RECENSIE THE BIG HORNS

Zaterdag 16 juni 2018 I Windkracht 13

Het Helders Jazzweekend lijdt al jaren een kwijnend bestaan. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je ‘over de hoofden’ lopen in de Koningstraat, maar in het daaropvolgende decennium liep de belangstelling steeds meer terug. Dat was vooral te wijten aan gemakzucht en verkeerde zuinigheid van de organiserende horeca, die slechts oog had voor de bierpomp. Het jazzweekend deed zijn naam steeds minder eer aan met alleen maar goedkope lokale coverbandjes. Jazzgehalte: 0,0. Heel cynisch paste men de naam hierop aan: ‘het Helders Jazz en muziekweekend’. Een gotspe natuurlijk, het zegt veel over de intenties van de kroegbazen.

Samen met jazzgenootschap Nieuw & Diep probeert Windkracht 13 al een aantal jaren de vlag van het jazzweekend hoog te houden met het programmeren van professionele bands van niveau. In 2002 startte men met Advanced Warning, het roemruchte powertrio van tenorsaxofonist Rinus Groeneveld, Hammond organist Herbert Noord en drummer Pierre van der Linden. De afgelopen jaren stal de Amsterdamse funkband The Jig hier de show en vermaakte het massaal toegestroomde publiek met volvette en messcherp gespeelde funk. Alles op de één, en WK13 werd in een klap omgebouwd tot Funkenstein. Afgelopen zaterdag werd er echter uit een heel ander vaatje getapt bij het spetterende optreden van The Big Horns uit Rotterdam en omgeving. Nu lag de nadruk op de derde tel: Skatologica heerste de gehele avond.

The Big Horns is een samenwerkingsverband van RSJF (Rotterdam Ska Jazz Foundation) en BOSCO (Bogers Swing College). Het bleek een gouden greep te zijn: speel jazz Standards en bigband repertoire uit de jaren veertig, vijftig en zestig in lekkere ska arrangementen en hoppa, de voetjes gaan van de vloer!                                                                                                                                                                        De band bestaat uit een ritmesectie van drums, bas, gitaar een toetsen en een flinke zeskoppige blazers eenheid. Ska is de Jamaicaanse voorloper van de reggae en ontstond uit de Rocksteady en kwam tot bloei in de legendarische Studio One van producer Clement Dodd op het rum eiland. De stijl werd groot gemaakt door bands als The Skatalites en organist Jackie Mittoo. In feite werden Jamaicaanse ritmes gemengd met funky New Orleans blazerspartijen.                                                                            Ska is gewoon snelle en dansbare reggae, ideaal voor een avondje uit. Daar lustten Britse bleekscheten en hun zwarte vriendjes wel pap van aan het eind van de jaren zeventig: The Specials, Madness en The Selecter van het populaire 2 Tone Label scoorden hit na hit.

De blazers van The Big Horns speelden niet alleen heerlijk strak en romig, maar hadden zich ook gehuld in ‘baggy trousers’ en hun outfit werd passend afgemaakt met een zonnebril. Slechts het bijpassende dansje ontbrak eraan. Aan het showelement mag echter nog wel wat geschaafd worden, om toch maar een kritische noot te kraken. Zo deed gitarist Jeroen van Tongeren wel zijn best om flitsende aankondigingen te doen, maar dat moet nog wel wat beter en duidelijker worden. Ook de olijk bedoelde synchrone bewegingen van de blazers kwamen niet helemaal uit de verf. Maar gelukkig maalde het enthousiaste publiek hier helemaal niet om, want de muziek deed zijn werk. Dezelfde gitarist Jeroen speelde een paar fijne vette solo’s en het daaropvolgende chorus met robuust blaasgeweld ging erin als koek. Ja, waar hoor je dat nog tegenwoordig, zo’n uitgebreide band met echte instrumenten? Hidde Wijga – ‘de vrolijkste toetsenist van Nederland’ – kreeg alle ruimte om zijn smaakvolle spel te etaleren met prima solo’s en heerlijk ritmisch geplaatste accenten op orgel en piano. Drummer Dimitri Jeltsema bespeelde zijn kleine kit met een nog kleinere basdrum zo strak als een deur en met veel power en vormde met de uitstekende bassist Merijn van Wijdeveen het krachtige motortje in de machinekamer van The Big Horns. En deze laatsten speelden niet alleen lekkere chorussen, maar stonden stuk voor stuk voor prima solo’s. 1e trompettist Daan Bogers leidde ‘het bal’ met krachtige en virtuoze erupties, waarna de rest niet kon achterblijven. Het publiek vond het prachtig en anticipeerde met terecht applaus. Helaas bleken de tenor- en bariton sax niet goed door de geluidsmix te komen door een technisch mankementje van hun contactmicrofoons. Het mocht de pret echter niet drukken en later bleek het euvel verholpen. De kenners hoorden onder anderen Milestones (Miles Davis), The Sidewinder (Lee Morgan) en Minnie The Moocher (Cab Calloway) voorbijkomen, de laatste met een mooi afgestopte trompet. Ook het overbekende St. James Infirmary kreeg een fraaie uitvoering in een langzame reggae Groove.

