Recensie Boost!

Zondag 20 september 2020 I Jazz Club Nieuw&Diep

Mostert Hol en Kooger zijn Boost!
Jerôme Hol, Erik Kooger en Rob Mostert zijn Boost!

Het virus is er niet mee overwonnen, maar bij het publiek leek het samenkomen voor een eerste concert in ruim een half jaar, toch een beetje aan te voelen als een eerste stap op weg naar een nieuw begin, zonder vervelende covidiote mores. Op 2 februari jl. hadden de laatste akkoorden weerklonken van Jasper van ’t Hof, toen nog in de KeyKeg zaal. Onder het Coronaregime zijn concerten van N&D alleen mogelijk in de grotere middenzaal – ooit Stadshal en zelfs Kathedraal genoemd. Hier kunnen ruim 100 bezoekers op de vereiste afstand rond tafels worden verspreid en dat is precies groot genoeg voor de verzamelde jazzcats uit Den Helder en ommelanden. Voor velen was dit een weerzien met elkaar en een eerste liveoptreden in lange tijd en er heerste een bijna tastbare hunkering naar meer.

Jazzcafé Nieuw & Diep in Stadshal – Theater de Kampanje Den Helder

Het kakelverse trio Mostert, Hol en Kooger opende een nieuw muzikaal seizoen – een soort wedergeboorte – onder de naam Boost! In het voorafgaande persbericht werd er gerept over een ‘gemeen groovend orgeltrio’, uit de school van de souljazz, maar daar bleek weinig van te kloppen, al groovden de heren bij vlagen zeker behoorlijk gemeen. Organist Rob Mostert lichtte hun ware bedoelingen al in het begin toe: ‘..het is rock uit de jaren zeventig, die ons vooral inspireert, progressive rock, denk aan John Lord en Keith Emmerson….’. Ook werd er nog gerefereerd aan de 50ste sterfdag van gitaarlegende Jimi Hendrix, een grote inspiratiebron voor gitarist Jerôme Hol. Aha, progrock dus! Een sinds de punkexplosie van ‘77 veelal verguisde muziekstijl. Maar het is 2020 en ‘prog’ mag weer, zelfs bij een jazzclub. Het publiek maalde er niet om en ging er nog maar eens goed voor zitten. Al vanaf het eerste stuk was het inderdaad pure ‘prog’ wat de klok sloeg met gitaarriffs en diepe – middenrif beroerende – bassen uit de Moog synthesizer. Gelaagde, aanzwellende akkoorden uit het toch altijd weer imposante ‘koningsorgel’ van Hammond – de B3 – vulden de kathedraal tot in de nok van het schip.

Jerôme Hol trok meteen flink van leer met imposante solopartijen, waarbij vaak het wah-wah pedaal werd ingetrapt. Ach ja, dat klonk weer heerlijk als vanouds. Want uw recensent is natuurlijk stiekem een oude progrocker. En ook van spacerock, want al in het tweede nummer belandden we in een psychedelische trip naar een nog niet ontdekt sterrenstelsel. Pink Floyd? Nee, een compositie van drummer Erik Kooger, die de ruimtevlucht heel knap verluchtte met zijn minimale kitje en een Tibetaans bekkentje. Zijn basedrum was ooit een buiktrommel van een Brabants fanfarekorps, dat ongetwijfeld vele carnavalsfeesten heeft opgefleurd. Het stuk was wel wat teleurstellend, want het leek aanvankelijk een lang sferisch intro te zijn naar een spannende ontknoping, die dus niet kwam. De titel was wel goed gekozen: The Absence Of Presence.  

Alle drie brachten eigen songs in, die heel recent – tijdens de maanden van muzikale corona-onthouding – in de oefenruimte tot stand zijn gekomen. Rob Mostert vertelde ook hoe moeilijk dat nog is bij instrumentale composities: het bedenken van een titel. Zo had hij een stuk geschreven dat als werktitel had: Hester (kom je nog?), dat overigens lekker weg hapte met een fijne groove, virtuoos orgelwerk en gierende gitaarsolo’s van Hol, die Richie Blackmore met gemak naar de kroon stak. Die eerste set was al met al nog aardig gevarieerd met prima blues rock-jams en zowaar een stukje jazz: een gejaagde hardbopper, waarbij Mostert zijn blote voeten over de baspedalen deed flitsen en de hectische solo’s van orgel, gitaar en drums elkaar in razende vaart afwisselden.

