RECENSIE BRUUT!

Zondag 19 november 2017; Windkracht 13; 100 bezoekers

Het was een feestje in Windkracht 13, afgelopen zondagmiddag. De geprogrammeerde band Bruut! alleen al is daar goed voor, maar op deze druilerige novembermiddag viel er nog meer te vieren: de symbolische overhandiging van het 1e exemplaar van het Jubileumboek van Nieuw & Diep aan de 1e sponsor, Jan Dozy.  

Windkracht 13 was lekker vol en iedereen leek er zin in te hebben. Bruut! nog wel het meest, want zij betraden al om half drie enthousiast en in vol ornaat – strak in het pak! – het ‘WK podium’. Communicatiefoutje van hun boekingsbureau Dox……Bruut! is al een paar jaar een van de populairste jazzacts van ons land, vooral dankzij hun frisse en ongedwongen aanpak van deze muziek, maar ook omdat de band met enige regelmaat bij DWDD in de spotlights staat. Het was ook alweer de derde keer dat de heren in WK 13 voor het voetlicht traden.

Deze middag begonnen ze echter toch wat stroef, wat zeker in de hand werd gewerkt door het wat tamme, nieuwe materiaal waarmee ze de eerste set openden. Gelukkig begon het in de loop van deze set steeds meer te grooven en groeiden ze langzaam naar hun gebruikelijke niveau. In de pers werd gesteld dat Bruut! als een van de weinige eigentijdse jazzformaties ‘…de jazz – oude meuk toch! – geschikt maakt voor de iPhone generatie…’ Hoe ze dat doen, hoor je eigenlijk meteen: gebruik elementen – vooral ritmische – uit pop en rock en ga daaroverheen gewoon lekker hard boppen. Maak de nummers ook niet te lang zou een ander bruut credo kunnen zijn. En ja, het werkt, de muziek blijkt toegankelijk te zijn voor een bredere doelgroep, dan die voor jazz gebruikelijk is.

Saxofonist Maarten Hogenhuis blijkt, naast zijn grote kwaliteiten als musicus, ook een entertainer in spé te zijn, die weet hoe hij zijn publiek kan bespelen. Hij is ook eigenlijk de ‘grote man’ van het gezelschap, die de meeste thema’s en solo’s speelt. Al eerder zag ik hem als de nieuwe ‘Piet Noordijk’, een meesterlijk improvisator op de altsax. Nu speelt hij ook tenor en op beiden excelleert hij. Hij beheerst op beide instrumenten alle registers in bereik, maar vooral in sfeer: hij kan romig en fluwelig spelen, maar ook vuig en gemeen, maar steeds is zijn toon krachtig en fraai. Een mooi voorbeeld daarvan was er op het eind van de 2e set: een lange solo-intro op de altsax, dat een subtiele en dynamisch knappe opbouw kende waarin hij vrijwel het gehele geluidspalet van het instrument benutte, van mierzoet tot bruut…..een virtuoze glijbaan vol steeds sneller gespeelde toonreeksen, uitmondend in een werkelijk smerige freejazz climax, waarop de band wellustig losbarstte in een heftige en dampende groove. Ja, zo lusten we er wel pap van! Midden in deze solo, die geïnspireerd was door een van zijn saxofoon helden, Eddie Harris, weigerde een van zijn kleppen…’rot ding!’, riep hij luid, tot hilariteit van het publiek, dat hij zo nog meer voor zich innam. Ik sluit trouwens niet uit dat dit een ‘act’ was.                                          Een van de bezoekers vertelde me dat hij de muziek op enig moment  ‘..wel wat vond weg hebben van de soundtrack van een Tarantino film..’ Nou je het zegt: soms zag ik ook beelden van heftige achtervolgingsscènes uit Hawaï 5 ‘O’. Maar ook waande ik me zelfs – bij een lange orgelsolo van Folkert Oosterbeek – in een Duitse pornofilm uit de zeventiger jaren; het zal ongetwijfeld Freudiaans te duiden zijn. En ik verwachtte elk moment Franse zuchtmeisjes te zien en te horen bij een eenvoudig orgelintro, waarbij de akkoordjes op de tel met de linkerhand, mooi door een fraai met de rechter geslagen ‘gitaar’ accent werden geaccentueerd. De hijgerig ingevallen altsax was natuurlijk niemand minder dan een gereïncarneerde Serge Gainsbourgh, die ketting rokend….met Jane tussen de lakens……….nou ja……

Bruut! is gewoon een heel lekker bandje met de verder uitstekend spelende bassist Thomas Rolff en slagwerker Felix Schlarmann, die beiden bescheiden soloruimten kregen toebedeeld, die ze prima invulden.

 

 

Organist Oosterbeek is  een beetje een buitenbeentje in de jazz organ scene. Hij is pas laat in aanraking gekomen met de grote helden van deze branche en dat is te horen: hij heeft een volkomen eigen stijl en ook geluid. Bij hem hoor je vaak ‘lullige Farfisa of Philicordia geluidjes’ uit zijn Hammond XK3 komen, hetgeen hem door hammondpuristen vast niet in dank afgenomen wordt. Hij lijkt af en toe wel een beetje op een stripfiguur, zoals hij onverstoorbaar zijn klavieren bespeelt. Zijn spel is er niet om te imponeren, maar is eigenlijk heel relativerend van karakter: let niet te veel op mij, lijkt hij te willen zeggen, maar wel weer met een knipoog……
Met hun hitje Surf kwam een fijne jazzmiddag tot een heet einde. Het enthousiaste publiek – er waren zelfs mensen uit Apeldoorn! – wilde de heren echter niet zo maar laten gaan…..
Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Gelderman