Recensie Jutter Jazz Fest

21 en 22 september 2019 I Windkracht 13

Op een mooie nazomerse zaterdagmiddag wisten ruim zeventig bezoekers Windkracht 13 te vinden, alwaar de eerste editie van het Jutter Jazz Fest zou plaatsvinden.

Jarmo Hoogendijk en IJf Blokker

De opening werd verricht door ‘Nieuwedieps grootste jazzmusicus’ Jarmo Hoogendijk, die helemaal uit Den Haag naar zijn geboortestad was afgereisd. Hij voelde zich oprecht vereerd en wilde graag het laatste exemplaar van het N&D Jubileumboek in ontvangst nemen en de eerste band aankondigen. Op verzoek van Jarmo was ook IJf Blokker aanwezig, die hij als ‘na Anton Pieck, de bekendste Nieuwedieper van Nederland’ omschreef. Ook het weerzien met oud-stadgenoten en voormalige collega muzikanten gaf deze opening een hoog reüniegehalte. Nadat hij één voor één het trio The Ghost The King & I had geïntroduceerd – ‘. Ik hoop dat jullie hier een goede verzekering hebben, want Rob van Bavel mishandelt het klavier meestal zo dat de toetsen om je oren springen…’ – ging het JJF los met een zeer sterk optreden van het pianotrio.

Afbeelding Vincent Koning en Frans van der Geest
The Ghost, The King and I

Musicalliedje On The Street Where You Live kreeg een heerlijk swingende uitvoering, maar al in het tweede stuk ging het drietal een tandje hoger in een suite van Claude Debussy, die op adembenemende wijze werd uitgevoerd. Het samenspel tussen piano, gitaar en contrabas was hier bijna mathematisch precies, alles was perfect in balans en alles klonk glashelder, zodat niemand de klasse ervan kon ontgaan. Maar ook van de meer basale blues weet dit trio prachtige miniatuurtjes te schilderen. Het zijn stuk voor stuk virtuozen op hun instrument en Rob van Bavel liet zich weer zien en horen als een echte klavierleeuw, die het ivoor geselt met akkoordenerupties en zelfs af en toe aloude stride technieken toepast, waarbij hij de lage regionen van het klavier bewerkt met felle aanslagen. Alle drie lieten zich ook solistisch van hun beste kant zien. For Doris, de compositie van oud Nieuwedieper Vincent Koning, geschreven ter gelegenheid van de geboorte van zijn eerste dochter bleek een van de hoogtepunten te zijn van dit optreden: ik had het eerder gehoord, maar in deze uitvoering blijkt het een heel sterke compositie te zijn, waarin TGTK&I zich op zijn allerbest laat horen. Het legendarische – ook drum loze – Oscar Peterson Trio mag dan het referentiekader zijn, TGTK&I is niet minder dan wereldklasse.                                                                                                                               

Foto Tommie Sjef Koenen van JEFF
Tommie Sjef Koenen

Hierna was het de beurt aan het jeugdige trio JEFF, met op gitaar de Helderse bierbrouwer Tommie Sjef Koenen. Andere muzikale koek dan de voorgaande act, want er is een drummer en er zijn Fendergitaren. Het drumstel zag er al fraai uit – een samenraapsel van koperen en messingen trommels met een heel platte basdrum, zo uit het circusorkest. Dat beloofde wat! Nog wat schuchter begonnen de heren met sferische penseelstreken van de gitaar en wat los geroffel en getingel op de cymbalen, maar al snel ontstond er groove…ja groove, we gaan ergens heen…we zullen wel zien waarnaartoe. Jeff bleek al snel een fijn collectief te zijn waarin gitaar, basgitaar en drums elkaar ondersteunden en anticipeerden alsof ze al jaren op tournee zijn. Het ‘Nikkelen Nelis of Koperen Ko’ drumstel klonk als een klok – hoe kan het anders, maar vooral dankzij het goede spel van de bespeler Caspar Hachtfeld. Bassist Christof Chudaska bleek gelukkig uitgeslapen te zijn na zijn lange reis uit Berlijn en gaf zijn bandgenoten goed tegenspel. Samen met zijn mede Berliner Hachtfeld legde hij een fijne bedding voor de uitstapjes van Tommie Sjef Koenen op zijn gitaar. Deze maakt smaakvol, gedoseerd gebruik van effectpedalen, waardoor hij zijn palet uitgebreid houdt. De muziek is bij vlagen sferisch en ingetogen, maar kan ook heel lekker rocken. En jawel: allemaal eigen composities van de hand van de jonge Tommie Sjef. Na hun optreden hoorde ik dat ze wel lang samen hebben gespeeld tijdens hun opleiding aan het conservatorium van Arnhem, maar dat dit hun eerste echte gig was na hun afstuderen in 2018. Nou ja, dan zou ik zeggen zet hem op. Met zoveel kwaliteit en vaardigheid ligt de wereld aan je voeten.