Een van de hoogtepunten was het in de tweede set gespeelde One Moment In Time, niet de overbekende jazzstandard, maar een compositie van Jerôme Hol. Na een prachtig gedragen intro waarbij de beide Leslieboxen de Hammond lieten ronken als een opstijgende Boeing 747, ontbolsterde zich een fraai thema, messcherp door gitaar en orgel unisono gespeeld, uiteraard met fraaie solopartijen van Mostert en Hol. Op zo’n moment hoor je vooral Focus voorbijkomen, maar dan zonder gejodel van Thijs van Leer. Een andere compositie van Erik Kooger, Vey Almost Commercial, liet weer een heel andere stijl horen, meer danceachtig, luchtig maar wel met vette moogbassen. Dat gaf een heel aardig resultaat met deze bezetting en houdt beslist een belofte in betreffende de muzikale ontwikkeling van Boost! Want dit trio zit meer in de buurt van bands als Orgelvreten en De Wolff dan van bijvoorbeeld The Preacher Men en Montis Goudsmit Directie. En zo was het een heel gevarieerd optreden van drie klasbakken, die ook heel veel plezier op het podium uitstraalden. Het publiek toonde haar waardering met de roep om meer. De toegift van Boost! was een fraaie Prince-cover, waarvan mij de naam helaas niet te binnen schiet. Heel gepast en heel geraffineerd had Jerôme Hol hierin een passage van Jimi verstopt, 3rd Stone From The Sun (met dank aan blues boy Peter).

Het was een fijn eerste concert, het bier smaakte goed en het was goed toeven in Jazz Club Nieuw & Diep in Theater De Kampanje.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans           

Recensie Jasper van ‘t Hof 1/4Tet

Zondag 2 februari 2020 I JazzCafé KeyKeg

Na het concert van het Broken Brass Ensemble op 29 december 2019 kon jazzgenootschap Nieuw & Diep terugkijken op een zeer geslaagde afsluiting van een prachtig tijdperk van jazzconcerten in Galerie Windkracht 13.

Nu, na het eerste concert in JazzCafé KeyKeg, een optreden van het Jasper van ’t Hof ¼ Tet voor ruim tachtig bezoekers, kunnen we constateren dat de opening van een nieuw muzikaal tijdperk ook dat predicaat verdient. Het was even wennen aan de akoestiek, het geluid, de nieuwe zaal, maar het voelde al snel vertrouwd. Ja, het geluid van een volledig uit versterkte band was harder, dan in WK 13 gebruikelijk bij dergelijke jazz kwartetten. Dat werd nog versterkt door het gebruik van samples en synthesizers, dat soms nogal schrille klanken opleverde.

Het concert werd geopend met een aanzwellende repeterende cadans van elektronische klanken, waarin steeds in intensiteit toenemende synthesizerakkoorden werden gemengd, uitmondend in een onrustige, hectische groepsimprovisatie, die direct de toon aangaf: dames en heren, het wordt geen gezapige zondagmiddag met een potje loungejazz op de achtergrond. Ongemakkelijke muziek, maar in het direct doorgespeelde tweede stuk Sister Joanna – een modaal werk met een thema van krachtig aangeslagen pianoakkoorden – brak al snel de zon door bij een heerlijk snelle hardbop swing. ‘

Bassist Stefan Lievestro joeg zijn kompanen op in een moordende drijfjacht, terwijl van ’t Hof met ogenschijnlijk satanisch genoegen zijn razendsnelle notenexercities afwisselde met dwarse meerklanken die met kracht uit het klavier van de Kawai-vleugel werden gehamerd. Poeh, zo was het wellicht aanwezige laatste restje pastoraal zondagochtend gevoel nu wel helemaal weg.

Na deze heftige opening greep Jasper van ’t Hof de microfoon om te vertellen over drummer Jamie Peet, die hem ’s ochtends om vier uur had gebeld vanuit Canada met de mededeling: ik kan niet op tijd komen! Hij zat vast in een sneeuwstorm. Paniek in huize van ’t Hof. Hoe vind je zo vroeg een geschikte vervanger? Jamie Peet vervangen is sowieso al geen sinecure, want dat is een slagwerker van de buitencategorie. Maar, wonderen bestaan en wel in de persoon van Ruud Voeste. Van ’t Hof had hem nog nooit gezien en verstond zijn naam ook nog verkeerd, maar het was werkelijk wonderbaarlijk hoe goed deze jonge drummer zich presenteerde. Alsof hij al jaren met deze groep speelt. En het betrof hier niet twee sets met overbekende Standards, maar allemaal origineel werk van van ’t Hof, dat niet bepaald makkelijk is te noemen.

