RECENSIE THE JIG

Zaterdag 17 juni 2017; Windkracht 13; ca 250 bezoekers

Jazzweekend 2017: Op naar Windkracht 13, waar zeker voor de vijfde maal alweer de Amsterdamse Funkband The Jig stond geprogrammeerd. Verander nooit een succesformule zal de gedachte zijn van de samenwerkende organisatoren Stichting Nieuw & Diep en Windkracht 13. Want deze Mokumse Funkatiers zijn alhier razend populair geworden en het was dan ook naar verwachting stampvol en bloedheet in de ‘tent’. Het is niet voor niets, dat deze band het zo goed doet, want het lijkt wel of ze elke keer weer een beetje strakker en beter worden. Het ‘stond als een huis’ vanaf de eerste maten: een hard maar transparant geluid.

De basis: de formidabele basgitaar van Arry Niemantsverdriet, die bij deze gekroond wordt tot ‘Koning Slap’. Samen met de al even goede gitarist Martijn Smit en de metronomisch strakke drummer Niels van Groningen legt hij een onverbiddelijke groove neer, waaraan door niemand te ontkomen is. Zelfs de grootste houten Klaas wordt zo los in de heupen. De unisono riffs van het strakke snarenduo vliegen je om de oren, terwijl toetsenist Bas Grijmans de ruimtes smakelijk dichtsmeert met volvette akkoorden van zijn Hammond. Ook zijn bijdragen – zowel solistisch als in het laag – op zijn Moog synthesizer dragen bij aan het avontuurlijke geheel.

 

Ja en dan daar nog bovenop die blazers! Wat is dat toch een genot: de schaamteloos laag knorrende baritonsax van de uitstekend voor Koen Schouten invallende Arnoud de Graaff, de voluit honkende tenorsax van Jeroen van Genuchten en de messcherpe interrupties van de nieuwe trompettist Robin Rombouts. De chorussen zijn precies en krachtig, de solo’s sterk. Een absoluut toporkest in dit genre!

 

 

 

En dan hebben ze sinds enige tijd ook een zanger in huis, die zich laat afficheren als Mr. Ruben Seyferth. Hij zingt nog maar een handvol songs maar met hem hebben ze wel een weer een bijzonder krachtige stem erbij. Een beetje tussen Prince en Bon Scott(de reeds lang overleden eerste zanger van AC/DC), wat mij betreft. Hij mist nog wat persoonlijkheid om uit te groeien tot een echte frontman, maar in potentie heeft hij veel in huis.

 

 

Het was dus wederom een onbedaarlijk dansfeest in WK 13. The Jig doet echt wat het belooft: iedereen naar huis met ‘sweat in the buttcrack’! Het feest werd nog in de kleine uurtjes voortgezet door het lokale duo Boem!

Tekst Gerard Hoekmeijer  Foto’s Bert van Eijk

RECENSIE PETER BEETS TRIO & BENJAMIN HERMAN  

Zaterdag 13 mei 2017; Windkracht 13; 120 toeschouwers

Jazzpodia in het land hebben het moeilijk, maar dat is eigenlijk geen nieuws. Ook Nieuw & Diep kende zijn dip bij het afsluiten van het vorige jaar. Maar zie, het bestuur is vernieuwd en afgelopen zaterdag startte het onlangs 15 jaar geworden Helderse  jazzgenootschap een nieuwe serie concerten met een spetterend optreden van het Peter Beets Trio met steraltist Benjamin Herman als gast. Een betere doorstart kun je niet bedenken, want de zaal was bomvol en iedereen had er zin in.

Dat gold zeker ook voor de musici, want het spelplezier spatte er vanaf de eerste tel van af met het onstuimig swingende Rollo van Misha Mengelberg. Dit zette de toon van de avond, want werd niet alleen een feestelijke wederopstanding van Nieuw & Diep, maar tevens  een eerbetoon aan de onlangs overleden ICP-hoofdman. Peter Beets merkte nog op dat ‘hij niets met de pianist Mengelberg’ heeft, maar wel met diens composities. En inderdaad, Peter Beets is tenslotte een echte ‘Peterson’. Een virtuoso pur sang, met een flitsende rechterhand, die ondersteund wordt met krachtig gehamerde akkoorden op links. Muzikaal mijlenver verwijderd van het hoekige, spaarzame Monkiaanse spel van Mengelberg. Tot waarschijnlijk veler verrassing, ontpopten zijn composities zich als toegankelijke en soms vrolijke wijsjes. Dat was uiteraard ook de verdienste van de musici: Beets soleerde dat het een lieve lust was en geselde het ivoor tot in de verste uithoeken, van oor tot oor grijnzend en het lange lijf als een roofdier gekromd voor de aanval. Hermans spel was frivool, luchtig, heerlijk ongedwongen en vrij.

