RECENSIE “OOSTERDOK 4”

Zondagmiddag 22 december 2013; Windkracht 13

Je sluit je ogen en je bevindt je opeens niet meer in Windkracht 13 in Den Helder, maar in een afgeladen Village Vanguard in New York op een druilerige zondagmiddag in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Of je hoort voor het eerst een uit de vergetelheid opgedoken obscure live opname van het onvergetelijke “John Coltrane Quartet”. Maar als je de ogen weer opent, blijk je nog gewoon in het sfeervolle jazzcafé aan de Weststraat te zijn, dat gevuld is met zo’n tachtig liefhebbers, die er merkbaar zin in hebben.

foto: Oosterdok 4

Oosterdok 4

Ja, het was gewoon verbluffend, zoals deze vier Hollandse knapen van rond de achttien jaar hun optreden openden: met een klaaglied nog wel: “Lonnie’s Lament”, afkomstig van het ‘donkere’ album “Crescent” uit 1964 van dat bovengenoemde legendarische jazzkwartet met John Coltrane, McCoy Tyner, Jimmy Garrison en Elvin Jones. Het onmiskenbare, dramatische ’Traneske’ geluid van de tenorsax, de aanzwellende, dreigende ‘Jonesiaanse’ roffels van de drums……….wat gebeurt hier, denk je eerst, nog verbaasd……….maar als dan de eerste pianoakkoorden en de sonoor zoemende contrabastonen de ruimte vullen, dan is het duidelijk, dat dit een bijzonder concert gaat

foto: Floris Kappeyne

Floris Kappeyne

worden. De jongeman achter het klavier, Floris Kappeyne maakt grote indruk met een lang uitgesponnen en zorgvuldig melodisch en dynamisch opgebouwde solo, waarmee hij de grote McCoy zonder spoor van schaamte gerust onder ogen kan zien. Wat een rust, wat een overtuiging, de timing, de aanslag. Hier speelt een groot talent. De daaropvolgende solo van tenorist Gideon Tazelaar is al even overtuigend en fraai. Ook bij hem een prachtige opbouw en dosering, waarbij hij langzaamaan langere en snellere notenreeksen ontlokt aan het riet en het koper. De noten vallen haast over elkaar heen in hun drang om het uit te schreeuwen…………………….”Lonnies Lament” is dan wel in mineur getoonzet, maar het is een pracht voorbeeld van de zogenaamde ‘modal jazz’, een epische vertelling, die wat mij betreft niet lang genoeg kan duren. Het is niet eens het bekendste voorbeeld uit het ‘Grootboek van de Jazz’ en wordt zeker minder vaak gespeeld dan bijvoorbeeld “On Green Dolphin Sreet”, welke ook een prima ‘Oosterdok 4 behandeling’ kreeg.

Foto: Gideon Tazelaar

Gideon Tazelaar

“Oosterdok 4” speelt (nog) geen eigen composities. De jongeheren studeren nog en je zou ze kunnen afdoen als een coverbandje. Maar in de jazz is het gebruikelijk om je te scholen en te laten inspireren door de grootmeesters. Vergelijk het met de klassieke muziek, echter in de jazz is improvisatie het belangrijkste kenmerk. En improviseren, dat kunnen de mannen van “Oosterdok 4”, dat lieten zij in twee lange sets overtuigend horen. Zo was het heerlijk om drummer Wouter Kühne bezig te zien achter zijn vintage Gretch kitje (bouwjaar 1968): met – van de concentratie – blozende wangen kijkend, luisterend en anticiperend op zijn kompanen, beroerde hij zijn trommels en cimbalen. Samen met bassist Tijs Klaassen zorgde hij gedecideerd voor de ritmische basis. Ook in de solo’s betoonde dit uit Dirkshorn afkomstige drumtalent zich een uitstekend leerling van docent Eric Ineke: rustig in de opbouw, wat zoekend nog en dan……..af en toe ‘het beest’ toelatend. Tijs Klaassen is echt het prototype van de bassist: ogenschijnlijk onverstoorbaar plukte hij aan de snaren van zijn contrabas – let

Foto: Wouter Kühne

Wouter Kühne

vooral niet op mij, zo straalde hij een beetje uit. Maar ondertussen speelde hij een fijne en dwingende bebopswing en strooide hier en daar met korte uitgekiende solopartijtjes, die een grote zelfverzekerdheid aantoonden. Het was al met al een vreemd gezicht: deze muziek, op dit hoge niveau gespeeld en zelfs authentiek klinkend, en de aanblik van een stel vlassige pubers. Maar wel in strakke pakken en snelle schoenen, zoals het hoort!

Foto: Tijs Klaassen

Tijs Klaassen

“Oosterdok 4” zorgde voor een unieke, bijna gewijde sfeer in Windkracht 13. Terwijl allerlei jong grut voor het podium langs rende en er bij de bar gezellig gekwekt werd, steeg de muziek toch boven alles uit – ook tijdens de zachtste passages. Dat zegt alles! Deze muziek dwingt dat af. En zo konden we genieten van een prachtige vertolking van Coltrane’s “Bessies Blues”, waarin de langs het riet aangeblazen lucht van Tazelaar’s tenorsax prachtige kristallen tonen losliet en Kappeyne zijn snaren nog eens deed twinkelen. Geen gelamenteer meer………..het wordt een mooie kerst.

Gerard Hoekmeijer