Jasper vertelde dat dit zijn eerste optreden in Den Helder was, dat hij de onderzeeboot Tonijn bezocht had en ‘hij het Helderse publiek veelbelovend vond omdat het elders meestal na zo’n opening, snel de zaal verliet’. Hierna kondigde hij The Quiet American aan, gebaseerd op de roman van Graham Greene. Dit bleek een prachtige jazzwals te zijn, met fraai inleidende piano, waarop Dick de Graaf op zijn tenorsax kon excelleren met een prachtig opgebouwde lange solo.

Aha, toch weer een beetje zondagmorgen. Maar, daarna werd de sfeer weer totaal anders; draaiend aan allerlei knopjes liet van ‘t Hof zijn elektronica weer los op het publiek. Het leek wel een filmscore, maar dan van een horrorfilm. Geluiden uit het knekelkwartier, rammelende schedels, uit het niets opdoemende halfdoden……tergend langzaam belandden we vanuit dit spookhuis in een free jazz achtige collectieve uitspatting waarin zich lange, complexe, strak unisono gespeelde notenriffs openbaarden……

Wat is dit? Free jazz? Jazzrock on speed? Dit was echter geen ‘piep en knor’, maar meer ‘blieb en bloeb’. Jasper, spelend met een onstuitbare drive, steeds wisselend tussen vleugel en keyboard, opspringend, signalen gevend, kreten slakend – was helemaal in zijn element. Staande achter het elektronische keyboard, het notenblaadje met een hand vasthoudend, keek hij bij elke aanslag alsof hij die noten voor het eerst zag, met de verbaasde blik van: hè, heb ik dat geschreven? Soms deed hij me denken aan scenes uit de Klokkenluider van de Notre Dame, met zijn welig wapperende grijze haardos als een bezetene het klavier bewerkend. Het ging alle kanten op, swing, soundscape, wals, jazzrock. Vooral de passages met vette Rhodes-achtige klanken uit het keyboard riepen herinneringen op zijn jazzrockverleden van de jaren zeventig.

Het einde van de tweede set bracht weer de nodige rust met een prachtige ballad in een knap verschuivende vierkwartsmaat, waarbij de geweldige bassist Liefestro samen met zijn jonge ritmepartner een heerlijk luchtige, maar dwingende groove uitspreidden, waarop het heerlijk soleren was voor van ’t Hof, die het hele bereik van zijn klavier benutte en prachtige twinkelende arpeggio’s afwisselde met ronkende trillers in het laag.

Dick de Graaf speelde hierin een prachtige, kippenvel opwekkende solo op zijn tenorsax, zo mooi uitgebalanceerd, zo mooi van toon en opbouw, dat je hem zou willen inlijsten…De band sloot af met een heel fijne, feestelijke deun, die de het enthousiaste publiek in opperbeste stemming bracht en ja……er werd gedanst in het KeyKeg Jazz Café. Van ’t Hof en zijn partners in crime voelden het allemaal heel goed aan, stopten en lieten het applaus weldadig over zich heen komen, waarop ze weer olijk doorgingen tot het mooi was geweest. Mooi? Het was top!

Tekst Gerard Hoekmeijer     Foto’s Fred Geldermans     

Recensie Broken Brass Ensemble

Zondag 29 december 2019 I Windkracht 13

Broken Brass Ensemble
Broken Brass Ensemble

In een lekker volle Galerie Windkracht 13 sloot het 9-koppige Broken Brass Ensemble op zeer passende wijze een tijdperk af. Een periode van ruim 17 jaar met enorm veel muziek en andere podiumkunsten: rock, pop, folk, funk, soul, R&B, americana, cabaret en klassiek. En bovenal maar liefst 113 jazzconcerten, die in samenwerking met jazzgenootschap Nieuw & Diep plaats vonden. Els en Leo Ellen werden op bescheiden wijze geëerd en bedankt met een cadeaubon, heel toepasselijk voor het bezoeken van een podium. In een korte terugblik werd nog even met de nodige verbazing gememoreerd dat ‘dit kloppend hart van het Helderse culturele leven’, ondanks de bizarre tegenwerking van de Helderse gemeentebestuurders toch zo lang kon floreren. Het einde van iets moois zou aanleiding kunnen zijn voor het weg pinken van een traantje, maar daar was niet veel van te merken, want er hing een verwachtingsvolle sfeer in de zaal, er was meer behoefte aan een feestje.

Daar heb je dan met het jeugdige Broken Brass Ensemble de juiste band voor. Want vanaf de eerste maten was het ook feest! Het was vuurwerk, zoals vuurwerk altijd zou moeten zijn: hard, mooi en niet schadelijk voor de luchtwegen.

