RECENSIE MGD

Zaterdagavond 13 april 2019 I Windkracht 13

MGD
MONTIS GOUDSMIT & DIRECTIE

De beloofde lentebries was nog ijzig koud en het publiek zat lange tijd naar een leeg podium te kijken, zich wellicht afvragend ‘heb ik voor niets de kou getrotseerd?’ Iemand riep nog olijk ‘krijgen we nog overbruggingsbier?!’ Nee, dat zat er niet in, maar gelukkig, even na half tien kwam Anton Goudsmit binnen met zijn gitaar op zijn rug, zich met een grijns verontschuldigend voor zijn verlate binnenkomst. Niet veel later verschenen ook zijn bendeleden een voor een. De heren zetten zich schuldbewust direct aan de arbeid. We konden zo eens goed aanschouwen hoe je een Hammond onderstel in elkaar zet – ‘knap hoor, zonder Ikea handleiding’, grapte er een – maar ondertussen was de band binnen twintig minuten gereed en tikten direct af. Dat mag je professioneel noemen! De heren hadden vlak hiervoor een gig in een stampvolle Amsterdamse kroeg afgeleverd en waren stante pede richting Nieuwediep gereden en pakten de draad hier moeiteloos op met een stomende uitvoering van Ain’t It Funky van James Brown.

Funky was het zeker en dat bleef het gedurende het gehele optreden. Wat een energie! Wat een grooves! En vooral wat een dynamiek! Want de mannen maakten daar een waar kunstwerk van: van fluisterzacht tot knalhard, met grote precisie uitgevoerd.

Foto Anton Goudsmit en Frank Montis

Vooral het samenspel daarin van Hammond organist Frank Montis en drummer Cyril Directie was meesterlijk. Montis, die voor het eerst op dit podium verscheen, was zo wie zo een revelatie en wat mij betreft de fijnste bespeler van ‘het bruine beest’ van dit moment. Met ogenschijnlijk gemak speelde hij zijn solo’s en akkoorden en met de linkerhand vloeiende en strakke baslijnen, continu het geluidspalet van zijn orgel veranderend. Verbluffend!

Anton Goudsmit is in zo’n trio ook helemaal op zijn plaats: hier kan hij naar hartenlust soleren en dan weten de liefhebbers genoeg. John Scofield mag een invloed zijn, maar Goudsmit is minstens van gelijk niveau. Montis Goudsmit & Directie is echt ‘het kindje’ van de drummer en is helemaal op zijn lijf geschreven. Hij heeft de beste Nederlandse musici bijeengebracht in dit klassieke orgeltrio – orgel, gitaar, drums – om de souljazz uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw te revitaliseren. Want de stijl mag dan oud zijn, in de 3.0 versie van dit trio is het hotter dan hot, hipper dan hip, onverslijtbaar dus. Ja, er kwamen veel bekende krakers uit het genre langs: Bobby Hebbs Sunny, Al Greens Lets Stay Together. Maar ze kregen stuk voor stuk een kakelfris arrangement en dan zijn deze songs echt ‘for ever green’. De blues Back in The Chickenshack van Jimmy Smith kreeg een onstuitbare groove mee en er werd door Goudsmit en Montis in gesoleerd alsof het een lieve lust was – in de coulissen van Windkracht 13 werd er wild gedanst, want ja dat krijg je er van met deze muziek.

Adembenemend was ook hier weer zijn samenspel met de rest waarin hij zuiver geplaatste dynamische akkoord accenten afwisselde met zijn virtuoze improvisaties. Hij ontpopte zich op het eind van de tweede set in Ray Charles’ Georgia ook nog plotseling als begenadigd zanger: zat hier Al Green achter het orgel?