Foto Coos Zwagerman van Gumbeaux
Coos Zwagerman

Terwijl het in de loop van de avond gezellig druk bleef en ook erg warm, maakte Gumbeaux zich op voor de afsluiting van de eerste dag van dit JJF. Het was weliswaar echt een zaterdagavond, maar in Windkracht 13 werd het zomaar een zwoele ‘vette dinsdag’, Mardi Gras.
Gumbeaux had met wat kleurrijke snuisterijen op de piano New Orleans een beetje naar Nieuwediep gebracht. Alleen ontbraken nog de schedels en andere knokige attributen, die de onlangs overleden Dr. John The Night Tripper altijd op zijn vleugel had liggen en in plaats van de traditionele Moon Pies, waren er heerlijke broodjes bakeljauw uit de Antillen. Zanger en trompettist Coos Zwagerman uit Huisduinen leidde het feestje in en al snel lieten zich enkele dames niet onbetuigd en stonden lekker los te swingen. Best een fijn bandje, dit Gumbeaux. Met muziek die zijn oorsprong vindt in de bakermat van jazz en blues. Met een hoofdrol voor ‘Piano Professor’ Jesse de Jong, die zich in het zweet werkte achter de Bechstein vleugel. In basgitariste Jet Stevens en drummer Stefan Franssen beschikt de band over een prima ritmesectie, waarbij de laatste ook de roffel uitstekend bleek te beheersen. ‘Doctor’ Mac Rebennack kwam regelmatig voorbij, maar ook de legendarische pianist Professor Longhair werd door de band vereerd. Coos Zwagerman ontpopte zich ook als zanger, wat hij niet onverdienstelijk deed. Keurig in toon, prima timing ook, maar zijn zang verdient echter meer expressie, zoals hij die wel in zijn trompetspel kan leggen. Heel lekker was de met een mooi lang intro uitgevoerde boogiewoogie solo van de jonge pianoprofessor. Pinetops Boogie swingde met bas en drums heerlijk weg, tot vreugde van het publiek. Ha! Boogiewoogie! Waar hoor je dat nog?   En wat is dat toch fijn om weer eens zo’n smeuïge Fats Domino groove te horen spelen: Let The Four Winds Blow, en dat was natuurlijk geen probleem in Windkracht 13. Gumbeaux sloot het optreden af met een passend eerbetoon aan Dr John met een funky uitvoering van diens hit uit vervlogen tijden, Iko Iko.                                                                                                                                        

Foto DJ's Quint en Remco
DJ’s Q & R

De afterparty werd door de DJ’s van dienst Quint & Remco geheel in stijl met jazzvinyl afgerond. Zij hadden Jarmo Hoogendijk, Rob van Bavel en Frans van Geest al eerder blij verrast door het draaien van een zeldzame LP van Eric Dolphy met begeleiding van een Nederlands trio, met daarin drummer John Engels. Zo kwam ook IJf Blokker aan zijn trekken. Eregast Jarmo is trouwens nog lang gebleven; hij bleek zich prima te vermaken op dit Jutter Jazz Fest en ging pas rond middernacht terug richting Den Haag.

Zondag.
Na een lange muzikale zaterdag was het op de 2e dag van het JJF fijn ontwaken met de perfecte zondagochtend muziek.