Voortgestuwd door de ritmesectie van Pieterklaas de Groot op drums, percussionist Reinaldo Gaia en sousafoonspeler Hendrik Baarda, leverde het zeskoppige blazerscollectief de ene snoeiharde en vlijmscherpe riff na de andere, waarbij de heren continue in beweging bleven en in wisselende setjes naar voren en naar achteren schoven.

We hebben het hier over de brassband cultuur, afkomstig uit New Orleans, waar tijdens Mardi Gras festivals de marching bands uit alle hoeken en gaten op straat hun muze eren. Aardig is dat, deze nu onder andere door Trombone Shorty uit The Big Easy zo populaire stroming, zo mooi aansluit op de traditionele fanfarecultuur in de Lage Landen. BBE komt voort uit de bloeiende fanfare scene in Friesland. Hopelijk wordt zo het bespelen van blaasinstrumenten weer hip onder de jongeren. Want hip en cool dat is dit BBE zeker. De band toert al jaren met groot succes door heel Europa en is met name in het Verenigd Koninkrijk zo populair, dat ze al een paar keer live door BBC Radio 6 zijn uitgezonden. De muziek van BBE is niet alleen feestelijk en dansbaar, maar bij kritische beluistering ook erg goed. De blazers, drie trombones, twee trompetten en een altsax (de sousafoon buiten beschouwing latende) spelen fraaie arrangementen in wisselende combinaties, waarbij het enige rietinstrument, de altsax – tevens het minst luide – soms heel mooi hier tussendoor klinkt. De heren spelen zonder bladmuziek en vandaag ook geheel akoestisch. De beheersing van de dynamiek is indrukwekkend.

Saxofonist en tevens spreekstalmeester Nik Feenstra – we kennen hem ook als lid van Kruidkoek – speelde een paar prachtige intro’s en een paar sterke, bloedstollende solo’s, waarbij hij tegen een aanzwellende kopermuur in het gillendste hoog triomfeerde.
De kracht van BBE zit hem in de kwaliteit van de arrangementen en de strakke uitvoering hiervan door de blazers, maar er was ook veel ruimte voor solo-escapades.

Trompettist Luc Hudepohl ontpopte zich in Sweet Candy als een zeer begenadigd rockzanger met een übercoole podiumuitstraling. De uit Brazilië afkomstige percussionist Reinaldo Gaia bleek over fijne raps te beschikken waarbij hij als een jong veulen over het podium huppelde. Het was allemaal heel aanstekelijk en het optreden verveelde geen moment.

De uit New Zeeland afkomstige trombonist Isaac McCluskey bleek aan het einde nog een ‘geheim wapen’ van de band: ook hij bleek een uitstekende vocalist te zijn, hetgeen de potentie van deze band alleen maar nog groter maakt.

Rots in de branding is sousafonist Hendrik Baarda, die exact de juiste attitude van de Mannen Van Het Laag heeft: onverstoorbaar op de achtergrond zijn baslijnen producerend met zijn imposante hoorn. Zijn instrument was als enige versterkt en hij triggerde er een kleine synthesizer mee om voldoende fundament te realiseren voor zijn hard blazende kompanen van het koper. Samen met de fantastisch trommelende de Groot en Gaia produceerde hij een keur aan fijne, funky grooves voor de dansvloer, die gaandeweg het optreden dan ook steeds voller werd.

Het ‘verplichte’ potje public participation bleek enige hilarische momenten op te leveren, toen de dansende meute vooraan van links naar rechts bewoog en daarbij een ‘dwaalgast’ dreigde op te slokken. Intussen stond heel Windkracht 13 te swingen en steeg de temperatuur tot tropische hoogten. Het enthousiaste publiek liet zich lekker gaan en het kostte nauwelijks moeite om een toegift af te dwingen, want de heren van het BBE hadden net zo veel plezier als zij. Een passender afscheid hadden Els en Leo zich niet kunnen wensen.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans

Recensie Kruidkoek

Zondag 10 november 2019 I Windkracht 13

Een optreden van het jeugdige kwartet Kruidkoek is als een treinreis naar dromenland. Op een fraaie, zonnige zondagmiddag in november stapten een kleine veertig reizigers in op perron WK 13 voor een rit naar onbekende bestemming.