The Big Horns hebben nog wat te weinig repertoire om een hele avond te vullen, maar DJ Erik van Houwelingen voelde de sfeer gelukkig goed aan en vulde de pauzes uitstekend en naadloos in met de juiste muziek.
Er was jazz in WK13, en ska, en er werd volop gedanst en geswingd. Het was goed. Het was jazzweekend in Den Helder…………

Tekst Gerard Hoekmeijer    

 

RECENSIE TEUS NOBEL LIBERTY GROUP

Zondag 29 april 2018 I Windkracht 13

Buiten was het perfect op de Lenteboktocht afgestemd, druilerig regenweer, maar binnen in Windkracht 13 verscheen op zondag 29 april de zon stralend aan het firmament, eh….nou ja….het systeemplafond…… Zo’n weerkundig onverklaarbaar fenomeen doet zich maar een enkele keer in een mensenleven voor, dus de kleine veertig aanwezigen konden zich met recht ‘the lucky few’ voelen. De oorzaak van dit alles lag bij de jonge trompettist Teus Nobel, die samen met zijn Liberty Group een magistraal optreden gaf, dat uw recensent nog lang zal heugen.

Al bij het tweede nummer sloegen de heren ongenadig toe: een onmogelijke, ongemakkelijke en tegendraadse ‘telganger’ riff van bas en drums, waarop de jonge – nog lekker blozende – pianist Alexander van Popta een waterval van fraaie arpeggio’s liet neerdalen, waarop de bandleider subtiel zijn solo kon opbouwen.

Deze ritmesectie, met de Belgische drummer Tuur Moens en Jeroen Vierdag, afwisselend op contrabas en basgitaar, bleek een ware revelatie te zijn. Moens speelt met ogenschijnlijk groot gemak en met een ongekende dynamiek de meest waanzinnige polyritmische partijen en zijn partner in crime, Vierdag volgt hem probleemloos.

Ook hij beheerst zijn instrument als een verlengstuk van zijn lichaam en speelt bovendien fraaie solo’s, waarbij hij zijn contrabas fluisterend laat zoemen, maar af en toe ook ongenadig laat knallen. Hij is natuurlijk wel wat gewend door zijn jarenlange samenwerking met Martijn Vink in The Ploctones, maar in deze Liberty Group lijkt hij zijn plek echt gevonden te hebben.

‘Dit bandje moet ik bij elkaar zien te houden‘, liet Nobel zich tegenover het publiek ontvallen. Dat is hem geraden ook, zo iets moois moet je koesteren. Niet alleen de ritmesectie, maar ook pianist van Popta gaf een visitekaartje af om U tegen te zeggen. Alles klopte aan zijn spel. Speels, licht, gedoseerd, verfijnd. Hij kreeg gelukkig ook alle ruimte om zijn beeldende verhalen te vertellen. Beginnend met kleine eenvoudige melodische miniatuurtjes, construeerde hij met impressionistische vegen van zijn rechterhand op het klavier spannende ontwikkelingen, steeds toewerkend naar filmische apotheosen, die na talloze verrassende cliffhangers werden bereikt. Adembenemend!

In de tweede set werd het allemaal nog mooier. Het openingsnummer was een ‘wereldpremière voor Den Helder’ en dat kan de stad wel gebruiken, nu we opgezadeld zijn met lokale politici, die het gemeentebestuur tot een lachwekkende farce degraderen. En wat voor een nummer! Een geweldig dwingende puls van de ritmetandem dwingt de andere heren tot het uiterste van hun kunnen. Chapeau!
De hoogtepunten volgden elkaar op en hielden het publiek op ‘het puntje van de stoel’.

