Recensie Kruidkoek

Zondag 10 november 2019 I Windkracht 13

Een optreden van het jeugdige kwartet Kruidkoek is als een treinreis naar dromenland. Op een fraaie, zonnige zondagmiddag in november stapten een kleine veertig reizigers in op perron WK 13 voor een rit naar onbekende bestemming.

Kruidkoek in Windkracht 13

De trein kwam – als een boemeltje – echter heel langzaam in beweging met gepiel op gitaar en bas, waarbij de heren gehurkt in het elektronische struikgewas aan hun voeten, poogden het juiste spoor te ontdekken. Gelukkig vonden ze dat bijtijds, zodat er gelukkig toch beweging ontstond en de trip pas echt kon beginnen. En wat voor trip! Kruidkoek biedt een reis zonder spoorboekje – je weet nooit waar je terecht komt, in welke uithoek je nou weer belandt. En misschien weten ze dat zelf ook niet altijd, getuige hun reacties op hun eigen strapatsen. Het kan natuurlijk ook dat ze dat veinzen, zoals bij de valse start ergens in de tweede set, die op laconieke wijze perfect werd overgedaan: wellicht is het een onderdeel van de act, ontstaan uit een echte fout, die een gestileerd onderdeel is gebleven van het optreden.

Het openingsnummer kenden we al van hun eerste optreden hier in 2017, dat zo’n goede indruk had achtergelaten. Het staat ook op hun eerste album uit 2018, uitgebracht op hun eigen Spicecake Records label. Van dat album kwamen nog meer liedjes voorbij. Liedjes ja, want zo noemen ze ze zelf. Eén ervan – Pardon Mevrouw Uw Snor Staat In Brand – werd al herkent door het publiek: ja hoor, de band heeft fans in Den Helder. Oh, die titels. Tertsen Tarantino, Sferieus, Toen Had Je Nog Zo’n Mooie Lach, Fiep (Takkie) – het neigt soms nogal naar woordspelige meligheid. Er werden echter ook een aantal nieuwe songs gespeeld van het op 5 maart 2020 verschijnende tweede album. We noteerden titels als Flinterdik, Pingu en Politieurgent. Voor Pingu is ook een video gemaakt, waarin een nieuwe dans wordt getoond.

Foto's Kruidkoek
Bram Knol

Drummer en ceremoniemeester Bram Knol riep het publiek op om mee te dansen, maar dat liet zich helaas, maar wel wijselijk, niet verleiden. Je weet immers nooit of en wanneer de heren je op het verkeerde been zetten. Want het was weer bij vlagen behoorlijk spectaculair, hoe snel ze van maatsoort en tempo wisselen. Als je je hierbij dansend overgeeft aan ‘da groove’, moet je uitkijken even later niet in een onontwarbare fysieke knoop te liggen of als een wankele telganger voor schut te gaan. Maar wat klonk het allemaal fantastisch.

Nick Feenstra

Als Tijmen Kooiker z’n gitaar en Nick Feenstra z’n altsax laten samenvloeien in langgerekte, virtuoze, fraaie melodische lijnen. Als Reindert Kragt zijn bas laat zingen in mooi uitgesponnen solo escapades en Bram Knol achter zijn kleine kit op onnavolgbare wijze alles aan elkaar breit en richting geeft. Het al eerdergenoemde elektronische struikgewas wordt veelvuldig ingezet. Nick Feenstra dubbelt zijn altsax vaak met een harmonizer, met echo en vervorming verbreedt hij het geluidpalet van zijn instrument, maar het wordt allemaal met smaak toegepast.

Reindert Kragt

Bassist Reindert Kragt ging regelmatig op de hurken om zijn effecten te bedienen en met name zijn fijnzinnig gebruik van de wah wah gaf mooie resultaten.

Het leuke van deze verrassingstocht is dat je zomaar – in the middle of nowhere – midden in de knoek, zeiden we vroeger, kunt belanden. Eén van de hoogtepunten was de halte in Politieurgent, waar de trein stopte in een verstild, desolaat landschap waarin een prachtige pas de deux tussen gitaar en bas werden opgevoerd. Pure blues was het, waarin de wellustig in galm gedrenkte Gibson SG-gitaar zich heel zacht tegen de omfloerst zoemende Fender basgitaar ‘opvrijde’. Erotiek op perron Politieurgent. Hoewel het samenspel van de heren hun troefkaart is, staan zij ook solistisch hun mannetje. We werden veelvuldig getrakteerd op prima solo’s van Feenstra, Kooiker en Kragt. De laatste is een bassist met een eigen handschrift, die ook veel gebroken akkoorden gebruikt en bij Nick Feenstra hoor je ook dat hij een uitstekend hardbopper kan zijn.