Kruidkoek in Windkracht 13

De trein kwam – als een boemeltje – echter heel langzaam in beweging met gepiel op gitaar en bas, waarbij de heren gehurkt in het elektronische struikgewas aan hun voeten, poogden het juiste spoor te ontdekken. Gelukkig vonden ze dat bijtijds, zodat er gelukkig toch beweging ontstond en de trip pas echt kon beginnen. En wat voor trip! Kruidkoek biedt een reis zonder spoorboekje – je weet nooit waar je terecht komt, in welke uithoek je nou weer belandt. En misschien weten ze dat zelf ook niet altijd, getuige hun reacties op hun eigen strapatsen. Het kan natuurlijk ook dat ze dat veinzen, zoals bij de valse start ergens in de tweede set, die op laconieke wijze perfect werd overgedaan: wellicht is het een onderdeel van de act, ontstaan uit een echte fout, die een gestileerd onderdeel is gebleven van het optreden.

Het openingsnummer kenden we al van hun eerste optreden hier in 2017, dat zo’n goede indruk had achtergelaten. Het staat ook op hun eerste album uit 2018, uitgebracht op hun eigen Spicecake Records label. Van dat album kwamen nog meer liedjes voorbij. Liedjes ja, want zo noemen ze ze zelf. Eén ervan – Pardon Mevrouw Uw Snor Staat In Brand – werd al herkent door het publiek: ja hoor, de band heeft fans in Den Helder. Oh, die titels. Tertsen Tarantino, Sferieus, Toen Had Je Nog Zo’n Mooie Lach, Fiep (Takkie) – het neigt soms nogal naar woordspelige meligheid. Er werden echter ook een aantal nieuwe songs gespeeld van het op 5 maart 2020 verschijnende tweede album. We noteerden titels als Flinterdik, Pingu en Politieurgent. Voor Pingu is ook een video gemaakt, waarin een nieuwe dans wordt getoond.

Foto's Kruidkoek
Bram Knol

Drummer en ceremoniemeester Bram Knol riep het publiek op om mee te dansen, maar dat liet zich helaas, maar wel wijselijk, niet verleiden. Je weet immers nooit of en wanneer de heren je op het verkeerde been zetten. Want het was weer bij vlagen behoorlijk spectaculair, hoe snel ze van maatsoort en tempo wisselen. Als je je hierbij dansend overgeeft aan ‘da groove’, moet je uitkijken even later niet in een onontwarbare fysieke knoop te liggen of als een wankele telganger voor schut te gaan. Maar wat klonk het allemaal fantastisch.

Nick Feenstra

Als Tijmen Kooiker z’n gitaar en Nick Feenstra z’n altsax laten samenvloeien in langgerekte, virtuoze, fraaie melodische lijnen. Als Reindert Kragt zijn bas laat zingen in mooi uitgesponnen solo escapades en Bram Knol achter zijn kleine kit op onnavolgbare wijze alles aan elkaar breit en richting geeft. Het al eerdergenoemde elektronische struikgewas wordt veelvuldig ingezet. Nick Feenstra dubbelt zijn altsax vaak met een harmonizer, met echo en vervorming verbreedt hij het geluidpalet van zijn instrument, maar het wordt allemaal met smaak toegepast.

Reindert Kragt

Bassist Reindert Kragt ging regelmatig op de hurken om zijn effecten te bedienen en met name zijn fijnzinnig gebruik van de wah wah gaf mooie resultaten.

Het leuke van deze verrassingstocht is dat je zomaar – in the middle of nowhere – midden in de knoek, zeiden we vroeger, kunt belanden. Eén van de hoogtepunten was de halte in Politieurgent, waar de trein stopte in een verstild, desolaat landschap waarin een prachtige pas de deux tussen gitaar en bas werden opgevoerd. Pure blues was het, waarin de wellustig in galm gedrenkte Gibson SG-gitaar zich heel zacht tegen de omfloerst zoemende Fender basgitaar ‘opvrijde’. Erotiek op perron Politieurgent. Hoewel het samenspel van de heren hun troefkaart is, staan zij ook solistisch hun mannetje. We werden veelvuldig getrakteerd op prima solo’s van Feenstra, Kooiker en Kragt. De laatste is een bassist met een eigen handschrift, die ook veel gebroken akkoorden gebruikt en bij Nick Feenstra hoor je ook dat hij een uitstekend hardbopper kan zijn.

Tijmen Kooiker

Tijmen Kooiker – met zijn heerlijk rode kuif, zou hij een kleinzoon van de recentelijk overleden Cream drummer Ginger Baker kunnen zijn – is een absolute topper op gitaar. Hij bestrijkt moeiteloos vrijwel het gehele gitaarspectrum van jazz tot rock en combineert dat met een fraai geluid.