Foto Cyriel Directie

Cyril Directie is niet alleen een geweldige, strakke drummer, maar ook de charismatische voorman van het trio; een ongedwongen presentator, een vrolijke entertainer, de perfecte ceremoniemeester voor funky feestjes als dit. Hij pakt het publiek ook af en toe bij de kladden en daagt het uit: ‘…wat is er met jullie hier in Den Helder? We komen net uit een lawaaiige Amsterdamse kroeg, waar we moeite hadden om boven het publiek uit te komen en jullie zitten hier op zaterdagavond een beetje te suffen…? Dat was een beetje gemeen van hem, want dat was juist na een ingetogen stuk van eigen hand, een rustpunt midden in de overwegend swingende set.
En het was terecht dat het publiek muisstil was, want hierin openbaarde Goudsmit zijn veelzijdigheid opnieuw met een schitterend opgebouwde solo, met gebruik van z’n volumepedaal, die uitmondde in een prachtig fluitende gitaar. Was het een elektronisch effect, waren het flageoletten? Wat en hoe dan ook: het was fraai.

De gitarist bracht ook een ode aan de nationale gitaartrots Jan Akkerman: ‘Jan’ noemde hij zijn compositie treffend, die in een moordend rockend tempo werd uitgevoerd en eindigde met een als ostinato ingezette geweldige korte drumsolo. Opvallend trouwens dat Directie zichzelf in dit bandje weinig soloruimte geeft en alle ruimte gunt aan zijn kompanen. Misschien wel het hoogtepunt van de avond – al waren er vele – was hun vertolking van Stevie Wonders Livin’ In The City. Hierin kreeg met name Montis alle tijd om een schitterend opgebouwde solo neer te zetten.


Het concert eindigde met een massaal meeklappend publiek in gospel stijl: ja, dit was een ware eredienst aan de groove. Het was al na enen in de nacht, dat de band met een fraaie ballad als toegift afsloot. Van mij mogen ze morgen weer terugkomen……

Tekst Gerard Hoekmeijer
Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE KIM HOORWEG BAND

Zondag 3 februari 2019 I Windkracht 13

Band

Dat gebeurt niet vaak, dat je al bij de eerste tonen weet: dit is top!
Maar het trof mij direct toen Kim Hoorweg haar eerste regels zong in het prachtige nummer Dream On. Haar stem is warm met een heerlijk hees randje en zij zingt volkomen puur, zonder overbodige opsmuk en maniertjes. Haar uitstraling is ontwapenend, ongedwongen en hartverwarmend en je weet meteen: dit is er een!
Een topper in de dop.

Kim

Nou ja, ‘in de dop’ is niet helemaal het juiste beeld van haar, want ze heeft ondertussen al zes albums op haar naam staan en heeft al heel wat ‘vlieguren’ op de podia gemaakt. Dat is het voordeel als je al op 14-jarige leeftijd begint. Het kan niet anders of zij wordt vroeg of laat ook door het grote publiek in het hart gesloten. Tijdens het concert verontschuldigt ze zich een paar keer aan het publiek, dat al lang uit haar hand eet, dat ze eigenlijk geen jazz speelt. Het is tenslotte een jazzclub. Maar wat maakt het uit wat voor etiket je op muziek plakt, als de kwaliteit zo hoog is. Want het moge dan popmuziek zijn, maar dan wel van grote klasse. Maar ook voor de jazzliefhebbers is er volop te genieten van deze zangeres en haar band.

Bill en Yoran

Ja, haar band is inderdaad een ‘All Star Band’, zoals stond aangekondigd. Zo is daar een ritmesectie van heb ik jou daar, met de onverstoorbaar steady, 5-snaars elektrieke bas van Bill Mookhoek en de geweldige drumpartijen van Yoran Vroom.
Deze speelde zijn originele drumstijl op een origineel drumstel met twee dikke snarentrommels, zonder een enkele floor tom. Hij lijkt ook een oude drumtrend eer aan te doen, door zijn grote ride cymbalen hoog in de lucht te hangen, zoals Keith Moon dat ooit deed. Dit tandem verzorgde een heerlijk, stevig groovend ritmisch fundament, dat soms deed denken aan een band als de Crusaders.

