RECENSIE YURI HONING AQ

Zondag 21 oktober 2018 I Windkracht 13

Het winnen van een Edison Jazz Award is nog geen garantie voor een uitpuilende zaal in Den Helder, maar Windkracht 13 was vol genoeg met echte liefhebbers om er een sfeervolle middag van te maken.

Goldbrun is de titel van het album – op CD en 180 grams vinyl (!) uitgebracht – dat goed was voor het binnenhalen van zijn tweede Edison. Dat album werd integraal uitgevoerd, exact zoals op de plaat, volgens Honing zelf. Maar dan onderbroken door een pauze…..ach, een ouderwetse LP moet je tenslotte ook omdraaien.
Voor dit project haalde de saxofonist en componist zijn inspiratie uit de Duitse romantiek uit de 19e  eeuw. Goethe, Caspar Friedrich, Wagner, R. Strauss, om een idee te krijgen. Al eerder had Honing jazz met Europese muziektradities in verband gebracht bij een project als “Winterreise”, waarbij liederen van Schubert de basis waren. Op het eerste gezicht lijkt het een onmogelijke opdracht om jazz met bijvoorbeeld Wagner in verband te brengen. Maar al direct vanaf het openingsstuk “Goldbrun #1” bewees het kwartet dat in de muziek alles mogelijk is. De muziek klonk meteen soeverein, Honing blies lange krachtige notenlijnen, die je het best kunt omschrijven als ‘de Klare Lijn’, warm, helder, lenig op alle dynamische niveaus. Hij is zo’n saxofonist die een volkomen eigen geluid heeft.Ach ja, Duitse romantiek. Maar het is knap, want in al de Goldbrun variaties (van 1 t/m 8) hoor je inderdaad der Weltschmerz en die Sehnsucht in vrijwel alle noten en akkoorden weerklinken.

Gelukkig is daar slagwerker Joost Lijbaart! Slagwerker ja, want dat is hij meer dan drummer. Als de muziek al te zwaarmoedig of melancholisch dreigt te worden, dan wordt dat op prachtige wijze door hem verluchtigd – als een soort slagroomklopper driftig in de weer met brushes, sticks en pompoesjes (of hoe die bolletjes ook mogen heten). Het was soms bijna hilarisch om te zien hoe hij wisselt van drumgerei. Hij moet hier wel wereldrecordhouder in zijn! Binnen een paar luttele maten verwisselt hij razendsnel van slagtuig, waarbij ook zijn blote handen horen. Soms zie je hem aarzelen als hij een stick pakt en toch weer snel neerlegt om een brush te pakken. Soms moet hij ook nog snel zijn afzakkende bril weer terug en hoger op zijn neus plaatsen. Hij doet dat allemaal in opperste concentratie. Je ziet hem reageren op wat de anderen doen. Zijn onorthodoxe spel past als een perfect gesneden handschoen bij deze muziek. Ik las ergers over Goldbrun, dat daarbij ‘harmonie boven ritme’ zou gaan, maar toch wist Lijbaart soms met al zijn eigenzinnigheid een soort groove te realiseren, die aangenaam was.

Allemaal goed en wel met die Duitse romantiek: had het nog iets met jazz te maken? Nou zeker, want al die weemoed en dat verlangen leidde op een bepaald moment tot een ware explosie, waarbij Yuri Honing zijn mooie lange lijnen geleidelijk inwisselde voor een steeds heftiger bebop solo en daarbij Lijbaart uitdaagde tot een explosief crescendo. Geweldig! De slagwerker kreeg trouwens een paar keer terecht de handen op elkaar met een paar enerverende solo’s.

Ook bassist Gulli Gudmonson kreeg enige ruimte om zijn contrabas te laten zingen. De verder ijzig, onverstoorbaar en gedegen spelende musicus hield bij zijn solo’s zijn instrument in een vertederende omhelzing vast en ontlokte zijn Muze fraaie zangerige, welhaast sensuele klanken: zuchten en kreunen…….

 

Het samenspel was bij vlagen adembenemend en bij het absolute hoogtepunt van het concert – in het begin van de tweede set ( Goldbrun 7 of 8) – voor uw recensent zelfs kippenvel opwekkend! Gudmondson en de uitstekende pianist Wolfert van Brederode bouwden aan een subtiel intro, waarbij ze beiden als het ware – aftastend zoekend – om elkaar heen draaiden met noten, die naar elkaar toe kropen en weer terugdeinsden als in een ‘pas de deux’, waarbij Joost Lijbaart zich aandiende als ‘menage à trois’ met verkwikkende cimbaal streken, afgewisseld met bijna het tandglazuur aantastende bekken vibraties.
Met musici van deze klasse kan muziek echt genot worden.

Van Brederode is de perfecte pianist voor deze muziek. Zijn spel is ingehouden en zeer beheerst, hij speelt geen noot te veel, maar weet met schitterend geplaatste akkoorden de spanning op te bouwen. Ook hij lijkt constant te zoeken naar de juiste harmonische invulling en doet dat met een ongeëvenaarde rust, zodat zijn fraaie akkoordreeksen nog beter op hun plaats vallen. Ook in zijn solo’s is rust – het gebruik van pauzes – kenmerkend. Het geeft zijn bijdragen lucht, maar ook kracht en schoonheid. Af en toe konden we hem zelfs als Keith Jarrett, mee horen neuriën met zijn piano.

Yuri Honing vertelde het publiek nog dat hij een nieuwe buurman heeft, die wij wel zouden kennen: Rob Scholte. Volgens hem was die bezig ‘met het inhuren van een stel Joegoslavische huurmoordenaars…..’                                                                              En zo was er deze middag naast schoonheid ook ruimte voor hilariteit.

Gerard Hoekmeijer