RECENSIE THE PREACHER MEN

Zaterdag 9 september 2017; Windkracht 13

Het hammondorgel van het type B3 is wellicht het enige muziekinstrument, dat alleen al door zijn geluid liefhebbers kent, ongeacht welke stijl van muziek er op voortgebracht wordt. Zij spreken altijd met enige devotie over dit ontwerp van Laurence Hammond uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

Zaterdagavond waren er ruim zestig van hen uit vele uithoeken van ons lage land bijeengekomen om zich over te geven aan zijn pracht. Ik sprak mensen uit Zwanenburg, Heemstede, Hoorn en Amsterdam, volgelingen van The Preacher Men, die geen dienst overslaan.

En….daar stond hij dan op het ‘podium’ van Windkracht 13, dat ‘450 pounds beast of joy’, geflankeerd door twee imposante Leslieboxen. Het is ook een pracht meubelstuk, geschapen uit fraai mahoniehout, met vier klassiek gedraaide poten.

 

De opening was mooi, met drummer Chris Strik, die solo een tribaal drumpatroon inzette, waarna organist van dienst Rob Mostert een ijl akkoord liet aanzwellen, waarna Efraïm Trujillo op zijn tenorsax het thema blies – het sein om over te gaan in een springerige R&B groove. Heel fijn hoor, maar het tempo werd in het 2e stuk, het passend getitelde Speeddate, van de hand van Trujillo, nog even lekker opgevoerd. Dat is natuurlijk fijn soleren op zo’n postbop thema. Mostert liet het publiek kennismaken met alle uithoeken en krochten van zijn instrument, van grommen naar gieren en liet zien en horen bij de absolute top van de orgelleague te horen. Zijn (blote) voetenwerk op de baspedalen is fenomenaal, zijn linkerhand speels en op rechts is hij een ware virtuoso. Eén van de aanwezige deskundige liefhebbers vertelde mij, dat zo spelen alleen mogelijk is als je beschikt over een derde hersenhelft! Ik nam dit onmiddellijk van hem aan, want anders zou het toch niet mogelijk kunnen zijn. Mostert houdt ook van de lekker ranzige geluiden, die de B3 kan voortbrengen en het aanslaan van gemene akkoordjes, zodat zijn spel nooit te wollig wordt. En o o, wat klinkt die harmonische vervorming uit al die elektronenbuizen van z’n Leslie versterkers heerlijk, en wat knorren die bassen weldadig! Rob Mostert weet als geen ander waar Abraham z’n spul haalt: Jimmy Smith bijvoorbeeld als hij minutenlang soleert rond z’n duim, die in een drone is blijven hangen.

Trujillo kennen we al wat langer, vorig jaar nog tijdens het geweldige optreden met Ramón Valle. Hij had nu geen sopraansax mee, maar liet vooral zijn tenor klinken, zoals dat hoort bij orgeljazz. Ruig spel dus in de traditie van de jazzcultuur in Chicago, van eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Scheuren, honken en jiven, dat kan hij als de beste, hoewel bij Trujillo de Eastcoast toch altijd dichtbij is. Maar ook ingehouden en warm spel liet hij horen op de altsax in de ballad I Want A Little Girl, waarbij hij zich kon wentelen in een warm orgelbad, waarbij Mostert zich niet geneerde om zelfs wat romantisch te schmieren.

Natuurlijk zijn in zo’n trio alle ogen al gauw gericht op ‘Kwatta’: het hammondorgel zuigt als het ware de meeste aandacht op, maar slagwerker Chris Strik wist niet alleen door zijn stevige postuur, maar vooral door zijn fantastische, gedreven drummen het publiek te bekoren. Wat een oerkracht schuilt er toch in dat lichaam. We kenden hem al van zijn jarenlange samenwerking met de Azerbedjaanse pianiste Amina Figarova, maar dit is andere koek. Met zijn onstuimige drive pakt hij zijn kompanen bij de kladden en jaagt ze op tot grote hoogten. Zeer sterk was een openingssolo met de handen gespeeld. Ik voelde zelf mijn vingers plaatsvervangend tintelen, zo hard trof hij de vellen! Maar hij is ook een meester van de dynamiek: ook heel zacht met zijn vingers roffelend en dan tergend langzaam in kracht toenemend en weer terug en dan….baaaaam!! Als een donderslag trof zijn stick zijn snarentrommel. Later kreeg hij de handen van het enthousiast meelevende publiek weer op elkaar met nog een indrukwekkende solo. Mooi is ook de inzet van zijn gehele fysiek: hij drumt niet alleen met handen en voeten, maar met z’n hele lichaam, met inbegrip van zijn gezicht, waarin alles is af te lezen…..

Fijne en wat modernere grooves waren er ook in Grumpy Old Man, wederom een (autobiografisch?) eigen werk van Trujillo en de groepscompositie Stricks Tricks. Ook Mostert had als componist een goede inbreng met het fijn compacte Going Back To Memphis, wat een titel van Booker T. & The MG’s had kunnen zijn. Afgesloten werd er met The Show Has Begun van Horace Silver, waarna de groep een staande ovatie ten deel viel van het euforische publiek in de ondertussen bloedhete orgeltempel. Een terecht eerbetoon dat natuurlijk beantwoord moest worden.
Uw recensent kon geheel verlicht huiswaarts keren…..

Tekst Gerard Hoekmeijer