Tijmen Kooiker

Tijmen Kooiker – met zijn heerlijk rode kuif, zou hij een kleinzoon van de recentelijk overleden Cream drummer Ginger Baker kunnen zijn – is een absolute topper op gitaar. Hij bestrijkt moeiteloos vrijwel het gehele gitaarspectrum van jazz tot rock en combineert dat met een fraai geluid.

De muziek laat zich niet makkelijk vergelijken, maar de verwantschap met Frank Zappa en ook met een eigentijdse groep als Snarky Puppy is duidelijk. Qua niveau doen ze echt niet veel onder voor bijvoorbeeld de groep uit New York rond bassist Michael League. De muziek is niet makkelijk, maar als je eenmaal ingestapt bent, word je beloond en val je van de ene in de andere verbazing en betrap je je zelf op een voortdurende grijns. Want dat is het geheim van deze band: het zijn niet de songtitels, maar het is de muziek zelf: die zit vol muzikaliteit, maar ook vol humor. Ik kan maar geen genoeg krijgen van Kruidkoek….

Tekst Gerard Hoekmeijer  – Foto’s Fred Geldermans    

Recensie Jutter Jazz Fest

21 en 22 september 2019 I Windkracht 13

Op een mooie nazomerse zaterdagmiddag wisten ruim zeventig bezoekers Windkracht 13 te vinden, alwaar de eerste editie van het Jutter Jazz Fest zou plaatsvinden.

Jarmo Hoogendijk en IJf Blokker

De opening werd verricht door ‘Nieuwedieps grootste jazzmusicus’ Jarmo Hoogendijk, die helemaal uit Den Haag naar zijn geboortestad was afgereisd. Hij voelde zich oprecht vereerd en wilde graag het laatste exemplaar van het N&D Jubileumboek in ontvangst nemen en de eerste band aankondigen. Op verzoek van Jarmo was ook IJf Blokker aanwezig, die hij als ‘na Anton Pieck, de bekendste Nieuwedieper van Nederland’ omschreef. Ook het weerzien met oud-stadgenoten en voormalige collega muzikanten gaf deze opening een hoog reüniegehalte. Nadat hij één voor één het trio The Ghost The King & I had geïntroduceerd – ‘. Ik hoop dat jullie hier een goede verzekering hebben, want Rob van Bavel mishandelt het klavier meestal zo dat de toetsen om je oren springen…’ – ging het JJF los met een zeer sterk optreden van het pianotrio.

Afbeelding Vincent Koning en Frans van der Geest
The Ghost, The King and I

Musicalliedje On The Street Where You Live kreeg een heerlijk swingende uitvoering, maar al in het tweede stuk ging het drietal een tandje hoger in een suite van Claude Debussy, die op adembenemende wijze werd uitgevoerd. Het samenspel tussen piano, gitaar en contrabas was hier bijna mathematisch precies, alles was perfect in balans en alles klonk glashelder, zodat niemand de klasse ervan kon ontgaan. Maar ook van de meer basale blues weet dit trio prachtige miniatuurtjes te schilderen. Het zijn stuk voor stuk virtuozen op hun instrument en Rob van Bavel liet zich weer zien en horen als een echte klavierleeuw, die het ivoor geselt met akkoordenerupties en zelfs af en toe aloude stride technieken toepast, waarbij hij de lage regionen van het klavier bewerkt met felle aanslagen. Alle drie lieten zich ook solistisch van hun beste kant zien. For Doris, de compositie van oud Nieuwedieper Vincent Koning, geschreven ter gelegenheid van de geboorte van zijn eerste dochter bleek een van de hoogtepunten te zijn van dit optreden: ik had het eerder gehoord, maar in deze uitvoering blijkt het een heel sterke compositie te zijn, waarin TGTK&I zich op zijn allerbest laat horen. Het legendarische – ook drum loze – Oscar Peterson Trio mag dan het referentiekader zijn, TGTK&I is niet minder dan wereldklasse.                                                                                                                               

