveau. In de pers werd gesteld dat Bruut! als een van de weinige eigentijdse jazzformaties ‘…de jazz – oude meuk toch! – geschikt maakt voor de iPhone generatie…’ Hoe ze dat doen, hoor je eigenlijk meteen: gebruik elementen – vooral ritmische – uit pop en rock en ga daaroverheen gewoon lekker hard boppen. Maak de nummers ook niet te lang zou een ander bruut credo kunnen zijn. En ja, het werkt, de muziek blijkt toegankelijk te zijn voor een bredere doelgroep, dan die voor jazz gebruikelijk is.

Saxofonist Maarten Hogenhuis blijkt, naast zijn grote kwaliteiten als musicus, ook een entertainer in spé te zijn, die weet hoe hij zijn publiek kan bespelen. Hij is ook eigenlijk de ‘grote man’ van het gezelschap, die de meeste thema’s en solo’s speelt. Al eerder zag ik hem als de nieuwe ‘Piet Noordijk’, een meesterlijk improvisator op de altsax. Nu speelt hij ook tenor en op beiden excelleert hij. Hij beheerst op beide instrumenten alle registers in bereik, maar vooral in sfeer: hij kan romig en fluwelig spelen, maar ook vuig en gemeen, maar steeds is zijn toon krachtig en fraai. Een mooi voorbeeld daarvan was er op het eind van de 2e set: een lange solo-intro op de altsax, dat een subtiele en dynamisch knappe opbouw kende waarin hij vrijwel het gehele geluidspalet van het instrument benutte, van mierzoet tot bruut…..een virtuoze glijbaan vol steeds sneller gespeelde toonreeksen, uitmondend in een werkelijk smerige freejazz climax, waarop de band wellustig losbarstte in een heftige en dampende groove. Ja, zo lusten we er wel pap van! Midden in deze solo, die geïnspireerd was door een van zijn saxofoon helden, Eddie Harris, weigerde een van zijn kleppen…’rot ding!’, riep hij luid, tot hilariteit van het publiek, dat hij zo nog meer voor zich innam. Ik sluit trouwens niet uit dat dit een ‘act’ was.                                          Een van de bezoekers vertelde me dat hij de muziek op enig moment  ‘..wel wat vond weg hebben van de soundtrack van een Tarantino film..’ Nou je het zegt: soms zag ik ook beelden van heftige achtervolgingsscènes uit Hawaï 5 ‘O’. Maar ook waande ik me zelfs – bij een lange orgelsolo van Folkert Oosterbeek – in een Duitse pornofilm uit de zeventiger jaren; het zal ongetwijfeld Freudiaans te duiden zijn. En ik verwachtte elk moment Franse zuchtmeisjes te zien en te horen bij een eenvoudig orgelintro, waarbij de akkoordjes op de tel met de linkerhand, mooi door een fraai met de rechter geslagen ‘gitaar’ accent werden geaccentueerd. De hijgerig ingevallen altsax was natuurlijk niemand minder dan een gereïncarneerde Serge Gainsbourgh, die ketting rokend….met Jane tussen de lakens……….nou ja……

Bruut! is gewoon een heel lekker bandje met de verder uitstekend spelende bassist Thomas Rolff en slagwerker Felix Schlarmann, die beiden bescheiden soloruimten kregen toebedeeld, die ze prima invulden.

 

 

Organist Oosterbeek is  een beetje een buitenbeentje in de jazz organ scene. Hij is pas laat in aanraking gekomen met de grote helden van deze branche en dat is te horen: hij heeft een volkomen eigen stijl en ook geluid. Bij hem hoor je vaak ‘lullige Farfisa of Philicordia geluidjes’ uit zijn Hammond XK3 komen, hetgeen hem door hammondpuristen vast niet in dank afgenomen wordt. Hij lijkt af en toe wel een beetje op een stripfiguur, zoals hij onverstoorbaar zijn klavieren bespeelt. Zijn spel is er niet om te imponeren, maar is eigenlijk heel relativerend van karakter: let niet te veel op mij, lijkt hij te willen zeggen, maar wel weer met een knipoog……
Met hun hitje Surf kwam een fijne jazzmiddag tot een heet einde. Het enthousiaste publiek – er waren zelfs mensen uit Apeldoorn! – wilde de heren echter niet zo maar laten gaan…..
Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Gelderman

 

RECENSIE JEROME HOL TRIO 

Zondag 22 oktober 2017; Windkracht 13; ca 70 bezoekers

Op een druilerige herfstzondag in oktober kan een mens wel een lekker stukje muziek gebruiken om wat op te vrolijken. Daarvoor had jazzgenootschap Nieuw & Diep het Jerome Hol Trio uitgenodigd. Een voltreffer! Want vanaf de eerste maten hadden gitarist Jerome Hol en zijn kompanen het bijna zeventigkoppige publiek ‘bij de kladden’. Fijne grooves, goede songs, uitgevoerd op hoog muzikaal niveau.