Teus Nobel excelleerde in een prachtig intro, waarbij hij à la Eric Vloeimans mooie omfloerste lange noten met ‘valse lucht’ aanblies in een – naar zich liet aanzien – sfeervolle ballad. Maar de atypische drumsolo, die hierop volgde transformeerde geleidelijk in een onstuitbare hectische riff van bas en drums, waarop eerst van Popta en daarna Nobel schitterend soleerden. In dit stuk – alles van eigen hand – voelde je de band loskomen, opstijgen van planeet aarde (‘groundcontrol to major Tom!’), en het publiek ging mee.
Teus Nobel beschikt over een uitstekende beheersing zowel op trompet als flügelhorn. Zijn frasering en zijn timing zijn perfect en hij behoud in alle registers een fraaie toon. Moeiteloos schakelt hij van lage naar hoge versnellingen en steekt zo zijn leermeester, Jarmo Hoogendijk naar de kroon. Maar buiten zijn excellente spel mag ook zijn podiumuitstraling er zijn. Hij maakt met zijn ongedwongen presentatie makkelijk contact met het publiek en geniet zichtbaar mee van de verrichtingen van zijn band.

Ook in de ballads excelleert de band. Zo is er een fraaie ode aan Shuggie Otis met een bewerking van diens cult hit uit de seventies, Strawberry Letter 23, die uw recensent overigens nauwelijks meer herkende. Het afsluitende stuk dampt tenslotte aan alle kante over van intensiteit en klasse en zo krijgt de band het Helderse publiek aan zijn voeten met een staande ovatie. Ook de toegift was weer een hoogtepunt.
Een eenvoudig, zeventonig thema op de piano ingezet, na een paar maten strak gevolgd door de basgitaar, dat door deze Liberty Group bijna wellustig tot een zinderend einde wordt gebracht.

Teus Nobels Liberty Group is nu al een uitstekende band, die zich – zeker als ze langer bijeen blijven – kan meten met elke buitenlandse topact!

Recensie Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE ARTVARK & NTJAM ROSIE

Zondag 25 maart 2018  I Windkracht 13 I ca. 60 bezoekers

Het was een mooie lentezondag met zon en er was veel volk op de been, want er was ook van alles te doen in Den Helder. Toch bleef het nog wat fris voor de tijd van het jaar. Maar in Windkracht 13 kwamen bijna zestig belangstellenden bijeen om zich te laven aan de warmte, die muziek kan brengen. En dat bleek na afloop een heel goede keus te zijn geweest, want het saxofoonkwartet Artvark en zangeres Ntjam Rosie brachten Windkracht 13 in een warme gloed en een bijna euforische roes.

Een bijzondere formatie in de jazz, zo’n saxofoonkwartet. Ja, we kennen het fenomeen uit de klassieke muziek, met strijkers en blazers. Maar in de jazz……zonder drums of piano? Is er dan nog wel iets van groove? Gaat het nog wel swingen? Ja hoor, zo bleek al gauw: al die elementen kunnen ook opgeroepen worden met behulp van een bariton-, een tenor- en twee altsaxofoons. Peter Broekhuizen leidde de groove met knorrende, maar dwingende riffs, de tenor van Mete Erker bracht syncopische accenten, terwijl de twee alten van Bart Wirtz en Rolf Delfos afwisselend en gezamenlijk de melodische thema’s verzorgden.

 

 

 

 

 

 

 

 

De heren speelden akoestisch, zonder enige versterking en hun samenspel klonk onweerstaanbaar mooi. Prachtig, die harmonische samensmelting van de rieten. Bij zachte passages hoorde je soms ook het ritselen en rafelen als van een frisse bries door de kragen van de waterkant.

Het sterke van Artvark is dat ze heel afwisselend hun partijen wisselen: soms spelen de twee alten hun partij unisono en even later hoor je de tenor en een alt samenspannen. Daarbij wisselen ze ook voortdurend van plaats op het podium, hetgeen voorkomt dat het een statisch optreden wordt. Dat is ook het grote voordeel van hun aanpak zonder bladmuziek, ze spelen alles ‘uit het bolletje’. Erg knap is het dan ook, dat er helemaal niet zichtbaar wordt afgeteld of de maat wordt gewezen en het samenspel desondanks messcherp blijft. Meestal begint een van de heren met de opbouw van een stuk, zoals bij de ‘John Lee Hooker shuffle met Arabische kwartnoten’. Peter Broekhuizen begint met de basale blues riff in het laag, waarbij hij ook heel knap met veel boventonen hijgerige contrasten speelt en waarover Erker en Wirtz ritmische akkoorden spelen, waarop Delfos met op zijn mondstuk, waarvan de hoorn is losgekoppeld de typische oosterse glijdende kwartnoten speelt, door zijn wijsvinger er in heen en weer te halen. Ja hoor, hier werd gevingerd! Zo’n effect als bij een trekfluit. Toen hij zijn hoorn weer had aangekoppeld maakte hij zijn solo af op Traneske wijze. Want naast het fantastische samenspel lieten de heren een voor een zien, wat voor klasbakken het zijn, ook individueel.