Foto Tommie Sjef Koenen van JEFF
Tommie Sjef Koenen

Hierna was het de beurt aan het jeugdige trio JEFF, met op gitaar de Helderse bierbrouwer Tommie Sjef Koenen. Andere muzikale koek dan de voorgaande act, want er is een drummer en er zijn Fendergitaren. Het drumstel zag er al fraai uit – een samenraapsel van koperen en messingen trommels met een heel platte basdrum, zo uit het circusorkest. Dat beloofde wat! Nog wat schuchter begonnen de heren met sferische penseelstreken van de gitaar en wat los geroffel en getingel op de cymbalen, maar al snel ontstond er groove…ja groove, we gaan ergens heen…we zullen wel zien waarnaartoe. Jeff bleek al snel een fijn collectief te zijn waarin gitaar, basgitaar en drums elkaar ondersteunden en anticipeerden alsof ze al jaren op tournee zijn. Het ‘Nikkelen Nelis of Koperen Ko’ drumstel klonk als een klok – hoe kan het anders, maar vooral dankzij het goede spel van de bespeler Caspar Hachtfeld. Bassist Christof Chudaska bleek gelukkig uitgeslapen te zijn na zijn lange reis uit Berlijn en gaf zijn bandgenoten goed tegenspel. Samen met zijn mede Berliner Hachtfeld legde hij een fijne bedding voor de uitstapjes van Tommie Sjef Koenen op zijn gitaar. Deze maakt smaakvol, gedoseerd gebruik van effectpedalen, waardoor hij zijn palet uitgebreid houdt. De muziek is bij vlagen sferisch en ingetogen, maar kan ook heel lekker rocken. En jawel: allemaal eigen composities van de hand van de jonge Tommie Sjef. Na hun optreden hoorde ik dat ze wel lang samen hebben gespeeld tijdens hun opleiding aan het conservatorium van Arnhem, maar dat dit hun eerste echte gig was na hun afstuderen in 2018. Nou ja, dan zou ik zeggen zet hem op. Met zoveel kwaliteit en vaardigheid ligt de wereld aan je voeten.

Foto Coos Zwagerman van Gumbeaux
Coos Zwagerman

Terwijl het in de loop van de avond gezellig druk bleef en ook erg warm, maakte Gumbeaux zich op voor de afsluiting van de eerste dag van dit JJF. Het was weliswaar echt een zaterdagavond, maar in Windkracht 13 werd het zomaar een zwoele ‘vette dinsdag’, Mardi Gras.
Gumbeaux had met wat kleurrijke snuisterijen op de piano New Orleans een beetje naar Nieuwediep gebracht. Alleen ontbraken nog de schedels en andere knokige attributen, die de onlangs overleden Dr. John The Night Tripper altijd op zijn vleugel had liggen en in plaats van de traditionele Moon Pies, waren er heerlijke broodjes bakeljauw uit de Antillen. Zanger en trompettist Coos Zwagerman uit Huisduinen leidde het feestje in en al snel lieten zich enkele dames niet onbetuigd en stonden lekker los te swingen. Best een fijn bandje, dit Gumbeaux. Met muziek die zijn oorsprong vindt in de bakermat van jazz en blues. Met een hoofdrol voor ‘Piano Professor’ Jesse de Jong, die zich in het zweet werkte achter de Bechstein vleugel. In basgitariste Jet Stevens en drummer Stefan Franssen beschikt de band over een prima ritmesectie, waarbij de laatste ook de roffel uitstekend bleek te beheersen. ‘Doctor’ Mac Rebennack kwam regelmatig voorbij, maar ook de legendarische pianist Professor Longhair werd door de band vereerd. Coos Zwagerman ontpopte zich ook als zanger, wat hij niet onverdienstelijk deed. Keurig in toon, prima timing ook, maar zijn zang verdient echter meer expressie, zoals hij die wel in zijn trompetspel kan leggen. Heel lekker was de met een mooi lang intro uitgevoerde boogiewoogie solo van de jonge pianoprofessor. Pinetops Boogie swingde met bas en drums heerlijk weg, tot vreugde van het publiek. Ha! Boogiewoogie! Waar hoor je dat nog?   En wat is dat toch fijn om weer eens zo’n smeuïge Fats Domino groove te horen spelen: Let The Four Winds Blow, en dat was natuurlijk geen probleem in Windkracht 13. Gumbeaux sloot het optreden af met een passend eerbetoon aan Dr John met een funky uitvoering van diens hit uit vervlogen tijden, Iko Iko.                                                                                                                                        

Foto DJ's Quint en Remco
DJ’s Q & R

De afterparty werd door de DJ’s van dienst Quint & Remco geheel in stijl met jazzvinyl afgerond. Zij hadden Jarmo Hoogendijk, Rob van Bavel en Frans van Geest al eerder blij verrast door het draaien van een zeldzame LP van Eric Dolphy met begeleiding van een Nederlands trio, met daarin drummer John Engels. Zo kwam ook IJf Blokker aan zijn trekken. Eregast Jarmo is trouwens nog lang gebleven; hij bleek zich prima te vermaken op dit Jutter Jazz Fest en ging pas rond middernacht terug richting Den Haag.