De muziek laat zich niet makkelijk vergelijken, maar de verwantschap met Frank Zappa en ook met een eigentijdse groep als Snarky Puppy is duidelijk. Qua niveau doen ze echt niet veel onder voor bijvoorbeeld de groep uit New York rond bassist Michael League. De muziek is niet makkelijk, maar als je eenmaal ingestapt bent, word je beloond en val je van de ene in de andere verbazing en betrap je je zelf op een voortdurende grijns. Want dat is het geheim van deze band: het zijn niet de songtitels, maar het is de muziek zelf: die zit vol muzikaliteit, maar ook vol humor. Ik kan maar geen genoeg krijgen van Kruidkoek….

Tekst Gerard Hoekmeijer  – Foto’s Fred Geldermans    

Recensie Jutter Jazz Fest

21 en 22 september 2019 I Windkracht 13

Op een mooie nazomerse zaterdagmiddag wisten ruim zeventig bezoekers Windkracht 13 te vinden, alwaar de eerste editie van het Jutter Jazz Fest zou plaatsvinden.

Jarmo Hoogendijk en IJf Blokker

De opening werd verricht door ‘Nieuwedieps grootste jazzmusicus’ Jarmo Hoogendijk, die helemaal uit Den Haag naar zijn geboortestad was afgereisd. Hij voelde zich oprecht vereerd en wilde graag het laatste exemplaar van het N&D Jubileumboek in ontvangst nemen en de eerste band aankondigen. Op verzoek van Jarmo was ook IJf Blokker aanwezig, die hij als ‘na Anton Pieck, de bekendste Nieuwedieper van Nederland’ omschreef. Ook het weerzien met oud-stadgenoten en voormalige collega muzikanten gaf deze opening een hoog reüniegehalte. Nadat hij één voor één het trio The Ghost The King & I had geïntroduceerd – ‘. Ik hoop dat jullie hier een goede verzekering hebben, want Rob van Bavel mishandelt het klavier meestal zo dat de toetsen om je oren springen…’ – ging het JJF los met een zeer sterk optreden van het pianotrio.

Afbeelding Vincent Koning en Frans van der Geest
The Ghost, The King and I

Musicalliedje On The Street Where You Live kreeg een heerlijk swingende uitvoering, maar al in het tweede stuk ging het drietal een tandje hoger in een suite van Claude Debussy, die op adembenemende wijze werd uitgevoerd. Het samenspel tussen piano, gitaar en contrabas was hier bijna mathematisch precies, alles was perfect in balans en alles klonk glashelder, zodat niemand de klasse ervan kon ontgaan. Maar ook van de meer basale blues weet dit trio prachtige miniatuurtjes te schilderen. Het zijn stuk voor stuk virtuozen op hun instrument en Rob van Bavel liet zich weer zien en horen als een echte klavierleeuw, die het ivoor geselt met akkoordenerupties en zelfs af en toe aloude stride technieken toepast, waarbij hij de lage regionen van het klavier bewerkt met felle aanslagen. Alle drie lieten zich ook solistisch van hun beste kant zien. For Doris, de compositie van oud Nieuwedieper Vincent Koning, geschreven ter gelegenheid van de geboorte van zijn eerste dochter bleek een van de hoogtepunten te zijn van dit optreden: ik had het eerder gehoord, maar in deze uitvoering blijkt het een heel sterke compositie te zijn, waarin TGTK&I zich op zijn allerbest laat horen. Het legendarische – ook drum loze – Oscar Peterson Trio mag dan het referentiekader zijn, TGTK&I is niet minder dan wereldklasse.                                                                                                                               

Foto Tommie Sjef Koenen van JEFF
Tommie Sjef Koenen

Hierna was het de beurt aan het jeugdige trio JEFF, met op gitaar de Helderse bierbrouwer Tommie Sjef Koenen. Andere muzikale koek dan de voorgaande act, want er is een drummer en er zijn Fendergitaren. Het drumstel zag er al fraai uit – een samenraapsel van koperen en messingen trommels met een heel platte basdrum, zo uit het circusorkest. Dat beloofde wat! Nog wat schuchter begonnen de heren met sferische penseelstreken van de gitaar en wat los geroffel en getingel op de cymbalen, maar al snel ontstond er groove…ja groove, we gaan ergens heen…we zullen wel zien waarnaartoe. Jeff bleek al snel een fijn collectief te zijn waarin gitaar, basgitaar en drums elkaar ondersteunden en anticipeerden alsof ze al jaren op tournee zijn. Het ‘Nikkelen Nelis of Koperen Ko’ drumstel klonk als een klok – hoe kan het anders, maar vooral dankzij het goede spel van de bespeler Caspar Hachtfeld. Bassist Christof Chudaska bleek gelukkig uitgeslapen te zijn na zijn lange reis uit Berlijn en gaf zijn bandgenoten goed tegenspel. Samen met zijn mede Berliner Hachtfeld legde hij een fijne bedding voor de uitstapjes van Tommie Sjef Koenen op zijn gitaar. Deze maakt smaakvol, gedoseerd gebruik van effectpedalen, waardoor hij zijn palet uitgebreid houdt. De muziek is bij vlagen sferisch en ingetogen, maar kan ook heel lekker rocken. En jawel: allemaal eigen composities van de hand van de jonge Tommie Sjef. Na hun optreden hoorde ik dat ze wel lang samen hebben gespeeld tijdens hun opleiding aan het conservatorium van Arnhem, maar dat dit hun eerste echte gig was na hun afstuderen in 2018. Nou ja, dan zou ik zeggen zet hem op. Met zoveel kwaliteit en vaardigheid ligt de wereld aan je voeten.

