RECENSIE KRUPA & THE GENES

Zaterdag 15 september 2018 I Windkracht 13

‘Kermis in de hel’, zo omschreef een recensent de muziek van Krupa & The Genes en treffender kan je het niet benoemen. Toch paste deze metafoor niet op alle stukken van dit ogenschijnlijk willekeurig bijeengeraapte stelletje klasbakken in de jazz.

Want er waren ook veel momenten van meer meditatieve aard. De groep is opgebouwd rond de drumtandem Stefan Kruger en Joost Patocka (juist ja: Kru en Pa en – oh toeval – ook een knipoog naar de legendarische swingdrummer Gene Krupa). Een groep met twee slagwerkers is redelijk bijzonder in de jazz. Misschien bracht ze dat op het idee om de andere plekken ook met duo’s op te vullen. Zo traden er in Windkracht 13 twee gitaristen voor het voetlicht, die echter totaal verschilden in aanpak. Alsof ze dat nog extra wilden benadrukken, bezetten zij de vleugels van de groep.

Raphael Vanoli speelt het gehele concert zittend met zijn gitaar op schoot, continu een arsenaal aan elektronica bedienend voor het verzorgen van een vrijwel continue drone aan ijle sustainvolle klanken into outer space. Denk aan Eno bij Roxy Music of aan Heroes van Bowie. Zijn aanpak lijkt ook wel een beetje op de ‘frippertronics’ van King Crimson gitarist Robert Fripp, die ook op dat album meespeelde.

Aan de andere kant speelt Anton Goudsmid in zijn authentieke stijl stevige en ritmisch perfect geplaatste akkoorden, afgewisseld met strakke riffs en subtiele loopjes, die de vaak stomende groove van de drums en bassist Sean Faciani nog meer kleur op de wangen geven. Deze laatste speelde de hele avond gedegen, stuwende baslijnen zonder op de voorgrond te treden.

Ook de twee drummers verschillen in stijl. Kruger, vooral bekend van Zuco 103, is de man van de strakke grooves, terwijl Patocka een meer losse swing in de polsen heeft. Het mooie van deze bijzondere samenstelling is dat ze ook fijn complementair is. Als de snare van Kruger knalt door de ferme stokslagen, roerbakt Patocka het velletje vrolijk met zijn brushes om zo als het ware wat lucht toe te voegen.

Prominent – ook op het podium – in de groep is de rol van de twee rietblazers Maarten Hoogenhuis en Jasper Blom. Fantastisch klinken de alt- en tenorsaxen samen als zij lange, vaak complexe en zeer strak uitgevoerde, unisono lijnen spelen. Het blijft een genot om naar zulke uitstekende blazers te luisteren. Van de zachte subtiel aangeblazen passages met veel lucht tot aan de hectische carrousel trip in ‘de hel’, alwaar ze tegen elkaar in krijsen en gillen……. en weer terug. Opvallend was het zichtbare spelplezier van de heren, vooral ook van de toch meestal ingetogen spelende Jasper Blom. Al in het eerste prima stuk van en over ‘de poes van’ Hoogenhuis viel hij al op als zanger. Maar dan wel met een door enige elektronica vervormde stem. Ook Maarten Hoogenhuis had een bezoek gebracht aan de snoepwinkel vol met elektronica en draaide ter afwisseling van zijn sax spel met de kleppen enthousiast aan de knopjes.

Het goed met publiek gevulde Windkracht 13 was getuige van een lekker los spelende band, die veel heerlijk hypnotiserende grooves voortbracht. De muziek is verhalend, filmisch en blijkt bij geconcentreerde beluistering ook rijk aan fijne details. Zo speelde Anton Goudsmit geweldige – soms contrapuntige – lijnen, vooral ten dienste van het geheel. Hij soleerde maar een paar keer kort en, zoals we van hem gewend zijn: uitstekend. Dat is trouwens ook wel opvallend bij deze eigentijdse jazz: weinig individuele solo’s, maar vooral inventief collectief samenspel. Wel was er een heel stuk lang ruimte voor de spacegitaar van Vanoli, die heerlijk gedijde in de bijna sensuele ritmiek van zijn kompanen. Krupa & The Genes speelt louter eigen composities van vrijwel alle bandleden.

Zo ontpopte Jasper Blom zich ook nog als beginnend cabaretier met een lange en grappige inleiding over een muzikale ‘guilty pleasure’ uit zijn jeugd, disco! Zijn stuk daarover bevatte inderdaad een enigszins gecamoufleerde ‘four at the floor’ beat. Spreekstalmeester Joost Patocka noemde ook nog Duke Ellington als inspiratiebron van een van zijn songs, maar ik nam dat maar voor kennisgeving aan, want ik hoorde het niet.

 

 

Goudsmids’ Kriminal Polizei’ was wat mij betreft een van de hoogtepunten van dit heerlijk avondje, een opwekkend, vrolijk swingend stuk. Ook zijn compositie opgedragen aan Donald Trump, treffend getiteld Droplul (is dat niet het beledigen van een bevriend staatshoofd?) bleek een opgewekt lied te zijn met zijn lichtvoetige, Afrikaans getinte groove.

Het publiek vond het allemaal prachtig en liet de band nog terugkomen voor een toegift. Het was al met al een prima optreden van een heel fijne band. Op naar het volgende concert!

Gerard Hoekmeijer