Zondag.
Na een lange muzikale zaterdag was het op de 2e dag van het JJF fijn ontwaken met de perfecte zondagochtend muziek.

Foto Bart van Gemert Kwintet
Bart van Gemert Kwintet

Het kwintet van Bart van Gemert bracht het goed met publiek gevulde Windkracht 13 in een passende pastorale sfeer met fraaie eigen composities van de hand van de jonge drummende meester. ‘Modern Creative’, of zoiets – het beestje moet een naam hebben. Maar wat een sterke songs of ‘stukken’, zoals dat in jazzjargon heet! Bart van Gemert, een behoorlijk bourgondisch ogende jongeman met een rossige baard heerste vanachter zijn drumstel met zachte, maar dwingende hand. Alsof hij zo geboren was, zo vanzelfsprekend leidde hij zijn even jeugdige kompanen naar fraaie hoogten en vergezichten. Samen met zijn ‘jonge broertje’ Thijs op de contrabas en pianist Hidde Smedinga bezorgde hij strak in een heerlijke cadans geplaatste ritmische accenten, terwijl gitarist Thijs de Klijn en trompettist Ruben Drenth meanderend in conversatie bleven. Deze laatste speelt in dit ensemble ook echt de eerste trompet met veel solopartijen, die steeds heel smaakvol en mooi in opbouw waren. Bijna Vloeimansiaans als hij omfloerst en met veel aangeblazen lucht een solo begint en daarna steeds meer kracht bijzet en toch weer ingehouden weet te eindigen – heel fraai. Pianist Smedinga moeten we ook in de gaten houden: geen kijk-mij eens-virtuoso, maar een ultieme begeleider, die de muziek leest, zoals een goede voetballer de wedstrijd. Zo waren daar momenten waarbij hij met een kralengordijn van klaterende arpeggio’s de solo’s van de Klijn en Smedinga omkleedde. Zoals gezegd had de muziek van dit kwintet pastorale kwaliteiten, wat dat ook moge zijn, maar in het stuk Zeehond, dat door zijn bedenker met een aantal subtitels werd toegelicht: ‘snoezig toetje, knuffelbeestje’, werd al snel een wissel verkeerd genomen en leek het treinstel te gaan ontsporen in een ritmische versnelling met dissonante en ontregelende tonen van trompet en gitaar. Alsof het arme zeehondje in een woeste achtervolging door een wrede orka verslonden dreigde te worden. Heel mooi: van hemels naar…diepe krochten. Vrijwel alle composities waren van de hand van Bart van Gemert en een van zijn broer Thijs, maar zonder uitzondering van een veelbelovend niveau. Aha…bedenk ik me opeens: dat is dus ‘modern creative!’

Tim Langedijk Kwartet

De drummer kwam net terug uit China, waar hij had getoerd met het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw en de gitarist gaat op tour door Europa met het Metropole Orkest, fijn om kennis te maken met het Tim Langedijk Kwartet in Windkracht 13 te Den Helder.
Gitarist Tim Langedijk had hier al eerder veel indruk gemaakt en dat bleek nu met een nieuwe band geen toeval te zijn geweest. Vanaf de eerste tel weet je dat je hier te maken hebt met grootmeesters, die een hoog niveau van samenspel, van beheersing, van dynamiek combineren met spelplezier en improvisatievermogen. De toevoeging van tenorsaxofonist Tom Beek aan de originele triobezetting pakt heel goed uit omdat hij – in de woorden van Tim Langedijk – de beste is. En daar kan ik hem op deze zomerse zondagse namiddag zeker gelijk in geven: wat een prachtige toon, wat een fijne gedoseerde opbouw, welk een lyriek. Zo vertel je een verhaal, zo kan je je uitdrukken op een instrument – zonder woorden. Met referentie aan My Favorite Things van John Coltrane, oftewel, hoe verjazz je een mooie popsong en transformeer je het tot iets …eh…mooiers: J.J. Cale’s After Midnight kreeg een prachtige slow down ‘Tim Treatment’, waarbij gitaar en sax ogenschijnlijk achteloos getimed samenspanden terwijl de heerlijke ritmesectie van bassist Boudewijn Lucas en meesterdrummer Marcel Serierse een supercool ritmisch bedje spreidden. Lucas liet zijn fenderbas trouwens – ook in zijn solopartijen – lekker ‘knorren’ en Serierse leverde een paar geweldige drumsolo’s af, waarin hij zijn kit behoorlijk liet knallen. Naast eigen composities van Langedijk werden we ook getrakteerd op een fraaie uitvoering van Nardis, van Miles Davis en een fraaie song van Pat Metheny, die hij opdroeg aan zijn jonge vrouw. Ach, wat lief. Maar de heren kunnen ook nog steeds, zoals bleek in het laatste stuk, tappen uit bebop- en hardbopvaatjes, waarbij ze de swing tot grote hoogten wisten op te voeren.