De heren werden op de hielen gezeten door een ritmesectie, die er geen gras over liet groeien: in Hypochristmutreefuz van Mengelbergs LP met Eric Dolphy (Last Date) werd een nieuw wereldrecord swing gevestigd! Broer Beets, Marius – de koning van de walking bass – vuurde het kwartet onverstoorbaar aan met een dwingende oerkracht. Zonder mededogen met zijn kompanen en schijnbaar onbewogen plukte hij door en door en door. Fantastisch! Ook de uit Italië afkomstige drummer Roberto Pistolesi liet zich hierin niet onbetuigd en bleek zeer aan de bassist gewaagd.

 

Aardig was hun interpretatie van het bijna onvermijdelijke Caravan. Bij een intro van tribale drums begon Herman op uiterst ingehouden wijze aan een verkenning van het landschap. Met vervreemdende vegen uit zijn altsax schilderde hij de woestijn, terwijl Pistolesi er een lichte kamelendraf bij sloeg tot het overbekende, maar bijna bevrijdende thema van de Ellington hit werd bereikt en de band los ging in een Formule 1 gang. Het stuk mondde uit in een spontaan ostinato, waarin drummer Pistolesi zich heerlijk mocht uitleven, zeer tot genoegen van het enthousiaste publiek, dat de heren aanmoedigde met kreten, gefluit en geklap.

 

De tweede set begon juist weer ingetogen met een prachtige uitvoering van de Ellington classic Sophisticated Lady. ‘Dan hebben we de ballad alvast maar gehad’, zei Peter Beets schertsend. Benjamin Herman speelde een lange en werkelijk adembenemend mooie eerste solo: omfloerste, met veel ‘valse’ lucht omgeven tonen, met soms onbeschaamd lang aangehouden vibrato – schmierend bijna, zo vlak langs de afgrond van het sentiment. Ook Peter Beets deed het stuk eer aan door een knap opgebouwde improvisatie, die uiteraard leidde naar een explosieve apotheose met ferme akkoordaanslagen, waaronder de Bechstein vleugel bijna leek te bezwijken. Hierna was het weer onverbiddelijke swing wat de klok sloeg!

Beestachtig goed, deze Beetsband en de beste reclame voor de jazz, die je maar kunt bedenken. Een staande ovatie in een tot kookpunt gebrachte Windkracht 13 was hun terechte deel. De heren lieten zich graag verleiden voor een toegift alvorens af te reizen. Het publiek bleef nog lang na genieten. Inderdaad: een betere doorstart had Nieuw & Diep zich niet kunnen bedenken.

Tekst Gerard Hoekmeijer   /   Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE “DOMINIC J. MARSHALL & FRIENDS”

Zaterdag 29 oktober 2016; Windkracht 13

29102016-edit-marshall_peet_gaddumNa het fantastische optreden van Ramón Valle en Efraïm Trujillo van afgelopen maand, stond deze zaterdagavond de piano wederom centraal in het concert van het trio van de jonge Engelse pianist Dominic J. Marshall en zijn ‘Friends’. Dit was tevens het moment van het terugzien van Jamie Peet, de wonderdrummer, die in Windkracht 13 in korte tijd de status heeft bereikt van cultheld. De andere vriend betrof Glenn Gaddum Jr., die hier onder andere al eerder furore heeft gemaakt als bassist van Sven Hammond Soul. Marshall is nog pas 26 en heeft piano gestudeerd aan de conservatoria van Leeds(UK) en Amsterdam, eerst klassiek, later jazz. Hij schrijft al zijn eigen materiaal en heeft nu al twee albums daarvan uitgebracht, de laatste met de titel “The Triolithic”, waarop zijn huidige vrienden meespelen. Van deze CD werden deze avond dan ook alle stukken gespeeld. De Brit is nog jong, maar heeft zich toch al in de kijker gespeeld van niemand minder dan Jamie Cullum, collega toetsenist en zanger, maar ook radiomaker bij de BBC, waarin hij hem een optreden gunde. Een succesvolle muzikale carrière lijkt daarom voor hem open te liggen. Afgaande op zijn sterke optreden in Windkracht 13 van deze avond kunnen we beslist nog veel van hem verwachten. Wel is het hem geraden door te gaan met deze ‘Friends’, want zij lijken voor elkaar te zijn voorbestemd.