Foto Coos Zwagerman van Gumbeaux
Coos Zwagerman

Terwijl het in de loop van de avond gezellig druk bleef en ook erg warm, maakte Gumbeaux zich op voor de afsluiting van de eerste dag van dit JJF. Het was weliswaar echt een zaterdagavond, maar in Windkracht 13 werd het zomaar een zwoele ‘vette dinsdag’, Mardi Gras.
Gumbeaux had met wat kleurrijke snuisterijen op de piano New Orleans een beetje naar Nieuwediep gebracht. Alleen ontbraken nog de schedels en andere knokige attributen, die de onlangs overleden Dr. John The Night Tripper altijd op zijn vleugel had liggen en in plaats van de traditionele Moon Pies, waren er heerlijke broodjes bakeljauw uit de Antillen. Zanger en trompettist Coos Zwagerman uit Huisduinen leidde het feestje in en al snel lieten zich enkele dames niet onbetuigd en stonden lekker los te swingen. Best een fijn bandje, dit Gumbeaux. Met muziek die zijn oorsprong vindt in de bakermat van jazz en blues. Met een hoofdrol voor ‘Piano Professor’ Jesse de Jong, die zich in het zweet werkte achter de Bechstein vleugel. In basgitariste Jet Stevens en drummer Stefan Franssen beschikt de band over een prima ritmesectie, waarbij de laatste ook de roffel uitstekend bleek te beheersen. ‘Doctor’ Mac Rebennack kwam regelmatig voorbij, maar ook de legendarische pianist Professor Longhair werd door de band vereerd. Coos Zwagerman ontpopte zich ook als zanger, wat hij niet onverdienstelijk deed. Keurig in toon, prima timing ook, maar zijn zang verdient echter meer expressie, zoals hij die wel in zijn trompetspel kan leggen. Heel lekker was de met een mooi lang intro uitgevoerde boogiewoogie solo van de jonge pianoprofessor. Pinetops Boogie swingde met bas en drums heerlijk weg, tot vreugde van het publiek. Ha! Boogiewoogie! Waar hoor je dat nog?   En wat is dat toch fijn om weer eens zo’n smeuïge Fats Domino groove te horen spelen: Let The Four Winds Blow, en dat was natuurlijk geen probleem in Windkracht 13. Gumbeaux sloot het optreden af met een passend eerbetoon aan Dr John met een funky uitvoering van diens hit uit vervlogen tijden, Iko Iko.                                                                                                                                        

Foto DJ's Quint en Remco
DJ’s Q & R

De afterparty werd door de DJ’s van dienst Quint & Remco geheel in stijl met jazzvinyl afgerond. Zij hadden Jarmo Hoogendijk, Rob van Bavel en Frans van Geest al eerder blij verrast door het draaien van een zeldzame LP van Eric Dolphy met begeleiding van een Nederlands trio, met daarin drummer John Engels. Zo kwam ook IJf Blokker aan zijn trekken. Eregast Jarmo is trouwens nog lang gebleven; hij bleek zich prima te vermaken op dit Jutter Jazz Fest en ging pas rond middernacht terug richting Den Haag.

Zondag.
Na een lange muzikale zaterdag was het op de 2e dag van het JJF fijn ontwaken met de perfecte zondagochtend muziek.