Zo speelde Bart Wirtz geweldige solo’s, waarbij hij zijn alt liet afdalen in de verste uithoeken en spelonken van het geluidspectrum, van schrille ‘wanhoopskreten’ tot fluweelzachte ‘koesteringen’. Heel fraai. Artvark speelt ook met stemmingen; de harmonische, soms pastorale weldadigheid wordt soms bruusk doorbroken of afgerond met schrille ‘mol tien’ akkoorden en solo’s die even lekker wrang piepen en knorren. Dat er ook zonder te blazen muziek zit in saxofoons hadden we niet kunnen bevroeden, maar Artvark liet zien en horen dat dat wel degelijk mogelijk is in het korte stuk Breath In Breath Out. Curieus en grappig.

Na de pauze kwam zangeres Ntjam Rosie op het podium en al gauw bleek dat zij haar prachtige fysieke uitstraling niet nodig had om indruk te maken, want zij voegde met haar mooie stem een extra dimensie toe aan het instrumentale kwartet. Zij zong afwisselend in het Engels, Frans en Bulu. De laatste is de taal waarmee ze opgegroeid is in haar geboorteland Kameroen. Maar vooral het gebruik van haar stem als vijfde instrument was een fantastische aanvulling en meerwaarde en leverde voor uw recensent een aantal echte kippenvelmomenten op.

Het concert evalueerde in deze prachtige lange tweede set naar magische hoogten. We proefden, roken en zagen Afrika en haar felle kleuren in een eigen lied van Ntjam, waarin Artvark met tamboerijn begeleiding van de zangeres de heupen losgooide in een heerlijk repeterende groove.

Ntjam Rosie vertelde onder fraaie begeleiding van haar Artvark-mannen haar levensverhaal als economisch vluchteling: van Kameroen naar Maastricht en Rotterdam, wat haar een ‘zachte G’ en een ‘harde T’ opleverde, als inleiding voor een eigen lied over de vluchtelingenproblematiek. Artvark ging ook nog even op de olijke toer met behulp van tuinslangen, maar dat deed niets af aan de intensiteit, de warmte en de kracht van de muziek.

Een van de hoogtepunten van het concert – en dat waren er vele – vond ik de lange solo, die Mete Erker als intro speelde, waarbij hij met behulp van boventonen zijn tenor metalig vervormd liet loeien. Hierbij speelde hij een notenreeks in het middenregister, terwijl hij zichzelf tegelijkertijd begeleide met lage stoten uit de onderbuik van zijn instrument.

Na het laatste funky swingende stuk dwong het enthousiaste publiek met een staande ovatie een welverdiende toegift af, die de musici dankbaar aanvaarden. Dit concert was niet alleen een ontdekkingsreis, maar ook een hoogmis……..

Tekst Gerard Hoekmeijer – Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE TINI THOMSEN MAXSAX

Zondag 18 februari 2018; Windkracht 13; ca. 120 bezoekers.

Een betere opening van het jazzseizoen had Nieuw & Diep zich niet kunnen wensen. Het was zondagmiddag lekker vol in Windkracht 13 en in het opgewekte geroezemoes van het publiek vooraf weerklonk een gevoel van hoge verwachting.

Misschien was het vroege voorjaarszonnetje hier debet aan, als een voorbode van nieuw leven. Niet geheel toevallig – zo leek het – liepen er zomaar ook veel vaders, moeders, opa’s en oma’s rond met hun prille nazaten, die zo al vroeg werden ingewijd in de geheimen en rituelen van livemuziek.

Vanaf de eerste maten al, wist je dat het goed zat met deze band. De frêle frontvrouw stak maar net uit boven haar grote hoorn, maar gaf met een paar donker ronkende riffs direct haar visitekaartje af. Tini Thomsen vormt met haar barritonsax een twee-éénheid, die met klare noten haar uitstekende band leidt naar grote hoogten. MaxSax bleek een veelzijdige band en vooral een echte groove squad te zijn. De voortstuwing wordt geleverd door drummer Joost Kroon, die samen met basgitarist Mark Haanstra een krachtige funky fundering legt onder het zelfgeschreven materiaal van de groep.