29102016-edit-marshall_peet_gaddum_0006Marshall schrijft stukken met een nogal klassieke opbouw, ver weg van de traditionele vorm van A’tjes en B’tjes, couplet en refrein, die in de jazz van oudsher gebruikelijk is. Zijn aanpak is veeleer gebed in de uit de Amerikaanse jazz ontstane Europese vormen van structuur en improvisatie. Meestal begint hij op de vleugel met het neerzetten van een basisthema, van waaruit hij met vloeiende lijnen verder improviseert, met een voortdurende veranderende ritmiek en met afwisselend sferische, bijna meditatieve momenten tot soms verrassend tegendraadse fraseringen, waarbij de rol van zijn partners cruciaal is. Glenn Gaddum stuwt voortdurend met prachtig lijnen op zijn 5-snarige Fender basgitaar en Peet is onnavolgbaar in zijn soms bizarre interrupties. Ondanks de complexiteit van de ritmiek leveren ze vaak een dwingende groove op. Dominic Marshall is geen virtuoos, die zich steeds als zodanig laat gelden, maar bouwt zijn muziek eigenlijk heel logisch en organisch op. Geslaagd is ook zijn gebruik van een kleine synthesizer, die op zijn vleugel ligt en waarop hij zich zelf ondersteunt met dragende akkoorden, die soms klinken als ‘blokfluiten onder water’ en mij bij vlagen deed denken aan het neuzelige geluid van het orgeltje van Robert Wyatt(de voormalige drummer en zanger van Soft Machine). Of andersom: soleren op de synth en krachtige baslijnen hamerend op het vleugelklavier. Hij gunt Gaddum ook zijn momenten om solistisch uit te blinken; diens spel op de basgitaar imponeert en zijn toon is fraai, zingend in het hoog.

29102016-edit-marshall_peet_gaddum_0001Na de twee eerste stukken waarbij band en het bijna vijftigkoppige publiek elkaar als het ware aftastten, kwam in “Free Palestine” de muziek echt tot bloei. Het spel van het trio riep bij mij beelden op van een autorit door een onbekend landschap met steeds wisselende fraaie vergezichten; steeds als je in dromerijen dreigde te vervallen, ontstond er enige onrust door een plotseling opdoemende tegenligger op de smalle weg, als Jamie Peet de orde plotsklaps verstoorde met een keiharde cymbaalslag of een tegenmatige roffel op zijn opvallend overmatige hi-hat bekkens. In “Windermere” mondde het uit in een erg knap gespeelde, maar plagerig ongemakkelijk klinkende groove – als een compagnie dienstplichtige matrozen, die expres uit de maat marcheren om de bevelvoerende korporaal der mariniers te pesten. Domenic J. Marshall & Friends spelen als een drie-eenheid, met ongelofelijk strak samenspel, waarbij de musici elkaar voortdurend uitdagen om weer een ander spannend pad te volgen.

29102016-edit-marshall_peet_gaddum_0009Hoogtepunten waren er genoeg, vooral als de linkerhand van de pianist in volkomen symbiose die van de bassist raakte en met stuwende basriffs de muziek tot grote hoogten voerde. Het absolute hoogtepunt van het concert werd bereikt in “Blue Lotus”, dat na een fraaie thematische opbouw uitmondde in een basso ostinato, waarin Jamie Peet een furieuze drumsolo ten beste gaf, die het publiek verleidde tot een staande ovatie. Zo willen we het horen! Zo willen we het zien!