Timothy

Pianist Timothy Blanchet is perfect in zijn begeleidende rol, met mooi geplaatste akkoordenreeksen, die de liedjes een fijne harmonieuze flow gaven. Maar ook solistisch maakte hij grote indruk met prachtig opgebouwde lyrische exercities. Hij is geen virtuoso pur sang, maar vertelt steeds smaakvol en melodieus zijn verhaal. Prachtig, die lange impressionistische solo in het fraaie Soar. De oude Bechstein vleugel leek inderdaad op te stijgen…

Anton

Anton Goudsmit, in dit jeugdige gezelschap al een oude rot in het vak, lijkt ook steeds beter te worden. Want uiteraard waren daar zijn solo’s, hoekig en weerbarstig, signatuur Goudsmit: de Monk van de gitaar. Maar wat speelt deze kanjer toch ook geweldig als begeleider. Subtiele gebroken akkoorden, prachtige melodieuze lijntjes, alles ter ondersteuning van de zang, van het liedje. Of zijn fluwelen strummen in het fraaie walsje For Free. En wat weefden hij en Blanchet prachtige ragfijne patronen, die elke compositie kleur gaven. Briljant! Vooral Goudsmit kreeg veel ruimte om loos te gaan. Zo werd eer betoont aan de Britse band Radiohead, waarin hij en de band zich in een helse groove naar een geweldige climax werkten, en dat was nog pas het derde liedje!

Kim

Kim keek tijdens het hele concert met een grote lach naar haar muzikanten, zo blij als een kind, verdwaald in een snoepwinkel – zij genoot méé met het publiek.
Yoran Vroom kreeg slechts één solospot, maar wat voor een! In Taste Of Me bracht hij het publiek in extase met een furieuze tour de force in een door zijn kompanen perfect getimed ostinato, waarbij heel geraffineerd in de tijd werd geschoven. Kim keuvelde gezellig over de vrolijke autorit samen met Anton naar Den Helder, waarbij ze keihard Queens Of The Stoneage en Metallica draaiden, ook een beetje om het publiek te waarschuwen als Anton weer eens met zijn Gretsch de beest ging uithangen. Dat gebeurde dan ook regelmatig, gelukkig.

Kim en Anton

Hun jazzy duet was adembenemend mooi, Kim neuriede fraai mee met de fraaie getokkelde arpeggio’s van haar held.
De band speelde vrijwel alleen eigen materiaal van het laatste album Untouchable, allemaal goede tot uitstekende liedjes. En dan te bedenken dat ze de hand heeft in alle liedjes! Sommigen heeft ze geschreven samen met anderen, vooral met de befaamde, blinde Amerikaanse zanger en gitarist Raul Midón. Ze blijkt daarmee niet alleen een ras performer te zijn, maar ook een begenadigd songwriter.

Het enthousiaste publiek liet haar en haar mannen na het laatste nummer niet zomaar gaan. Na een lange, spontane, staande ovatie speelde een dankbare band nog een reprise van de potentiele hitsingle Everybody, waarbij de hele zaal uit volle borst meezong: ‘everybody can be somebody……’

Gerard Hoekmeijer
Foto’s Fred Geldermans

RECENSIE GROOVE JUICE

Zondag 30 december 2018 I  Windkracht 13

Het was weliswaar geen derde kerstdag, maar toch wist het publiek massaal de weg naar Windkracht 13 te vinden. De zaal puilde uit en de temperatuur steeg al naar grote hoogte nog voordat er één noot gespeeld was. Er was een zekere gretigheid te bespeuren.. ‘Er hing iets in de lucht’, als het ware. Waarom het nu opeens zo druk was? Wie het weet, mag het zeggen. Deze zondag tussen de kerstdagen en oud en nieuw lag er misschien een beetje verloren bij en was dus bij uitstek geschikt voor een feestje, met wat muziek erbij.

Wellicht scheelde het dat er een oud nieuwendieper voor het voetlicht trad. Vincent Koning vervulde zijn rol als ‘verloren zoon’ bekwaam en bespeelde zijn gitaar zoals we dat van hem verwachten, altijd in de traditie en stijl van grootheden als Wes Montgomery. Bij Vincent geen gitaareffecten of andere nieuwerwetse elektronische fratsen; zijn gitaar zal nooit scheuren of schuren maar de virtuoos gespeelde noten gewoon zuiver en helder laten weerklinken.