Foto Bart van Gemert Kwintet
Bart van Gemert Kwintet

Het kwintet van Bart van Gemert bracht het goed met publiek gevulde Windkracht 13 in een passende pastorale sfeer met fraaie eigen composities van de hand van de jonge drummende meester. ‘Modern Creative’, of zoiets – het beestje moet een naam hebben. Maar wat een sterke songs of ‘stukken’, zoals dat in jazzjargon heet! Bart van Gemert, een behoorlijk bourgondisch ogende jongeman met een rossige baard heerste vanachter zijn drumstel met zachte, maar dwingende hand. Alsof hij zo geboren was, zo vanzelfsprekend leidde hij zijn even jeugdige kompanen naar fraaie hoogten en vergezichten. Samen met zijn ‘jonge broertje’ Thijs op de contrabas en pianist Hidde Smedinga bezorgde hij strak in een heerlijke cadans geplaatste ritmische accenten, terwijl gitarist Thijs de Klijn en trompettist Ruben Drenth meanderend in conversatie bleven. Deze laatste speelt in dit ensemble ook echt de eerste trompet met veel solopartijen, die steeds heel smaakvol en mooi in opbouw waren. Bijna Vloeimansiaans als hij omfloerst en met veel aangeblazen lucht een solo begint en daarna steeds meer kracht bijzet en toch weer ingehouden weet te eindigen – heel fraai. Pianist Smedinga moeten we ook in de gaten houden: geen kijk-mij eens-virtuoso, maar een ultieme begeleider, die de muziek leest, zoals een goede voetballer de wedstrijd. Zo waren daar momenten waarbij hij met een kralengordijn van klaterende arpeggio’s de solo’s van de Klijn en Smedinga omkleedde. Zoals gezegd had de muziek van dit kwintet pastorale kwaliteiten, wat dat ook moge zijn, maar in het stuk Zeehond, dat door zijn bedenker met een aantal subtitels werd toegelicht: ‘snoezig toetje, knuffelbeestje’, werd al snel een wissel verkeerd genomen en leek het treinstel te gaan ontsporen in een ritmische versnelling met dissonante en ontregelende tonen van trompet en gitaar. Alsof het arme zeehondje in een woeste achtervolging door een wrede orka verslonden dreigde te worden. Heel mooi: van hemels naar…diepe krochten. Vrijwel alle composities waren van de hand van Bart van Gemert en een van zijn broer Thijs, maar zonder uitzondering van een veelbelovend niveau. Aha…bedenk ik me opeens: dat is dus ‘modern creative!’

Tim Langedijk Kwartet

De drummer kwam net terug uit China, waar hij had getoerd met het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw en de gitarist gaat op tour door Europa met het Metropole Orkest, fijn om kennis te maken met het Tim Langedijk Kwartet in Windkracht 13 te Den Helder.
Gitarist Tim Langedijk had hier al eerder veel indruk gemaakt en dat bleek nu met een nieuwe band geen toeval te zijn geweest. Vanaf de eerste tel weet je dat je hier te maken hebt met grootmeesters, die een hoog niveau van samenspel, van beheersing, van dynamiek combineren met spelplezier en improvisatievermogen. De toevoeging van tenorsaxofonist Tom Beek aan de originele triobezetting pakt heel goed uit omdat hij – in de woorden van Tim Langedijk – de beste is. En daar kan ik hem op deze zomerse zondagse namiddag zeker gelijk in geven: wat een prachtige toon, wat een fijne gedoseerde opbouw, welk een lyriek. Zo vertel je een verhaal, zo kan je je uitdrukken op een instrument – zonder woorden. Met referentie aan My Favorite Things van John Coltrane, oftewel, hoe verjazz je een mooie popsong en transformeer je het tot iets …eh…mooiers: J.J. Cale’s After Midnight kreeg een prachtige slow down ‘Tim Treatment’, waarbij gitaar en sax ogenschijnlijk achteloos getimed samenspanden terwijl de heerlijke ritmesectie van bassist Boudewijn Lucas en meesterdrummer Marcel Serierse een supercool ritmisch bedje spreidden. Lucas liet zijn fenderbas trouwens – ook in zijn solopartijen – lekker ‘knorren’ en Serierse leverde een paar geweldige drumsolo’s af, waarin hij zijn kit behoorlijk liet knallen. Naast eigen composities van Langedijk werden we ook getrakteerd op een fraaie uitvoering van Nardis, van Miles Davis en een fraaie song van Pat Metheny, die hij opdroeg aan zijn jonge vrouw. Ach, wat lief. Maar de heren kunnen ook nog steeds, zoals bleek in het laatste stuk, tappen uit bebop- en hardbopvaatjes, waarbij ze de swing tot grote hoogten wisten op te voeren.

Het was ondertussen al zes uur in de namiddag geworden en het Tim Langedijk Kwartet bleek een ideale afsluiting van een lang, jutters en jazzy weekend. Op naar het Jutter Jazz Fest 2020!

Foto Gallery JJF
Bekijk ook de foto’s van Jowan Richie in de Gallery onderaan de Pagina Jutter Jazz Fest

Tekst Gerard Hoekmeijer   Foto’s Fred Geldermans