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie

RECENSIE “RAMON VALLE & EFRAIM TRUJILLO”

Zaterdag 24 september 2016 | Windkracht 13

24092016-edit-valle_trujillo_0008Voor de vijfde keer trad de Cubaanse pianomaestro in Windkracht 13 voor het voetlicht. Nu samen met rietblazer Efraïm Trujillo. Zijn eerdere concerten op dit podium waren bijna allemaal van hoog niveau, maar desondanks kwamen zaterdag slechts een kleine vijftig 24092016-edit-valle_trujillo_0002liefhebbers opdagen, waarvan zeker de helft van ver kwam. Ik sprak zelfs een echtpaar uit Elst! Ramon Valle lijkt het niet te deren, want hij is een meester in het creëren van een intieme sfeer en met een duo bezetting als deze, zonder drums, is hij als een vis in het water. Net zoals tijdens zijn eerdere optreden met trompettist Eric Vloeimans werd een optimaal gebruik gemaakt van de dynamische mogelijkheden van deze bezetting: in de zachtste passages kon Trujillo zijn sax ritmisch inzetten door stacatto lucht langs het riet te blazen of zijn sopraansax in de klankkast van de vleugel te laten resoneren met de snaren. Ook bleek daarbij dat de pianopedalen nodig doorgesmeerd moeten worden, want er openbaarde zich een piep, die op zijn best nogal grappig overkwam, maar op sommige momenten ook wel storend was. Het zijn dergelijk details, die muziek echter ook menselijk houdt, want stel je toch eens voor dat het perfect zou zijn?

24092016-edit-valle_trujillo_0016_bw Efraïm Trujillo bleek de perfecte partner te zijn voor Valle, die als geen andere musicus improviseert in interactie met zijn muzikale partners. Dat leverde in het verleden fantastische momenten op met drummers als Owen Hart Jr. en Jamie Peet en de reeds genoemde Vloeimans, maar hier was sprake van een bijna perfecte symbiose. Het samenspel was als een sensuele tango tussen twee geliefden, soms in elkaar verstrengeld met langs elkaar heen kronkelende notenreeksen, dan weer plagend afstotend en aantrekkend. Dat kwam heel sterk naar voren in de geweldige uitvoering van de toch behoorlijk uitgekauwde jazzstandard “Caravan” van Duke Ellington en Juan Tizol. Het duurde even voor het stuk zich openbaarde, want Valle begon met de constructie van onderop, als het ware vanuit het niets, waarbij hij langzamerhand steeds weer wat harmonische componenten toevoegde. Pas na het invallen van de tenorsax van Trujillo kwam de herkenning, maar ook de verbazing wat je allemaal met dat toch vrij eenvoudige thema kan doen. Na de constructie werd er weer even vrolijk en vaardig gewerkt aan de sloop van de caravan. Dat leverde een proeve van ongeëvenaard en adembenemend samenspel op. Bravo heren! Direct daarna was er tijd voor contemplatie met een fraai in mineur getoonzet stuk met een prachtige sopraansaxpartij van Trujillo. Zeer geschikt voor de ‘uitvaart top tien’ met koffie en cake. Valle speelde hier fraai beheerst, hetgeen een verstilde melancholie opriep. In andere stukken geselde hij het klavier met ferme uithalen in het lage register, waarbij de Bechstein zich bijna kreunend gewonnen gaf. Heel sterk was ook hun interpretatie van Coltrane’s “Giant Steps”, waarbij de heren duelleerden op het scherpst van de snede, met een continue spel van plaagstootjes en tegenzetten, waarbij de kleine Cubaan, onder het slaken van vreugdekreten, herhaaldelijk opsprong van achter zijn instrument. Ja, zo zit er ook humor in muziek. In de tweede set ging Valle nog lekker los met heerlijk overdadig pianospel ‘latin style’; rumba met swingende, maar stevig neergezette grote akkoorden, waarbij ook Trujillo zich heerlijk kon laten gaan. Het publiek liet deze muzikale warmte met genoegen over zich uit storten en beloonde de heren met een even warm applaus. Uiteraard kwamen ze nog even terug om het concert een passende afsluiting te geven met een virtuoos en in hoog tempo gespeeld ‘encore’. Ramón Valle en Efraïm Trujillo zien we ongetwijfeld wel weer terug in Windkracht 13. Uw recensent begaf zich in een goed gemoed huiswaarts in de zwoele zomernacht.