Misschien is Carlo de Wijs de publiekstrekker, of zijn instrument, het hammondorgel.
De liefhebbers van het ‘bruine beest’ – de ‘300 pounds of Joy – vormen immers een nogal sekteachtig verbond, waarvan de leden alleen nog uit hun holen komen als er een ‘echte’ Hammond op het toneel verschijnt. Want er zijn nog maar een paar puristen, die het met ‘the real thing’ – de Hammond B3 met een Leslie van het type 147 of 122 – doen. En van hen is Carlo de Wijs met voorsprong de beste. Hoewel, een purist pur sang is de Wijs juist niet, want als geen andere Hammond adept is hij al jaren bezig het oude toonwielorgel geschikt te maken voor de moderne tijd. Voor Carlo dus geen – makkelijk te vervoeren – digitale Hammond kloon. Nee, in het hart van zijn instrument zitten géén chips, daar blijven de elektromechanische toonwielen uit voorbije tijden lustig analoog draaien, en de voortgebrachte sinus signalen door heerlijk warm vervormende vacuümbuizen sturen, die via de roterende Leslie trommel en hoorn zo prachtig ronkend de trommelvliezen bereiken en onze gehoorpapillen strelen. En ja, wat ziet zijn Hammond setje er toch imposant uit: het orgel op wielen en op twee hydraulisch, pneumatisch of tandwiel-gewijs op hoogte gebrachte futuristische poten. In plaats van één zwelpedaal tellen we er maar liefst een stuk of vijf – een formule 1 wagen is er niets bij. Het nodigt uit tot ‘scheuren’. Het lijkt ook wel een cockpit of een spacecabin met al die knipperende blauwe en rode lichtjes van de Moogapparatuur bovenop. En het beest is niet langer bruin, maar prachtig diepblauw, zo ook de Leslie box, die een prominente plaats op de monumentenlijst verdient. Het koningsmodel van Laurens Hammond, de B3, ‘de Rolls Royce der toonwielorgels’ is nu helemaal van nu: B3.0. Maar spelend tapt de Wijs gelukkig nog steeds uit het klassieke vaatje Jimmy Smith, de grootmeester en aartsvader van de orgeljazz. En dat kan hij als weinig anderen, akkoorden op het onder klavier, accenten en solo’s op het boven klavier en vloeiend, of funky bassend met zijn blote linkervoet op de 32 grote houten staken onder hem. De Wijs soleert beheerst, met een zorgvuldige opbouw. Maar waar de meeste organisten dan toewerken naar een climax, die steevast uitmondt in een ‘vol op het orgel’ – alle voetmaten uitgetrokken – register, laat hij dat vaak weg, hetgeen zijn solo’s juist spannender maakt.

Groove Juice is een gelegenheidsband, die een paar jaar geleden in Brabant een paar gigs speelden met werk van George Benson als thema. De jonge Sander Smeets bleek een prima drummer te zijn, die de nummers een lekkere schwung meegaf, ingehouden begeleidend met de brushes, maar in de solospots keihard vol op de vellen!

Toch wel bijzonder als aanvulling van het klassieke orgeltrio is de bariton sax, bespeeld door Rik van de Bergh. Deze gaf met zijn donkerbruine geknor een lekker ruig randje aan de muziek. Ook hij kreeg veel soloruimte, waarbij hij naast de lage registers ook rafelige scherpe noten uit zijn imposante hoorn liet weerklinken.

Hij bleek heel verrassend ook lekker te kunnen croonen als een Michael Buble.
Veel bekende en wat minder bekende deunen uit het souljazz en boogaloo repertoire kwamen voorbij, waaronder Bobby Hebbs Sunny, die een lekker funky uitvoering kreeg.