Tijdens een als ‘wereldpremière’ aangekondigde blues wals, bleken ze trouwens ook subtiel te kunnen spelen en tijdens de fraai meeslepende altsaxsolo van Nigel Hitchcock had de band veel lol met de strak getimede breaks, die ook nog een keer (expres?) fout ging. In dit nieuwe stuk etaleerde Thomsen haar nieuwe speeltje, een loopstation, waarmee je frasen ingespeelde noten kunt laten doorspelen, terwijl je daar weer een laag overheen speelt. Dit resulteerde in fraai harmonisch gelaagde orkestrale passages, voortgebracht door slechts één bariton sax. Heel mooi wordt het dan als de ingespeelde riffs plotseling gaan swingen: daar kan Hitchcock dan weer lekker overheen soleren.
Omdat Thomsen en Hitchcock privé ook partners zijn, is er niet veel fantasie voor nodig om ze deze duetten in de slaapkamer te zien repeteren.

De Amerikaanse gitarist Tom Trapp bespeelde zijn Gretch gitaar vooral ten dienste van de groep, maar kreeg gelukkig veel ruimte om ook solistisch uit te pakken. Dat deed hij met verve, met zijn uit dampige moerassen door galm en echo opgetrokken geluid, gierde hij al wah wah-end langs verre spacy einders om pas na lange virtuoze vluchten te landen.
Ondertussen zijn we allang overtuigd van het meesterschap van Tini Thomsen, die een eerste klas ambassadeur is voor haar instrument. Want wat een prachtige geluiden komen er uit die grote toeter! Zij knort en ronkt gemeen en donker en samen met het ritmetandem levert dat pure stonerrock op. Solistisch speelt zij kort en bondig, maar zeer inventief en met veel smaakvol gedoseerde kracht. De Engelse altsaxofonist Hitchcock is wat mij betreft een ware revelatie op zijn instrument, dat fraai contrasteert, maar ook prachtig mengt met dat van zijn partner. Je hoort in zijn spel flarden Coltrane en in enkele ingehouden passage doemde bij mij herinneringen op aan zijn legendarische landgenoten van Soft Machine.

Bijzonder overtuigend was Joost Kroon tijdens deze ‘thuiswedstrijd’ bij zijn schoonouders Els en Leo in Den Helder. Hij is niet voor niets een van de meest spelende slagwerkers van ons land. Maar op deze mooie zondag leek hij er nog een schepje bovenop te doen. Misschien was hij extra geïnspireerd door de aanwezigheid van zijn jonge zoontje, dat met blozende wangetjes en – heel verstandig ouderschap – oor beschermers, de verrichtingen van pa onderging. Wat een ongenaakbare en soms brute power! In zijn solo’s balt al die kracht zich samen om in een reeks feilloos virtuoze fills en breaks tot ontlading te komen.

Tini Thomsen’s MaxSax is een heerlijke band, die stevige, toegankelijke, ‘aardse’ en ook dansbare muziek voortbrengt: jawel, muziek voor body & soul. Het was trouwens aardig en ook veelzeggend, dat jazzscribent en collega baritonsaxofonist Koen Schouten (The Jigg) met zijn (schoon)ouders en kinderen naar Nieuwediep was afgereisd om MaxSax te beluisteren. Hij was er mede getuige van dat Tine Thomsen – naast haar uitstekende spel – ook een charmante podiumpersoonlijkheid bleek te zijn, die op ongedwongen wijze haar band leidde. En nu maar afwachten of er meer baritonsax meisjes op de podia zullen verschijnen.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Joop van de Water en Fred Geldermans

 

RECENSIE KRUIDKOEK

Zondag 24 december 2017; Windkracht 13; ca 50 bezoekers

Een ‘kruidige kerst met Kruidkoek’ had stichting Nieuw & Diep ons beloofd, en – om met de deur in huis te vallen – het was zeker kruidig, het optreden van het bandje Kruidkoek uit Amsterdam en omstreken. Jonge gasten nog, met alle leuke kanten die daar bij horen. Want vanaf het begin brachten zij het publiek in Windkracht 13 in de juiste sfeer, wat dat ook moge zijn.

De middag begon natuurlijk al goed toen bekend werd gemaakt dat Nieuw & Diep weer twee jaar vooruit kan als jazzpodium door de toekenning van een subsidie van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.

