Recensie Jasper van ‘t Hof 1/4Tet

Zondag 2 februari 2020 I JazzCafé KeyKeg

Na het concert van het Broken Brass Ensemble op 29 december 2019 kon jazzgenootschap Nieuw & Diep terugkijken op een zeer geslaagde afsluiting van een prachtig tijdperk van jazzconcerten in Galerie Windkracht 13.

Nu, na het eerste concert in JazzCafé KeyKeg, een optreden van het Jasper van ’t Hof ¼ Tet voor ruim tachtig bezoekers, kunnen we constateren dat de opening van een nieuw muzikaal tijdperk ook dat predicaat verdient. Het was even wennen aan de akoestiek, het geluid, de nieuwe zaal, maar het voelde al snel vertrouwd. Ja, het geluid van een volledig uit versterkte band was harder, dan in WK 13 gebruikelijk bij dergelijke jazz kwartetten. Dat werd nog versterkt door het gebruik van samples en synthesizers, dat soms nogal schrille klanken opleverde.

Het concert werd geopend met een aanzwellende repeterende cadans van elektronische klanken, waarin steeds in intensiteit toenemende synthesizerakkoorden werden gemengd, uitmondend in een onrustige, hectische groepsimprovisatie, die direct de toon aangaf: dames en heren, het wordt geen gezapige zondagmiddag met een potje loungejazz op de achtergrond. Ongemakkelijke muziek, maar in het direct doorgespeelde tweede stuk Sister Joanna – een modaal werk met een thema van krachtig aangeslagen pianoakkoorden – brak al snel de zon door bij een heerlijk snelle hardbop swing. ‘

Bassist Stefan Lievestro joeg zijn kompanen op in een moordende drijfjacht, terwijl van ’t Hof met ogenschijnlijk satanisch genoegen zijn razendsnelle notenexercities afwisselde met dwarse meerklanken die met kracht uit het klavier van de Kawai-vleugel werden gehamerd. Poeh, zo was het wellicht aanwezige laatste restje pastoraal zondagochtend gevoel nu wel helemaal weg.

Na deze heftige opening greep Jasper van ’t Hof de microfoon om te vertellen over drummer Jamie Peet, die hem ’s ochtends om vier uur had gebeld vanuit Canada met de mededeling: ik kan niet op tijd komen! Hij zat vast in een sneeuwstorm. Paniek in huize van ’t Hof. Hoe vind je zo vroeg een geschikte vervanger? Jamie Peet vervangen is sowieso al geen sinecure, want dat is een slagwerker van de buitencategorie. Maar, wonderen bestaan en wel in de persoon van Ruud Voeste. Van ’t Hof had hem nog nooit gezien en verstond zijn naam ook nog verkeerd, maar het was werkelijk wonderbaarlijk hoe goed deze jonge drummer zich presenteerde. Alsof hij al jaren met deze groep speelt. En het betrof hier niet twee sets met overbekende Standards, maar allemaal origineel werk van van ’t Hof, dat niet bepaald makkelijk is te noemen.

Jasper vertelde dat dit zijn eerste optreden in Den Helder was, dat hij de onderzeeboot Tonijn bezocht had en ‘hij het Helderse publiek veelbelovend vond omdat het elders meestal na zo’n opening, snel de zaal verliet’. Hierna kondigde hij The Quiet American aan, gebaseerd op de roman van Graham Greene. Dit bleek een prachtige jazzwals te zijn, met fraai inleidende piano, waarop Dick de Graaf op zijn tenorsax kon excelleren met een prachtig opgebouwde lange solo.

Aha, toch weer een beetje zondagmorgen. Maar, daarna werd de sfeer weer totaal anders; draaiend aan allerlei knopjes liet van ‘t Hof zijn elektronica weer los op het publiek. Het leek wel een filmscore, maar dan van een horrorfilm. Geluiden uit het knekelkwartier, rammelende schedels, uit het niets opdoemende halfdoden……tergend langzaam belandden we vanuit dit spookhuis in een free jazz achtige collectieve uitspatting waarin zich lange, complexe, strak unisono gespeelde notenriffs openbaarden……

Wat is dit? Free jazz? Jazzrock on speed? Dit was echter geen ‘piep en knor’, maar meer ‘blieb en bloeb’. Jasper, spelend met een onstuitbare drive, steeds wisselend tussen vleugel en keyboard, opspringend, signalen gevend, kreten slakend – was helemaal in zijn element. Staande achter het elektronische keyboard, het notenblaadje met een hand vasthoudend, keek hij bij elke aanslag alsof hij die noten voor het eerst zag, met de verbaasde blik van: hè, heb ik dat geschreven? Soms deed hij me denken aan scenes uit de Klokkenluider van de Notre Dame, met zijn welig wapperende grijze haardos als een bezetene het klavier bewerkend. Het ging alle kanten op, swing, soundscape, wals, jazzrock. Vooral de passages met vette Rhodes-achtige klanken uit het keyboard riepen herinneringen op zijn jazzrockverleden van de jaren zeventig.

Het einde van de tweede set bracht weer de nodige rust met een prachtige ballad in een knap verschuivende vierkwartsmaat, waarbij de geweldige bassist Liefestro samen met zijn jonge ritmepartner een heerlijk luchtige, maar dwingende groove uitspreidden, waarop het heerlijk soleren was voor van ’t Hof, die het hele bereik van zijn klavier benutte en prachtige twinkelende arpeggio’s afwisselde met ronkende trillers in het laag.

Dick de Graaf speelde hierin een prachtige, kippenvel opwekkende solo op zijn tenorsax, zo mooi uitgebalanceerd, zo mooi van toon en opbouw, dat je hem zou willen inlijsten…De band sloot af met een heel fijne, feestelijke deun, die de het enthousiaste publiek in opperbeste stemming bracht en ja……er werd gedanst in het KeyKeg Jazz Café. Van ’t Hof en zijn partners in crime voelden het allemaal heel goed aan, stopten en lieten het applaus weldadig over zich heen komen, waarop ze weer olijk doorgingen tot het mooi was geweest. Mooi? Het was top!

Tekst Gerard Hoekmeijer     Foto’s Fred Geldermans