Carlo de Wijs gaf nog een educatief exposé over Jimmy Smith en het hammondorgel, hetgeen een groot deel van het publiek echter ontging omdat met name uit de achterhoede daarvan – ‘hangend’ aan de bar – gezellig door geklept werd. En zo kwam het aloude schisma van de jazz – en tegenwoordig ook bij popconcerten – tussen luisteren en meebeleven, tussen concertzaal en bordeel aan het eind van jazzjaargang 2018 toch weer even om de hoek kijken.

Maar het bleef gelukkig een vreedzaam en sfeervol concert, waar zelfs J.S. Bach en Procol Harum, geëerd werden door de Wijs, die een prachtige instrumentale versie van A Whiter Shade Of Pale uitvoerde. ‘Ah…Focus!’ hoorde ik iemand uitroepen en ja, inderdaad – al werd er niet gejodeld – het had zomaar Thijs van Leer kunnen zijn of wijlen Rick van der Linden van het al even legendarische Eksepsion. De band sloot twee lange sets van een fijn concert passend af met het heerlijk swingende Groove Merchant: het publiek was intussen helemaal klaar voor de oliebollen.

Gerard Hoekmeijer 
Foto’s Ad Bak               

RECENSIE YURI HONING AQ

Zondag 21 oktober 2018 I Windkracht 13

Het winnen van een Edison Jazz Award is nog geen garantie voor een uitpuilende zaal in Den Helder, maar Windkracht 13 was vol genoeg met echte liefhebbers om er een sfeervolle middag van te maken.

Goldbrun is de titel van het album – op CD en 180 grams vinyl (!) uitgebracht – dat goed was voor het binnenhalen van zijn tweede Edison. Dat album werd integraal uitgevoerd, exact zoals op de plaat, volgens Honing zelf. Maar dan onderbroken door een pauze…..ach, een ouderwetse LP moet je tenslotte ook omdraaien.
Voor dit project haalde de saxofonist en componist zijn inspiratie uit de Duitse romantiek uit de 19e  eeuw. Goethe, Caspar Friedrich, Wagner, R. Strauss, om een idee te krijgen. Al eerder had Honing jazz met Europese muziektradities in verband gebracht bij een project als “Winterreise”, waarbij liederen van Schubert de basis waren. Op het eerste gezicht lijkt het een onmogelijke opdracht om jazz met bijvoorbeeld Wagner in verband te brengen. Maar al direct vanaf het openingsstuk “Goldbrun #1” bewees het kwartet dat in de muziek alles mogelijk is. De muziek klonk meteen soeverein, Honing blies lange krachtige notenlijnen, die je het best kunt omschrijven als ‘de Klare Lijn’, warm, helder, lenig op alle dynamische niveaus. Hij is zo’n saxofonist die een volkomen eigen geluid heeft.Ach ja, Duitse romantiek. Maar het is knap, want in al de Goldbrun variaties (van 1 t/m 8) hoor je inderdaad der Weltschmerz en die Sehnsucht in vrijwel alle noten en akkoorden weerklinken.

Gelukkig is daar slagwerker Joost Lijbaart! Slagwerker ja, want dat is hij meer dan drummer. Als de muziek al te zwaarmoedig of melancholisch dreigt te worden, dan wordt dat op prachtige wijze door hem verluchtigd – als een soort slagroomklopper driftig in de weer met brushes, sticks en pompoesjes (of hoe die bolletjes ook mogen heten). Het was soms bijna hilarisch om te zien hoe hij wisselt van drumgerei. Hij moet hier wel wereldrecordhouder in zijn! Binnen een paar luttele maten verwisselt hij razendsnel van slagtuig, waarbij ook zijn blote handen horen. Soms zie je hem aarzelen als hij een stick pakt en toch weer snel neerlegt om een brush te pakken. Soms moet hij ook nog snel zijn afzakkende bril weer terug en hoger op zijn neus plaatsen. Hij doet dat allemaal in opperste concentratie. Je ziet hem reageren op wat de anderen doen. Zijn onorthodoxe spel past als een perfect gesneden handschoen bij deze muziek. Ik las ergers over Goldbrun, dat daarbij ‘harmonie boven ritme’ zou gaan, maar toch wist Lijbaart soms met al zijn eigenzinnigheid een soort groove te realiseren, die aangenaam was.