Het was ondertussen al zes uur in de namiddag geworden en het Tim Langedijk Kwartet bleek een ideale afsluiting van een lang, jutters en jazzy weekend. Op naar het Jutter Jazz Fest 2020!

Foto Gallery JJF
Bekijk ook de foto’s van Jowan Richie in de Gallery onderaan de Pagina Jutter Jazz Fest

Tekst Gerard Hoekmeijer   Foto’s Fred Geldermans             

RECENSIE MGD

Zaterdagavond 13 april 2019 I Windkracht 13

MGD
MONTIS GOUDSMIT & DIRECTIE

De beloofde lentebries was nog ijzig koud en het publiek zat lange tijd naar een leeg podium te kijken, zich wellicht afvragend ‘heb ik voor niets de kou getrotseerd?’ Iemand riep nog olijk ‘krijgen we nog overbruggingsbier?!’ Nee, dat zat er niet in, maar gelukkig, even na half tien kwam Anton Goudsmit binnen met zijn gitaar op zijn rug, zich met een grijns verontschuldigend voor zijn verlate binnenkomst. Niet veel later verschenen ook zijn bendeleden een voor een. De heren zetten zich schuldbewust direct aan de arbeid. We konden zo eens goed aanschouwen hoe je een Hammond onderstel in elkaar zet – ‘knap hoor, zonder Ikea handleiding’, grapte er een – maar ondertussen was de band binnen twintig minuten gereed en tikten direct af. Dat mag je professioneel noemen! De heren hadden vlak hiervoor een gig in een stampvolle Amsterdamse kroeg afgeleverd en waren stante pede richting Nieuwediep gereden en pakten de draad hier moeiteloos op met een stomende uitvoering van Ain’t It Funky van James Brown.

Funky was het zeker en dat bleef het gedurende het gehele optreden. Wat een energie! Wat een grooves! En vooral wat een dynamiek! Want de mannen maakten daar een waar kunstwerk van: van fluisterzacht tot knalhard, met grote precisie uitgevoerd.

Foto Anton Goudsmit en Frank Montis

Vooral het samenspel daarin van Hammond organist Frank Montis en drummer Cyril Directie was meesterlijk. Montis, die voor het eerst op dit podium verscheen, was zo wie zo een revelatie en wat mij betreft de fijnste bespeler van ‘het bruine beest’ van dit moment. Met ogenschijnlijk gemak speelde hij zijn solo’s en akkoorden en met de linkerhand vloeiende en strakke baslijnen, continu het geluidspalet van zijn orgel veranderend. Verbluffend!

Anton Goudsmit is in zo’n trio ook helemaal op zijn plaats: hier kan hij naar hartenlust soleren en dan weten de liefhebbers genoeg. John Scofield mag een invloed zijn, maar Goudsmit is minstens van gelijk niveau. Montis Goudsmit & Directie is echt ‘het kindje’ van de drummer en is helemaal op zijn lijf geschreven. Hij heeft de beste Nederlandse musici bijeengebracht in dit klassieke orgeltrio – orgel, gitaar, drums – om de souljazz uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw te revitaliseren. Want de stijl mag dan oud zijn, in de 3.0 versie van dit trio is het hotter dan hot, hipper dan hip, onverslijtbaar dus. Ja, er kwamen veel bekende krakers uit het genre langs: Bobby Hebbs Sunny, Al Greens Lets Stay Together. Maar ze kregen stuk voor stuk een kakelfris arrangement en dan zijn deze songs echt ‘for ever green’. De blues Back in The Chickenshack van Jimmy Smith kreeg een onstuitbare groove mee en er werd door Goudsmit en Montis in gesoleerd alsof het een lieve lust was – in de coulissen van Windkracht 13 werd er wild gedanst, want ja dat krijg je er van met deze muziek.