We hadden Jerome Hol, wiens voorkomen mij deed denken aan Jeroentje uit de stripserie Jan, Jans & De Kinderen, al in 2011 ‘gespot’ als revelatie, toen hij in de formatie Cry Baby! grote indruk maakte in Windkracht 13. Het is heerlijk om naar hem te luisteren: hij heeft een vloeiende melodieuze stijl, bij vlagen virtuoos snel, maar soms ook mooi gedoseerd met lange noten, die de vrije ruimte krijgen. Zijn gitaargeluid is puur elektrisch, licht vervormd, maar ook warm en je hoort heel duidelijk zijn inspiratiebronnen voorbij komen: Robben Ford, Jeff Beck en vooral Jimi Hendrix zijn altijd wel in de buurt. Maar dat stoort niet, integendeel, het geeft ook herkenning en het past hem als een strakke handschoen. Hij gebruikt zijn gitaareffecten heel beheerst en smaakvol, net zoals de tremoloarm van zijn Stratocaster en het is toch best lekker om het weer eens  een ‘kwaakpedaal’ (vrij naar Jan Akkerman) te horen. Zijn composities zijn eigenlijk best toegankelijk en liggen heel dicht bij de rockmuziek; soms opgebouwd rond een eenvoudige riff en soms gevormd uit een mooie akkoordenreeks.

Zijn trio bestond deze middag uit drummer Cyril Directie en bassist Jeroen Vierdag. Nota bene invallers voor deze gig, want vaste krachten Boudewijn Lucas en Eric Koger bleken op tournee in Italië. Ongelofelijk eigenlijk, hoe deze twee dat invulden: super strak en zonder enige hapering.

 

Directie, was hier eerder met Candy en Hans Dulfer en is natuurlijk een uitstekende drummer, maar pas nu in deze kleine bezetting komen zijn formidabele kwaliteiten pas goed tot uiting. Fenomenaal in dynamisch opzicht, van vederlicht cimbaal getingel tot knalharde intercepties op de trommels van zijn mooie – zelfgebouwde! –  maar qua omvang bescheiden kit. Al in het tweede nummer gaf hij een adembenemende solo in een ostinato van gitaar en bas! Heerlijke rimshots en riddims in het reggaestuk erna.

Het is ook leuk om hem bezig te zien als hij met een uitdagende grijns om zich heen kijkt tijdens zijn spel en regelmatig zijn collega’s en het publiek met vrolijke kreten aanvuurt.

Jeroen Vierdag kennen we hier vooral als lid van The Ploctones met Martijn Vink en Anton Goudsmit. In dit trio speelde hij alleen op zijn twee meegebrachte Fender basgitaren. Die knorden bij vlagen onbedaarlijk of knalden bij het slappen. Als vanzelf smeedde hij met Directie in het ritmische vuur strakke grooves. Zijn solo’s waren van uitzonderlijk niveau: nooit eerder zongen Fender bassen zo mooi.

In Trip, van hun laatste album Sneak Peek kende de eerste set een fraai relatief rustpunt. Jerome Hol schilderde mooie verfstreken op het doek in dit beeldend sferische stuk, waarin bij vlagen zelfs Pink Floyd (David Gilmour) door het ijle firmament weerklonk. Mooi! Daarvoor liet hij in een lekkere – riff gedreven – rocksong horen ook als zanger behoorlijk uit de voeten te kunnen.

In de laatste twee nummers voor de pauze werd het gaspedaal stevig ingetrapt voor een potje geraffineerde jazzrock waar de vonken vanaf vlogen. Hier was het samenspel van het trio weergaloos.

Na de pauze werd het hoge niveau voortgezet, zoals bij een geweldige uitvoering van Billy Cobhams Stratus, waarbij de drie heren zich ook solistisch op hun best betoonden. Leuk was de ontspannen reggaejam, waarin Bob Marley eer werd betoond, met het thema van I Shot The Sheriff.