Foto Bart van Gemert Kwintet
Bart van Gemert Kwintet

Het kwintet van Bart van Gemert bracht het goed met publiek gevulde Windkracht 13 in een passende pastorale sfeer met fraaie eigen composities van de hand van de jonge drummende meester. ‘Modern Creative’, of zoiets – het beestje moet een naam hebben. Maar wat een sterke songs of ‘stukken’, zoals dat in jazzjargon heet! Bart van Gemert, een behoorlijk bourgondisch ogende jongeman met een rossige baard heerste vanachter zijn drumstel met zachte, maar dwingende hand. Alsof hij zo geboren was, zo vanzelfsprekend leidde hij zijn even jeugdige kompanen naar fraaie hoogten en vergezichten. Samen met zijn ‘jonge broertje’ Thijs op de contrabas en pianist Hidde Smedinga bezorgde hij strak in een heerlijke cadans geplaatste ritmische accenten, terwijl gitarist Thijs de Klijn en trompettist Ruben Drenth meanderend in conversatie bleven. Deze laatste speelt in dit ensemble ook echt de eerste trompet met veel solopartijen, die steeds heel smaakvol en mooi in opbouw waren. Bijna Vloeimansiaans als hij omfloerst en met veel aangeblazen lucht een solo begint en daarna steeds meer kracht bijzet en toch weer ingehouden weet te eindigen – heel fraai. Pianist Smedinga moeten we ook in de gaten houden: geen kijk-mij eens-virtuoso, maar een ultieme begeleider, die de muziek leest, zoals een goede voetballer de wedstrijd. Zo waren daar momenten waarbij hij met een kralengordijn van klaterende arpeggio’s de solo’s van de Klijn en Smedinga omkleedde. Zoals gezegd had de muziek van dit kwintet pastorale kwaliteiten, wat dat ook moge zijn, maar in het stuk Zeehond, dat door zijn bedenker met een aantal subtitels werd toegelicht: ‘snoezig toetje, knuffelbeestje’, werd al snel een wissel verkeerd genomen en leek het treinstel te gaan ontsporen in een ritmische versnelling met dissonante en ontregelende tonen van trompet en gitaar. Alsof het arme zeehondje in een woeste achtervolging door een wrede orka verslonden dreigde te worden. Heel mooi: van hemels naar…diepe krochten. Vrijwel alle composities waren van de hand van Bart van Gemert en een van zijn broer Thijs, maar zonder uitzondering van een veelbelovend niveau. Aha…bedenk ik me opeens: dat is dus ‘modern creative!’

Tim Langedijk Kwartet

De drummer kwam net terug uit China, waar hij had getoerd met het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw en de gitarist gaat op tour door Europa met het Metropole Orkest, fijn om kennis te maken met het Tim Langedijk Kwartet in Windkracht 13 te Den Helder.
Gitarist Tim Langedijk had hier al eerder veel indruk gemaakt en dat bleek nu met een nieuwe band geen toeval te zijn geweest. Vanaf de eerste tel weet je dat je hier te maken hebt met grootmeesters, die een hoog niveau van samenspel, van beheersing, van dynamiek combineren met spelplezier en improvisatievermogen. De toevoeging van tenorsaxofonist Tom Beek aan de originele triobezetting pakt heel goed uit omdat hij – in de woorden van Tim Langedijk – de beste is. En daar kan ik hem op deze zomerse zondagse namiddag zeker gelijk in geven: wat een prachtige toon, wat een fijne gedoseerde opbouw, welk een lyriek. Zo vertel je een verhaal, zo kan je je uitdrukken op een instrument – zonder woorden. Met referentie aan My Favorite Things van John Coltrane, oftewel, hoe verjazz je een mooie popsong en transformeer je het tot iets …eh…mooiers: J.J. Cale’s After Midnight kreeg een prachtige slow down ‘Tim Treatment’, waarbij gitaar en sax ogenschijnlijk achteloos getimed samenspanden terwijl de heerlijke ritmesectie van bassist Boudewijn Lucas en meesterdrummer Marcel Serierse een supercool ritmisch bedje spreidden. Lucas liet zijn fenderbas trouwens – ook in zijn solopartijen – lekker ‘knorren’ en Serierse leverde een paar geweldige drumsolo’s af, waarin hij zijn kit behoorlijk liet knallen. Naast eigen composities van Langedijk werden we ook getrakteerd op een fraaie uitvoering van Nardis, van Miles Davis en een fraaie song van Pat Metheny, die hij opdroeg aan zijn jonge vrouw. Ach, wat lief. Maar de heren kunnen ook nog steeds, zoals bleek in het laatste stuk, tappen uit bebop- en hardbopvaatjes, waarbij ze de swing tot grote hoogten wisten op te voeren.

Het was ondertussen al zes uur in de namiddag geworden en het Tim Langedijk Kwartet bleek een ideale afsluiting van een lang, jutters en jazzy weekend. Op naar het Jutter Jazz Fest 2020!

Foto Gallery JJF
Bekijk ook de foto’s van Jowan Richie in de Gallery onderaan de Pagina Jutter Jazz Fest

Tekst Gerard Hoekmeijer   Foto’s Fred Geldermans