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie

RECENSIE “THE JIG”

Zaterdag 18 juni 2016; Windkracht 13

18602016-RAW-The_Jig_Jazzweekend_0110.webVoor de derde keer in successie trad de Amsterdamse zevenkoppige funkformatie The Jig in Windkracht 13 voor het voetlicht tijdens het Helderse jazzweekend. Een succesformule! Want er waren nog meer mensen op af gekomen, dan vorig jaar, toen de galerie al stampvol was. Nu puilde de zaak helemaal uit van het volk, zowel binnen als 18602016-RAW-The_Jig_Jazzweekend_0575_bw.webbuiten. Het was maar goed dat het buiten nogal koel was, want binnen steeg de temperatuur tot tropische hoogte. Wellicht staan de heren voor een publieke doorbraak, want in het Parool van deze dag stond een twee pagina’s groot artikel met een uitgebreid bandportret en hadden in de vooravond al een optreden gegeven voor de AVRO/TROS-radio. In ieder geval heeft The Jig in Den Helder de nodige indruk gemaakt, want ik sprak veel mensen, die er de vorige keer ook bij waren. Opvallend is ook dat de band vanaf de eerste maten een ‘positive drive’ te weeg brengt: allemaal lachende, vrolijke mensen – jong en oud – die losjes uit de heupen staan te wiegen. Hoe doen ze dat toch? Het antwoord ligt bezonken in de hoofdletter ‘F’: Funk is feelgood music!

Want ja hoor, meteen is er die groove. De bas van Arry Niemantsverdriet leidt het bal, Niels van Groningen op drums en Martijn Smit op gitaar zijn z’n secondanten. Bas Grijmans levert met romige vegen op zijn hammondorgel hand- en spandiensten en het feest is compleet als het kopertrio zijn vlijmscherpe interrupties en chorussen over de menigte uitblaast. De band speelt strak en geconcentreerd, drie sets en een ruime toegift tot in de kleine uurtjes en zonder een spoor van sleet: dit is topsport, dit is een top band! 18602016-RAW-The_Jig_Jazzweekend_0271_bw.webHet zwarte muzikale erfgoed van Bootsie, George en James is bij deze witte Mokummers beslist in goede handen. Ze kunnen putten uit materiaal van vier albums, voornamelijk eigen werk, maar het is vrijwel allemaal inwisselbaar, met hooguit wat wisselende ritmiek, tempo’s en de altijd lekker smeuïge, geile koperlijnen. Afwisseling is er wel in sommige intro’s, waarbij de blazers fraai harmoniëren en ons direct naar New Orleans brengen, de bakermat van alles van blues, jazz, soul, r&b tot funk. Uiteraard trekken Koen Schouten en zijn riet- en koperkompanen weer al knorrend en shoutend de meute in, als in een echte streetparade. Schouten is met zijn imposante baritonsaxofoon ook de echte leider, die naast zijn vlotte babbels her en der lekker lage ‘rietscheten’ uit zijn buizenstelsel laat ontsnappen. Want juist dat maakt deze band zo goed: zo strak als een deur en toch ook weer zo lekker…….los. Bassist Niemantsverdriet maakte ook deze keer weer veel indruk, ook met een fenomenale solo, terwijl zijn besnaarde collega Martijn 18602016-RAW-The_Jig_Jazzweekend_0487.webSmit niet voor hem onderdoet, zowel solistisch als begeleidend. Hun samenspel is geraffineerd en een genot om te beluisteren. De invallende trompettist, Floris Windsey, speelde trouwens beslist verdienstelijk en voegde met fraai omfloerst spel op zijn flügelhorn een scheutje melancholie toe aan de verder toch heerlijk gekruide ‘southern Jigmix’. Hier en daar was er ook enige solistische ruimte voor toetsenist Grijmans en tenorsaxofonist Jeroen van Genuchten, die smaakvol werden benut, terwijl Schouten zijn baritonsax lekker lang liet gillen als een speenvarken. Hij beloofde het publiek ook een speciale verrassing; dat bleek Ruben Seyferth te zijn, niet de door sommigen verwachtte ‘rondborstige zwarte soulzangeres’ maar een meer ‘Jet Rebelachtig’ type, uitgerust met een strot van jewelste. Van Prince tot AC/DC, dat kon je er allemaal in horen. Hij kwam met gemak boven de op ‘vol orgel’ spelende band uit! Zijn krachtige falset herinnerde ons aan de onlangs opgestegen purperen koningszoon, terwijl op andere momenten zijn voordracht zelfs enigszins aan Dr. John deed denken. De hele avond bleef Windkracht 13 zo vol dat er eigenlijk te weinig ruimte om te dansen was, maar na middernacht ging iedereen los: band en publiek in een dampend en uitgelaten samenzijn: een waardige eredienst in de heilige Funktempel!

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie