RECENSIE GROOVE JUICE

Zondag 30 december 2018 I  Windkracht 13

Het was weliswaar geen derde kerstdag, maar toch wist het publiek massaal de weg naar Windkracht 13 te vinden. De zaal puilde uit en de temperatuur steeg al naar grote hoogte nog voordat er één noot gespeeld was. Er was een zekere gretigheid te bespeuren.. ‘Er hing iets in de lucht’, als het ware. Waarom het nu opeens zo druk was? Wie het weet, mag het zeggen. Deze zondag tussen de kerstdagen en oud en nieuw lag er misschien een beetje verloren bij en was dus bij uitstek geschikt voor een feestje, met wat muziek erbij.

Wellicht scheelde het dat er een oud nieuwendieper voor het voetlicht trad. Vincent Koning vervulde zijn rol als ‘verloren zoon’ bekwaam en bespeelde zijn gitaar zoals we dat van hem verwachten, altijd in de traditie en stijl van grootheden als Wes Montgomery. Bij Vincent geen gitaareffecten of andere nieuwerwetse elektronische fratsen; zijn gitaar zal nooit scheuren of schuren maar de virtuoos gespeelde noten gewoon zuiver en helder laten weerklinken.

Misschien is Carlo de Wijs de publiekstrekker, of zijn instrument, het hammondorgel.
De liefhebbers van het ‘bruine beest’ – de ‘300 pounds of Joy – vormen immers een nogal sekteachtig verbond, waarvan de leden alleen nog uit hun holen komen als er een ‘echte’ Hammond op het toneel verschijnt. Want er zijn nog maar een paar puristen, die het met ‘the real thing’ – de Hammond B3 met een Leslie van het type 147 of 122 – doen. En van hen is Carlo de Wijs met voorsprong de beste. Hoewel, een purist pur sang is de Wijs juist niet, want als geen andere Hammond adept is hij al jaren bezig het oude toonwielorgel geschikt te maken voor de moderne tijd. Voor Carlo dus geen – makkelijk te vervoeren – digitale Hammond kloon. Nee, in het hart van zijn instrument zitten géén chips, daar blijven de elektromechanische toonwielen uit voorbije tijden lustig analoog draaien, en de voortgebrachte sinus signalen door heerlijk warm vervormende vacuümbuizen sturen, die via de roterende Leslie trommel en hoorn zo prachtig ronkend de trommelvliezen bereiken en onze gehoorpapillen strelen. En ja, wat ziet zijn Hammond setje er toch imposant uit: het orgel op wielen en op twee hydraulisch, pneumatisch of tandwiel-gewijs op hoogte gebrachte futuristische poten. In plaats van één zwelpedaal tellen we er maar liefst een stuk of vijf – een formule 1 wagen is er niets bij. Het nodigt uit tot ‘scheuren’. Het lijkt ook wel een cockpit of een spacecabin met al die knipperende blauwe en rode lichtjes van de Moogapparatuur bovenop. En het beest is niet langer bruin, maar prachtig diepblauw, zo ook de Leslie box, die een prominente plaats op de monumentenlijst verdient. Het koningsmodel van Laurens Hammond, de B3, ‘de Rolls Royce der toonwielorgels’ is nu helemaal van nu: B3.0. Maar spelend tapt de Wijs gelukkig nog steeds uit het klassieke vaatje Jimmy Smith, de grootmeester en aartsvader van de orgeljazz. En dat kan hij als weinig anderen, akkoorden op het onder klavier, accenten en solo’s op het boven klavier en vloeiend, of funky bassend met zijn blote linkervoet op de 32 grote houten staken onder hem. De Wijs soleert beheerst, met een zorgvuldige opbouw. Maar waar de meeste organisten dan toewerken naar een climax, die steevast uitmondt in een ‘vol op het orgel’ – alle voetmaten uitgetrokken – register, laat hij dat vaak weg, hetgeen zijn solo’s juist spannender maakt.

Groove Juice is een gelegenheidsband, die een paar jaar geleden in Brabant een paar gigs speelden met werk van George Benson als thema. De jonge Sander Smeets bleek een prima drummer te zijn, die de nummers een lekkere schwung meegaf, ingehouden begeleidend met de brushes, maar in de solospots keihard vol op de vellen!

Toch wel bijzonder als aanvulling van het klassieke orgeltrio is de bariton sax, bespeeld door Rik van de Bergh. Deze gaf met zijn donkerbruine geknor een lekker ruig randje aan de muziek. Ook hij kreeg veel soloruimte, waarbij hij naast de lage registers ook rafelige scherpe noten uit zijn imposante hoorn liet weerklinken.

Hij bleek heel verrassend ook lekker te kunnen croonen als een Michael Buble.
Veel bekende en wat minder bekende deunen uit het souljazz en boogaloo repertoire kwamen voorbij, waaronder Bobby Hebbs Sunny, die een lekker funky uitvoering kreeg.

Carlo de Wijs gaf nog een educatief exposé over Jimmy Smith en het hammondorgel, hetgeen een groot deel van het publiek echter ontging omdat met name uit de achterhoede daarvan – ‘hangend’ aan de bar – gezellig door geklept werd. En zo kwam het aloude schisma van de jazz – en tegenwoordig ook bij popconcerten – tussen luisteren en meebeleven, tussen concertzaal en bordeel aan het eind van jazzjaargang 2018 toch weer even om de hoek kijken.

Maar het bleef gelukkig een vreedzaam en sfeervol concert, waar zelfs J.S. Bach en Procol Harum, geëerd werden door de Wijs, die een prachtige instrumentale versie van A Whiter Shade Of Pale uitvoerde. ‘Ah…Focus!’ hoorde ik iemand uitroepen en ja, inderdaad – al werd er niet gejodeld – het had zomaar Thijs van Leer kunnen zijn of wijlen Rick van der Linden van het al even legendarische Eksepsion. De band sloot twee lange sets van een fijn concert passend af met het heerlijk swingende Groove Merchant: het publiek was intussen helemaal klaar voor de oliebollen.

Gerard Hoekmeijer 
Foto’s Ad Bak