 

Er was een stuk met een langzame en ingehouden opbouw, dat tergend langzaam naar een climax toe werkte, naar een orgasme dat toch een keer moest komen, bijna hypnotisch met een meanderende puls van bas en drums, dat uiteindelijk in een krachtige apotheose, de verlossing bracht.

Het publiek vond het allemaal prachtig en liet de band pas na een – door een ovationeel applaus afgedwongen – toegift  gaan. Het was wederom een muzikaal feest in Windkracht 13. Het Jerome Hol Trio is een topper!  Zegt het voort.
Tekst Gerard Hoekmeijer

RECENSIE THE PREACHER MEN

Zaterdag 9 september 2017; Windkracht 13

Het hammondorgel van het type B3 is wellicht het enige muziekinstrument, dat alleen al door zijn geluid liefhebbers kent, ongeacht welke stijl van muziek er op voortgebracht wordt. Zij spreken altijd met enige devotie over dit ontwerp van Laurence Hammond uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

Zaterdagavond waren er ruim zestig van hen uit vele uithoeken van ons lage land bijeengekomen om zich over te geven aan zijn pracht. Ik sprak mensen uit Zwanenburg, Heemstede, Hoorn en Amsterdam, volgelingen van The Preacher Men, die geen dienst overslaan.

En….daar stond hij dan op het ‘podium’ van Windkracht 13, dat ‘450 pounds beast of joy’, geflankeerd door twee imposante Leslieboxen. Het is ook een pracht meubelstuk, geschapen uit fraai mahoniehout, met vier klassiek gedraaide poten.

 

De opening was mooi, met drummer Chris Strik, die solo een tribaal drumpatroon inzette, waarna organist van dienst Rob Mostert een ijl akkoord liet aanzwellen, waarna Efraïm Trujillo op zijn tenorsax het thema blies – het sein om over te gaan in een springerige R&B groove. Heel fijn hoor, maar het tempo werd in het 2e stuk, het passend getitelde Speeddate, van de hand van Trujillo, nog even lekker opgevoerd. Dat is natuurlijk fijn soleren op zo’n postbop thema. Mostert liet het publiek kennismaken met alle uithoeken en krochten van zijn instrument, van grommen naar gieren en liet zien en horen bij de absolute top van de orgelleague te horen. Zijn (blote) voetenwerk op de baspedalen is fenomenaal, zijn linkerhand speels en op rechts is hij een ware virtuoso. Eén van de aanwezige deskundige liefhebbers vertelde mij, dat zo spelen alleen mogelijk is als je beschikt over een derde hersenhelft! Ik nam dit onmiddellijk van hem aan, want anders zou het toch niet mogelijk kunnen zijn. Mostert houdt ook van de lekker ranzige geluiden, die de B3 kan voortbrengen en het aanslaan van gemene akkoordjes, zodat zijn spel nooit te wollig wordt. En o o, wat klinkt die harmonische vervorming uit al die elektronenbuizen van z’n Leslie versterkers heerlijk, en wat knorren die bassen weldadig! Rob Mostert weet als geen ander waar Abraham z’n spul haalt: Jimmy Smith bijvoorbeeld als hij minutenlang soleert rond z’n duim, die in een drone is blijven hangen.

Trujillo kennen we al wat langer, vorig jaar nog tijdens het geweldige optreden met Ramón Valle. Hij had nu geen sopraansax mee, maar liet vooral zijn tenor klinken, zoals dat hoort bij orgeljazz. Ruig spel dus in de traditie van de jazzcultuur in Chicago, van eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Scheuren, honken en jiven, dat kan hij als de beste, hoewel bij Trujillo de Eastcoast toch altijd dichtbij is. Maar ook ingehouden en warm spel liet hij horen op de altsax in de ballad I Want A Little Girl, waarbij hij zich kon wentelen in een warm orgelbad, waarbij Mostert zich niet geneerde om zelfs wat romantisch te schmieren.