Adembenemend was ook hier weer zijn samenspel met de rest waarin hij zuiver geplaatste dynamische akkoord accenten afwisselde met zijn virtuoze improvisaties. Hij ontpopte zich op het eind van de tweede set in Ray Charles’ Georgia ook nog plotseling als begenadigd zanger: zat hier Al Green achter het orgel?

Foto Cyriel Directie

Cyril Directie is niet alleen een geweldige, strakke drummer, maar ook de charismatische voorman van het trio; een ongedwongen presentator, een vrolijke entertainer, de perfecte ceremoniemeester voor funky feestjes als dit. Hij pakt het publiek ook af en toe bij de kladden en daagt het uit: ‘…wat is er met jullie hier in Den Helder? We komen net uit een lawaaiige Amsterdamse kroeg, waar we moeite hadden om boven het publiek uit te komen en jullie zitten hier op zaterdagavond een beetje te suffen…? Dat was een beetje gemeen van hem, want dat was juist na een ingetogen stuk van eigen hand, een rustpunt midden in de overwegend swingende set.
En het was terecht dat het publiek muisstil was, want hierin openbaarde Goudsmit zijn veelzijdigheid opnieuw met een schitterend opgebouwde solo, met gebruik van z’n volumepedaal, die uitmondde in een prachtig fluitende gitaar. Was het een elektronisch effect, waren het flageoletten? Wat en hoe dan ook: het was fraai.

De gitarist bracht ook een ode aan de nationale gitaartrots Jan Akkerman: ‘Jan’ noemde hij zijn compositie treffend, die in een moordend rockend tempo werd uitgevoerd en eindigde met een als ostinato ingezette geweldige korte drumsolo. Opvallend trouwens dat Directie zichzelf in dit bandje weinig soloruimte geeft en alle ruimte gunt aan zijn kompanen. Misschien wel het hoogtepunt van de avond – al waren er vele – was hun vertolking van Stevie Wonders Livin’ In The City. Hierin kreeg met name Montis alle tijd om een schitterend opgebouwde solo neer te zetten.


Het concert eindigde met een massaal meeklappend publiek in gospel stijl: ja, dit was een ware eredienst aan de groove. Het was al na enen in de nacht, dat de band met een fraaie ballad als toegift afsloot. Van mij mogen ze morgen weer terugkomen……

Tekst Gerard Hoekmeijer
Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE KIM HOORWEG BAND

Zondag 3 februari 2019 I Windkracht 13

Band

Dat gebeurt niet vaak, dat je al bij de eerste tonen weet: dit is top!
Maar het trof mij direct toen Kim Hoorweg haar eerste regels zong in het prachtige nummer Dream On. Haar stem is warm met een heerlijk hees randje en zij zingt volkomen puur, zonder overbodige opsmuk en maniertjes. Haar uitstraling is ontwapenend, ongedwongen en hartverwarmend en je weet meteen: dit is er een!
Een topper in de dop.

Kim

Nou ja, ‘in de dop’ is niet helemaal het juiste beeld van haar, want ze heeft ondertussen al zes albums op haar naam staan en heeft al heel wat ‘vlieguren’ op de podia gemaakt. Dat is het voordeel als je al op 14-jarige leeftijd begint. Het kan niet anders of zij wordt vroeg of laat ook door het grote publiek in het hart gesloten. Tijdens het concert verontschuldigt ze zich een paar keer aan het publiek, dat al lang uit haar hand eet, dat ze eigenlijk geen jazz speelt. Het is tenslotte een jazzclub. Maar wat maakt het uit wat voor etiket je op muziek plakt, als de kwaliteit zo hoog is. Want het moge dan popmuziek zijn, maar dan wel van grote klasse. Maar ook voor de jazzliefhebbers is er volop te genieten van deze zangeres en haar band.

Bill en Yoran

Ja, haar band is inderdaad een ‘All Star Band’, zoals stond aangekondigd. Zo is daar een ritmesectie van heb ik jou daar, met de onverstoorbaar steady, 5-snaars elektrieke bas van Bill Mookhoek en de geweldige drumpartijen van Yoran Vroom.
Deze speelde zijn originele drumstijl op een origineel drumstel met twee dikke snarentrommels, zonder een enkele floor tom. Hij lijkt ook een oude drumtrend eer aan te doen, door zijn grote ride cymbalen hoog in de lucht te hangen, zoals Keith Moon dat ooit deed. Dit tandem verzorgde een heerlijk, stevig groovend ritmisch fundament, dat soms deed denken aan een band als de Crusaders.