De voorzitter van de club sprak in zijn aankondiging van de band de hoop uit weer even verlost te zijn van ‘slappe kerstliedjes’, maar werd door drummer en bandspreekstalmeester Bram Knol direct van zijn illusie verlost met de mededeling dat ‘we speciaal voor vandaag wat kerstliedjes hebben ingestudeerd’. Dat bleek echter alleszins mee te vallen. De heren waren overigens wel passend gekleed in truien met rendieren en aanverwanten.

 

Els Ellen van Windkracht 13 had de sfeer trouwens goed ingeschat en overal schaaltjes met kruidkoek neergezet, die gretig aftrek vonden bij de bezoekers, hoewel ik wel een klacht hoorde over het ontbreken van de roomboter. Maar ja, zoiets kun je altijd wel verwachten in ons Hollandse laagland……..
De smaken kunnen verschillen over kruidkoek, maar over de verrichtingen van deze band waren vrijwel alle verzamelde liefhebbers het eens: die waren top! Het is heerlijk om zo’n stel jonge gasten ogenschijnlijk ongedwongen te zien musiceren. Lekker los en vrij, zo straalden ze het uit….maar ondertussen werd er wel degelijk loei strak gespeeld in toch vooral ook ritmisch behoorlijk gecompliceerde liedjes. Want dat is het meest opvallende kenmerk van Kruidkoek: het continu wisselen van maatsoort en tempo.

Daardoor ook speelde de uitstekende drummer Bram Knol een hoofdrol, als dirigent, die zijn bandleden steeds uitdaagde hem te volgen. En dat deden ze met flair en het leek wel of ze onder elkaar steeds een feestje vierden als het ook weer was gelukt: ‘…ha, ha, we zijn nog steeds bij de les, ons krijg je niet gek…..’zoiets.

 

Ondertussen konden we genieten van lange messcherp unisono gespeelde notenlijnen van gitarist Tijmen Kooiker en altsaxofonist Nick Feenstra. Imponerend uitgevoerd en bovendien fraai klinkend. Ondertussen speelde bassist Reindert Kragt een perfecte verbindingspartij tussen de drums en de anderen, heel melodieus ook, soms contrapuntisch, maar soms ook fraai tweestemmig met de altsax.
Zo is Kruidkoek niet alleen ritmisch spannend maar ook harmonisch gelaagd.

De ‘liedjes’ zoals Bram Knol ze steevast aankondigde waren vaak vrij kort, of ze leken zo vanwege de vele verrassende wendingen. Heel fraai was het lied “Twee Cowboys”, waarin de ontmoeting van twee ‘desperado’s in the dessert’ werd geschetst. De paarden liepen in een rustige galop totdat de twee elkaar plotseling in het oog kregen toen zij de kale en hete zandvlakte hadden bereikt…..het tempo plots vertraagde en met Morricoonse vegen de spanning werd ingebracht en tot grote hoogten werd opgevoerd. Filmisch, maar sommigen hoorden ook flarden Pink Floyd. Anderen hoorden zelfs symfonische rock a la Marillion….Deze referenties werden waarschijnlijk opgeroepen door het ruime gebruik van galm en echo effecten.

Kruidkoek speelt jazzrock, maar ondanks alle mogelijke referenties, klinkt de muziek anno 2017 tintelfris. Ook solistisch maakten de heren indruk, vooral saxofonist Feenstra liet zijn sax soms vervaarlijk langs het zwerk en de afgrond zwenken. Gitarist Kooiker is veruit de coolste gitarist van dit moment en bespeelt zijn lichtblauwe Telecaster met een jaloersmakend gemak.

Het werd toch nog een beetje kerstmis, bij de solo van bassist Kragt, toen zijn kompanen Knol en Feenstra hem begeleidden met de tamboerijn. Tingelingeling…..de arrenslee kwam toch nog even voorbij…….
De band speelde louter eigen composities, waarvan er flink wat van de hand van bassist Reindert Kragt. Zijn compositie “Vacuümcleaner” werd door de band passend vertaald als “Kruimeldief” en dat leverde een van de hoogtepunten op. Tja, die titels van Kruidkoek: “Pardon Mevrouw, Uw Snor Staat In Brand”, “De Vliegende Zweep”, “Luchtig Beslag”. Het is soms een beetje melig, studentikoos, HAVO humor, maar ach, we zijn allemaal jong geweest en in het geval van Kruidkoek mag het allemaal. Een heerlijke band deze Kruidkoek.

Uw recensent kan zo weer heel wat weeïge kerstdeunen aan…….en met een opgefrist gemoed de jaarwisseling ingaan

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Gelderman