Allemaal goed en wel met die Duitse romantiek: had het nog iets met jazz te maken? Nou zeker, want al die weemoed en dat verlangen leidde op een bepaald moment tot een ware explosie, waarbij Yuri Honing zijn mooie lange lijnen geleidelijk inwisselde voor een steeds heftiger bebop solo en daarbij Lijbaart uitdaagde tot een explosief crescendo. Geweldig! De slagwerker kreeg trouwens een paar keer terecht de handen op elkaar met een paar enerverende solo’s.

Ook bassist Gulli Gudmonson kreeg enige ruimte om zijn contrabas te laten zingen. De verder ijzig, onverstoorbaar en gedegen spelende musicus hield bij zijn solo’s zijn instrument in een vertederende omhelzing vast en ontlokte zijn Muze fraaie zangerige, welhaast sensuele klanken: zuchten en kreunen…….

 

Het samenspel was bij vlagen adembenemend en bij het absolute hoogtepunt van het concert – in het begin van de tweede set ( Goldbrun 7 of 8) – voor uw recensent zelfs kippenvel opwekkend! Gudmondson en de uitstekende pianist Wolfert van Brederode bouwden aan een subtiel intro, waarbij ze beiden als het ware – aftastend zoekend – om elkaar heen draaiden met noten, die naar elkaar toe kropen en weer terugdeinsden als in een ‘pas de deux’, waarbij Joost Lijbaart zich aandiende als ‘menage à trois’ met verkwikkende cimbaal streken, afgewisseld met bijna het tandglazuur aantastende bekken vibraties.
Met musici van deze klasse kan muziek echt genot worden.

Van Brederode is de perfecte pianist voor deze muziek. Zijn spel is ingehouden en zeer beheerst, hij speelt geen noot te veel, maar weet met schitterend geplaatste akkoorden de spanning op te bouwen. Ook hij lijkt constant te zoeken naar de juiste harmonische invulling en doet dat met een ongeëvenaarde rust, zodat zijn fraaie akkoordreeksen nog beter op hun plaats vallen. Ook in zijn solo’s is rust – het gebruik van pauzes – kenmerkend. Het geeft zijn bijdragen lucht, maar ook kracht en schoonheid. Af en toe konden we hem zelfs als Keith Jarrett, mee horen neuriën met zijn piano.

Yuri Honing vertelde het publiek nog dat hij een nieuwe buurman heeft, die wij wel zouden kennen: Rob Scholte. Volgens hem was die bezig ‘met het inhuren van een stel Joegoslavische huurmoordenaars…..’                                                                              En zo was er deze middag naast schoonheid ook ruimte voor hilariteit.

Gerard Hoekmeijer   

RECENSIE KRUPA & THE GENES

Zaterdag 15 september 2018 I Windkracht 13

‘Kermis in de hel’, zo omschreef een recensent de muziek van Krupa & The Genes en treffender kan je het niet benoemen. Toch paste deze metafoor niet op alle stukken van dit ogenschijnlijk willekeurig bijeengeraapte stelletje klasbakken in de jazz.

Want er waren ook veel momenten van meer meditatieve aard. De groep is opgebouwd rond de drumtandem Stefan Kruger en Joost Patocka (juist ja: Kru en Pa en – oh toeval – ook een knipoog naar de legendarische swingdrummer Gene Krupa). Een groep met twee slagwerkers is redelijk bijzonder in de jazz. Misschien bracht ze dat op het idee om de andere plekken ook met duo’s op te vullen. Zo traden er in Windkracht 13 twee gitaristen voor het voetlicht, die echter totaal verschilden in aanpak. Alsof ze dat nog extra wilden benadrukken, bezetten zij de vleugels van de groep.

Raphael Vanoli speelt het gehele concert zittend met zijn gitaar op schoot, continu een arsenaal aan elektronica bedienend voor het verzorgen van een vrijwel continue drone aan ijle sustainvolle klanken into outer space. Denk aan Eno bij Roxy Music of aan Heroes van Bowie. Zijn aanpak lijkt ook wel een beetje op de ‘frippertronics’ van King Crimson gitarist Robert Fripp, die ook op dat album meespeelde.