Timothy

Pianist Timothy Blanchet is perfect in zijn begeleidende rol, met mooi geplaatste akkoordenreeksen, die de liedjes een fijne harmonieuze flow gaven. Maar ook solistisch maakte hij grote indruk met prachtig opgebouwde lyrische exercities. Hij is geen virtuoso pur sang, maar vertelt steeds smaakvol en melodieus zijn verhaal. Prachtig, die lange impressionistische solo in het fraaie Soar. De oude Bechstein vleugel leek inderdaad op te stijgen…

Anton

Anton Goudsmit, in dit jeugdige gezelschap al een oude rot in het vak, lijkt ook steeds beter te worden. Want uiteraard waren daar zijn solo’s, hoekig en weerbarstig, signatuur Goudsmit: de Monk van de gitaar. Maar wat speelt deze kanjer toch ook geweldig als begeleider. Subtiele gebroken akkoorden, prachtige melodieuze lijntjes, alles ter ondersteuning van de zang, van het liedje. Of zijn fluwelen strummen in het fraaie walsje For Free. En wat weefden hij en Blanchet prachtige ragfijne patronen, die elke compositie kleur gaven. Briljant! Vooral Goudsmit kreeg veel ruimte om loos te gaan. Zo werd eer betoont aan de Britse band Radiohead, waarin hij en de band zich in een helse groove naar een geweldige climax werkten, en dat was nog pas het derde liedje!

Kim

Kim keek tijdens het hele concert met een grote lach naar haar muzikanten, zo blij als een kind, verdwaald in een snoepwinkel – zij genoot méé met het publiek.
Yoran Vroom kreeg slechts één solospot, maar wat voor een! In Taste Of Me bracht hij het publiek in extase met een furieuze tour de force in een door zijn kompanen perfect getimed ostinato, waarbij heel geraffineerd in de tijd werd geschoven. Kim keuvelde gezellig over de vrolijke autorit samen met Anton naar Den Helder, waarbij ze keihard Queens Of The Stoneage en Metallica draaiden, ook een beetje om het publiek te waarschuwen als Anton weer eens met zijn Gretsch de beest ging uithangen. Dat gebeurde dan ook regelmatig, gelukkig.

Kim en Anton

Hun jazzy duet was adembenemend mooi, Kim neuriede fraai mee met de fraaie getokkelde arpeggio’s van haar held.
De band speelde vrijwel alleen eigen materiaal van het laatste album Untouchable, allemaal goede tot uitstekende liedjes. En dan te bedenken dat ze de hand heeft in alle liedjes! Sommigen heeft ze geschreven samen met anderen, vooral met de befaamde, blinde Amerikaanse zanger en gitarist Raul Midón. Ze blijkt daarmee niet alleen een ras performer te zijn, maar ook een begenadigd songwriter.

Het enthousiaste publiek liet haar en haar mannen na het laatste nummer niet zomaar gaan. Na een lange, spontane, staande ovatie speelde een dankbare band nog een reprise van de potentiele hitsingle Everybody, waarbij de hele zaal uit volle borst meezong: ‘everybody can be somebody……’

Gerard Hoekmeijer
Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE GROOVE JUICE

Zondag 30 december 2018 I  Windkracht 13

Het was weliswaar geen derde kerstdag, maar toch wist het publiek massaal de weg naar Windkracht 13 te vinden. De zaal puilde uit en de temperatuur steeg al naar grote hoogte nog voordat er één noot gespeeld was. Er was een zekere gretigheid te bespeuren.. ‘Er hing iets in de lucht’, als het ware. Waarom het nu opeens zo druk was? Wie het weet, mag het zeggen. Deze zondag tussen de kerstdagen en oud en nieuw lag er misschien een beetje verloren bij en was dus bij uitstek geschikt voor een feestje, met wat muziek erbij.

Wellicht scheelde het dat er een oud nieuwendieper voor het voetlicht trad. Vincent Koning vervulde zijn rol als ‘verloren zoon’ bekwaam en bespeelde zijn gitaar zoals we dat van hem verwachten, altijd in de traditie en stijl van grootheden als Wes Montgomery. Bij Vincent geen gitaareffecten of andere nieuwerwetse elektronische fratsen; zijn gitaar zal nooit scheuren of schuren maar de virtuoos gespeelde noten gewoon zuiver en helder laten weerklinken.