Natuurlijk zijn in zo’n trio alle ogen al gauw gericht op ‘Kwatta’: het hammondorgel zuigt als het ware de meeste aandacht op, maar slagwerker Chris Strik wist niet alleen door zijn stevige postuur, maar vooral door zijn fantastische, gedreven drummen het publiek te bekoren. Wat een oerkracht schuilt er toch in dat lichaam. We kenden hem al van zijn jarenlange samenwerking met de Azerbedjaanse pianiste Amina Figarova, maar dit is andere koek. Met zijn onstuimige drive pakt hij zijn kompanen bij de kladden en jaagt ze op tot grote hoogten. Zeer sterk was een openingssolo met de handen gespeeld. Ik voelde zelf mijn vingers plaatsvervangend tintelen, zo hard trof hij de vellen! Maar hij is ook een meester van de dynamiek: ook heel zacht met zijn vingers roffelend en dan tergend langzaam in kracht toenemend en weer terug en dan….baaaaam!! Als een donderslag trof zijn stick zijn snarentrommel. Later kreeg hij de handen van het enthousiast meelevende publiek weer op elkaar met nog een indrukwekkende solo. Mooi is ook de inzet van zijn gehele fysiek: hij drumt niet alleen met handen en voeten, maar met z’n hele lichaam, met inbegrip van zijn gezicht, waarin alles is af te lezen…..

Fijne en wat modernere grooves waren er ook in Grumpy Old Man, wederom een (autobiografisch?) eigen werk van Trujillo en de groepscompositie Stricks Tricks. Ook Mostert had als componist een goede inbreng met het fijn compacte Going Back To Memphis, wat een titel van Booker T. & The MG’s had kunnen zijn. Afgesloten werd er met The Show Has Begun van Horace Silver, waarna de groep een staande ovatie ten deel viel van het euforische publiek in de ondertussen bloedhete orgeltempel. Een terecht eerbetoon dat natuurlijk beantwoord moest worden.
Uw recensent kon geheel verlicht huiswaarts keren…..

Tekst Gerard Hoekmeijer

RECENSIE THE JIG

Zaterdag 17 juni 2017; Windkracht 13; ca 250 bezoekers

Jazzweekend 2017: Op naar Windkracht 13, waar zeker voor de vijfde maal alweer de Amsterdamse Funkband The Jig stond geprogrammeerd. Verander nooit een succesformule zal de gedachte zijn van de samenwerkende organisatoren Stichting Nieuw & Diep en Windkracht 13. Want deze Mokumse Funkatiers zijn alhier razend populair geworden en het was dan ook naar verwachting stampvol en bloedheet in de ‘tent’. Het is niet voor niets, dat deze band het zo goed doet, want het lijkt wel of ze elke keer weer een beetje strakker en beter worden. Het ‘stond als een huis’ vanaf de eerste maten: een hard maar transparant geluid.

De basis: de formidabele basgitaar van Arry Niemantsverdriet, die bij deze gekroond wordt tot ‘Koning Slap’. Samen met de al even goede gitarist Martijn Smit en de metronomisch strakke drummer Niels van Groningen legt hij een onverbiddelijke groove neer, waaraan door niemand te ontkomen is. Zelfs de grootste houten Klaas wordt zo los in de heupen. De unisono riffs van het strakke snarenduo vliegen je om de oren, terwijl toetsenist Bas Grijmans de ruimtes smakelijk dichtsmeert met volvette akkoorden van zijn Hammond. Ook zijn bijdragen – zowel solistisch als in het laag – op zijn Moog synthesizer dragen bij aan het avontuurlijke geheel.

 

Ja en dan daar nog bovenop die blazers! Wat is dat toch een genot: de schaamteloos laag knorrende baritonsax van de uitstekend voor Koen Schouten invallende Arnoud de Graaff, de voluit honkende tenorsax van Jeroen van Genuchten en de messcherpe interrupties van de nieuwe trompettist Robin Rombouts. De chorussen zijn precies en krachtig, de solo’s sterk. Een absoluut toporkest in dit genre!

 

 

 

En dan hebben ze sinds enige tijd ook een zanger in huis, die zich laat afficheren als Mr. Ruben Seyferth. Hij zingt nog maar een handvol songs maar met hem hebben ze wel een weer een bijzonder krachtige stem erbij. Een beetje tussen Prince en Bon Scott(de reeds lang overleden eerste zanger van AC/DC), wat mij betreft. Hij mist nog wat persoonlijkheid om uit te groeien tot een echte frontman, maar in potentie heeft hij veel in huis.

 

 

Het was dus wederom een onbedaarlijk dansfeest in WK 13. The Jig doet echt wat het belooft: iedereen naar huis met ‘sweat in the buttcrack’! Het feest werd nog in de kleine uurtjes voortgezet door het lokale duo Boem!

Tekst Gerard Hoekmeijer  Foto’s Bert van Eijk