Aan de andere kant speelt Anton Goudsmid in zijn authentieke stijl stevige en ritmisch perfect geplaatste akkoorden, afgewisseld met strakke riffs en subtiele loopjes, die de vaak stomende groove van de drums en bassist Sean Faciani nog meer kleur op de wangen geven. Deze laatste speelde de hele avond gedegen, stuwende baslijnen zonder op de voorgrond te treden.

Ook de twee drummers verschillen in stijl. Kruger, vooral bekend van Zuco 103, is de man van de strakke grooves, terwijl Patocka een meer losse swing in de polsen heeft. Het mooie van deze bijzondere samenstelling is dat ze ook fijn complementair is. Als de snare van Kruger knalt door de ferme stokslagen, roerbakt Patocka het velletje vrolijk met zijn brushes om zo als het ware wat lucht toe te voegen.

Prominent – ook op het podium – in de groep is de rol van de twee rietblazers Maarten Hoogenhuis en Jasper Blom. Fantastisch klinken de alt- en tenorsaxen samen als zij lange, vaak complexe en zeer strak uitgevoerde, unisono lijnen spelen. Het blijft een genot om naar zulke uitstekende blazers te luisteren. Van de zachte subtiel aangeblazen passages met veel lucht tot aan de hectische carrousel trip in ‘de hel’, alwaar ze tegen elkaar in krijsen en gillen……. en weer terug. Opvallend was het zichtbare spelplezier van de heren, vooral ook van de toch meestal ingetogen spelende Jasper Blom. Al in het eerste prima stuk van en over ‘de poes van’ Hoogenhuis viel hij al op als zanger. Maar dan wel met een door enige elektronica vervormde stem. Ook Maarten Hoogenhuis had een bezoek gebracht aan de snoepwinkel vol met elektronica en draaide ter afwisseling van zijn sax spel met de kleppen enthousiast aan de knopjes.

Het goed met publiek gevulde Windkracht 13 was getuige van een lekker los spelende band, die veel heerlijk hypnotiserende grooves voortbracht. De muziek is verhalend, filmisch en blijkt bij geconcentreerde beluistering ook rijk aan fijne details. Zo speelde Anton Goudsmit geweldige – soms contrapuntige – lijnen, vooral ten dienste van het geheel. Hij soleerde maar een paar keer kort en, zoals we van hem gewend zijn: uitstekend. Dat is trouwens ook wel opvallend bij deze eigentijdse jazz: weinig individuele solo’s, maar vooral inventief collectief samenspel. Wel was er een heel stuk lang ruimte voor de spacegitaar van Vanoli, die heerlijk gedijde in de bijna sensuele ritmiek van zijn kompanen. Krupa & The Genes speelt louter eigen composities van vrijwel alle bandleden.

Zo ontpopte Jasper Blom zich ook nog als beginnend cabaretier met een lange en grappige inleiding over een muzikale ‘guilty pleasure’ uit zijn jeugd, disco! Zijn stuk daarover bevatte inderdaad een enigszins gecamoufleerde ‘four at the floor’ beat. Spreekstalmeester Joost Patocka noemde ook nog Duke Ellington als inspiratiebron van een van zijn songs, maar ik nam dat maar voor kennisgeving aan, want ik hoorde het niet.

 

 

Goudsmids’ Kriminal Polizei’ was wat mij betreft een van de hoogtepunten van dit heerlijk avondje, een opwekkend, vrolijk swingend stuk. Ook zijn compositie opgedragen aan Donald Trump, treffend getiteld Droplul (is dat niet het beledigen van een bevriend staatshoofd?) bleek een opgewekt lied te zijn met zijn lichtvoetige, Afrikaans getinte groove.

Het publiek vond het allemaal prachtig en liet de band nog terugkomen voor een toegift. Het was al met al een prima optreden van een heel fijne band. Op naar het volgende concert!

Gerard Hoekmeijer