Misschien is Carlo de Wijs de publiekstrekker, of zijn instrument, het hammondorgel.
De liefhebbers van het ‘bruine beest’ – de ‘300 pounds of Joy – vormen immers een nogal sekteachtig verbond, waarvan de leden alleen nog uit hun holen komen als er een ‘echte’ Hammond op het toneel verschijnt. Want er zijn nog maar een paar puristen, die het met ‘the real thing’ – de Hammond B3 met een Leslie van het type 147 of 122 – doen. En van hen is Carlo de Wijs met voorsprong de beste. Hoewel, een purist pur sang is de Wijs juist niet, want als geen andere Hammond adept is hij al jaren bezig het oude toonwielorgel geschikt te maken voor de moderne tijd. Voor Carlo dus geen – makkelijk te vervoeren – digitale Hammond kloon. Nee, in het hart van zijn instrument zitten géén chips, daar blijven de elektromechanische toonwielen uit voorbije tijden lustig analoog draaien, en de voortgebrachte sinus signalen door heerlijk warm vervormende vacuümbuizen sturen, die via de roterende Leslie trommel en hoorn zo prachtig ronkend de trommelvliezen bereiken en onze gehoorpapillen strelen. En ja, wat ziet zijn Hammond setje er toch imposant uit: het orgel op wielen en op twee hydraulisch, pneumatisch of tandwiel-gewijs op hoogte gebrachte futuristische poten. In plaats van één zwelpedaal tellen we er maar liefst een stuk of vijf – een formule 1 wagen is er niets bij. Het nodigt uit tot ‘scheuren’. Het lijkt ook wel een cockpit of een spacecabin met al die knipperende blauwe en rode lichtjes van de Moogapparatuur bovenop. En het beest is niet langer bruin, maar prachtig diepblauw, zo ook de Leslie box, die een prominente plaats op de monumentenlijst verdient. Het koningsmodel van Laurens Hammond, de B3, ‘de Rolls Royce der toonwielorgels’ is nu helemaal van nu: B3.0. Maar spelend tapt de Wijs gelukkig nog steeds uit het klassieke vaatje Jimmy Smith, de grootmeester en aartsvader van de orgeljazz. En dat kan hij als weinig anderen, akkoorden op het onder klavier, accenten en solo’s op het boven klavier en vloeiend, of funky bassend met zijn blote linkervoet op de 32 grote houten staken onder hem. De Wijs soleert beheerst, met een zorgvuldige opbouw. Maar waar de meeste organisten dan toewerken naar een climax, die steevast uitmondt in een ‘vol op het orgel’ – alle voetmaten uitgetrokken – register, laat hij dat vaak weg, hetgeen zijn solo’s juist spannender maakt.

Groove Juice is een gelegenheidsband, die een paar jaar geleden in Brabant een paar gigs speelden met werk van George Benson als thema. De jonge Sander Smeets bleek een prima drummer te zijn, die de nummers een lekkere schwung meegaf, ingehouden begeleidend met de brushes, maar in de solospots keihard vol op de vellen!

Toch wel bijzonder als aanvulling van het klassieke orgeltrio is de bariton sax, bespeeld door Rik van de Bergh. Deze gaf met zijn donkerbruine geknor een lekker ruig randje aan de muziek. Ook hij kreeg veel soloruimte, waarbij hij naast de lage registers ook rafelige scherpe noten uit zijn imposante hoorn liet weerklinken.

Hij bleek heel verrassend ook lekker te kunnen croonen als een Michael Buble.
Veel bekende en wat minder bekende deunen uit het souljazz en boogaloo repertoire kwamen voorbij, waaronder Bobby Hebbs Sunny, die een lekker funky uitvoering kreeg.

Carlo de Wijs gaf nog een educatief exposé over Jimmy Smith en het hammondorgel, hetgeen een groot deel van het publiek echter ontging omdat met name uit de achterhoede daarvan – ‘hangend’ aan de bar – gezellig door geklept werd. En zo kwam het aloude schisma van de jazz – en tegenwoordig ook bij popconcerten – tussen luisteren en meebeleven, tussen concertzaal en bordeel aan het eind van jazzjaargang 2018 toch weer even om de hoek kijken.

Maar het bleef gelukkig een vreedzaam en sfeervol concert, waar zelfs J.S. Bach en Procol Harum, geëerd werden door de Wijs, die een prachtige instrumentale versie van A Whiter Shade Of Pale uitvoerde. ‘Ah…Focus!’ hoorde ik iemand uitroepen en ja, inderdaad – al werd er niet gejodeld – het had zomaar Thijs van Leer kunnen zijn of wijlen Rick van der Linden van het al even legendarische Eksepsion. De band sloot twee lange sets van een fijn concert passend af met het heerlijk swingende Groove Merchant: het publiek was intussen helemaal klaar voor de oliebollen.

Gerard Hoekmeijer 
Foto’s Ad Bak