Recensie Kruidkoek

Zondag 10 november 2019 I Windkracht 13

Een optreden van het jeugdige kwartet Kruidkoek is als een treinreis naar dromenland. Op een fraaie, zonnige zondagmiddag in november stapten een kleine veertig reizigers in op perron WK 13 voor een rit naar onbekende bestemming.

Kruidkoek in Windkracht 13

De trein kwam – als een boemeltje – echter heel langzaam in beweging met gepiel op gitaar en bas, waarbij de heren gehurkt in het elektronische struikgewas aan hun voeten, poogden het juiste spoor te ontdekken. Gelukkig vonden ze dat bijtijds, zodat er gelukkig toch beweging ontstond en de trip pas echt kon beginnen. En wat voor trip! Kruidkoek biedt een reis zonder spoorboekje – je weet nooit waar je terecht komt, in welke uithoek je nou weer belandt. En misschien weten ze dat zelf ook niet altijd, getuige hun reacties op hun eigen strapatsen. Het kan natuurlijk ook dat ze dat veinzen, zoals bij de valse start ergens in de tweede set, die op laconieke wijze perfect werd overgedaan: wellicht is het een onderdeel van de act, ontstaan uit een echte fout, die een gestileerd onderdeel is gebleven van het optreden.

Het openingsnummer kenden we al van hun eerste optreden hier in 2017, dat zo’n goede indruk had achtergelaten. Het staat ook op hun eerste album uit 2018, uitgebracht op hun eigen Spicecake Records label. Van dat album kwamen nog meer liedjes voorbij. Liedjes ja, want zo noemen ze ze zelf. Eén ervan – Pardon Mevrouw Uw Snor Staat In Brand – werd al herkent door het publiek: ja hoor, de band heeft fans in Den Helder. Oh, die titels. Tertsen Tarantino, Sferieus, Toen Had Je Nog Zo’n Mooie Lach, Fiep (Takkie) – het neigt soms nogal naar woordspelige meligheid. Er werden echter ook een aantal nieuwe songs gespeeld van het op 5 maart 2020 verschijnende tweede album. We noteerden titels als Flinterdik, Pingu en Politieurgent. Voor Pingu is ook een video gemaakt, waarin een nieuwe dans wordt getoond.

Foto's Kruidkoek
Bram Knol

Drummer en ceremoniemeester Bram Knol riep het publiek op om mee te dansen, maar dat liet zich helaas, maar wel wijselijk, niet verleiden. Je weet immers nooit of en wanneer de heren je op het verkeerde been zetten. Want het was weer bij vlagen behoorlijk spectaculair, hoe snel ze van maatsoort en tempo wisselen. Als je je hierbij dansend overgeeft aan ‘da groove’, moet je uitkijken even later niet in een onontwarbare fysieke knoop te liggen of als een wankele telganger voor schut te gaan. Maar wat klonk het allemaal fantastisch.

Nick Feenstra

Als Tijmen Kooiker z’n gitaar en Nick Feenstra z’n altsax laten samenvloeien in langgerekte, virtuoze, fraaie melodische lijnen. Als Reindert Kragt zijn bas laat zingen in mooi uitgesponnen solo escapades en Bram Knol achter zijn kleine kit op onnavolgbare wijze alles aan elkaar breit en richting geeft. Het al eerdergenoemde elektronische struikgewas wordt veelvuldig ingezet. Nick Feenstra dubbelt zijn altsax vaak met een harmonizer, met echo en vervorming verbreedt hij het geluidpalet van zijn instrument, maar het wordt allemaal met smaak toegepast.

Reindert Kragt

Bassist Reindert Kragt ging regelmatig op de hurken om zijn effecten te bedienen en met name zijn fijnzinnig gebruik van de wah wah gaf mooie resultaten.

Het leuke van deze verrassingstocht is dat je zomaar – in the middle of nowhere – midden in de knoek, zeiden we vroeger, kunt belanden. Eén van de hoogtepunten was de halte in Politieurgent, waar de trein stopte in een verstild, desolaat landschap waarin een prachtige pas de deux tussen gitaar en bas werden opgevoerd. Pure blues was het, waarin de wellustig in galm gedrenkte Gibson SG-gitaar zich heel zacht tegen de omfloerst zoemende Fender basgitaar ‘opvrijde’. Erotiek op perron Politieurgent. Hoewel het samenspel van de heren hun troefkaart is, staan zij ook solistisch hun mannetje. We werden veelvuldig getrakteerd op prima solo’s van Feenstra, Kooiker en Kragt. De laatste is een bassist met een eigen handschrift, die ook veel gebroken akkoorden gebruikt en bij Nick Feenstra hoor je ook dat hij een uitstekend hardbopper kan zijn.

Tijmen Kooiker

Tijmen Kooiker – met zijn heerlijk rode kuif, zou hij een kleinzoon van de recentelijk overleden Cream drummer Ginger Baker kunnen zijn – is een absolute topper op gitaar. Hij bestrijkt moeiteloos vrijwel het gehele gitaarspectrum van jazz tot rock en combineert dat met een fraai geluid.

De muziek laat zich niet makkelijk vergelijken, maar de verwantschap met Frank Zappa en ook met een eigentijdse groep als Snarky Puppy is duidelijk. Qua niveau doen ze echt niet veel onder voor bijvoorbeeld de groep uit New York rond bassist Michael League. De muziek is niet makkelijk, maar als je eenmaal ingestapt bent, word je beloond en val je van de ene in de andere verbazing en betrap je je zelf op een voortdurende grijns. Want dat is het geheim van deze band: het zijn niet de songtitels, maar het is de muziek zelf: die zit vol muzikaliteit, maar ook vol humor. Ik kan maar geen genoeg krijgen van Kruidkoek….

Tekst Gerard Hoekmeijer  – Foto’s Fred Geldermans