Recensie BRUUT!

Zondagmiddag 21 december 2014; Windkracht 13

DSC_2428_lzn_eHet is met ruim honderd bezoekers gezellig druk in Windkracht 13, als om kwart over drie de mannen van Bruut! het “Kerstcafé” voor geopend verklaren. Met het swingende “Bounce” van hun eerste CD zetten zij direct de toon van deze middag. Heerlijk soepele grooves, fijn orgelspel en een bij vlagen magistrale sax brengen het publiek in de mood, in de juiste kerststemming. Want – het is al vaker geconstateerd – bij dit bandje is de toekomst van de jazz in goede handen. Bruut! weet als geen ander instrumentale muziek met veel gesoleer voor het voetlicht van een breed publiek te brengen. Van gelouterde jazzliefhebbers tot jeugdige hipsters, zij komen allemaal aan hun trekken bij de ‘souljazz 3.0’ van deze band. Souljazz, een stroming voortkomend uit de hardbop van eind jaren vijftig, vierde zijn hoogtijdagen in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw met sterren als Jimmy Smith, Lou Donaldson, Lonnie Smith, Grant Green en Jimmy McGriff. DSC_2500_lzn_eHierbij werd er weer meer teruggegrepen op de oude rhythm & blues en de gospel, de oerroots van de zwarte muziek. Het aardige van Bruut! is, dat ze hier een geheel eigen draai aan geven, waarbij ze het muzikale spectrum lekker ver hebben opgerekt met invloeden uit de surfrock van die tijd en latere iconen als Sly Stone en zelfs Led Zeppelin. Organist Folkert Oosterbeek vertelde mij voorafgaand aan het optreden, dat hij pas een paar jaar geleden was overgestapt van piano naar orgel en nog zich nog niet echt verdiept had in de hammondorgelgrootmeesters uit die tijd. Misschien moet hij dat ook helemaal niet doen, want hij heeft nu een heel eigen handschrift ontwikkeld op een toch behoorlijk ‘weerbarstig’ instrument. Hij speelt vaak korte atypische solo’s, die zijn voortdurende zoektocht op het instrument onderschrijven. Hij was ook helemaal in zijn sas met z’n ‘nieuwe’ ouwe 142 buizen Leslie, overgenomen van de toetsenist van Racoon, die een heerlijk donkerbruin vervormd geluid voortbracht. Spelplezier is ook een andere troef van dit gezelschap, dat duidelijk zichtbaar heerlijk ontspannen aan het musiceren is. Bassist Thomas Rolff en drummer Felix Schlarmann leggen ogenschijnlijk ‘uit de losse pols’ de meest dwingende en swingende grooves neer, die de voetjes onbewust doen bewegen en de vingers laat knippen. En elke keer is het weer genieten van het spel van saxofonist Maarten Hogenhuis, de ‘beste tenorsaxofonist op de altsax’, zoals hij stond aangekondigd. Hij bleek nu trouwens ook behoorlijk goed uit de weg te kunnen op de tenorsax, die hij in een paar nummers gebruikte. Hogenhuis is DSC_2604_lzn_eeen zeer veelzijdig solist, die prachtig verhalen kan vertellen, waarbij hij alle sonische uithoeken van de sax benut in soms lang uitgesponnen en complexe, maar virtuoze notenruches. Hij speelde nu geheel akoestisch, hetgeen heel moedig was, zeker in combinatie met het hammondorgel, dat toch wel eens graag luidruchtig wil zijn. Het was gewaagd en ook behoorlijk knap dat zij in de toch wat losse ambiance van dit drukke kerstcafé qua geluid overeind bleven en het samenspel onverminderd strak bleef. Toch was er één bezoeker nodig, die bij een heel ingetogen ballade van Bruut! zijn medepubliek op luide toon opriep om stil te zijn en ‘respect te tonen voor de musici’. Dank zij zijn interruptie ging een zeer fraaie ‘kippenvel oproepende’ solo van Hogenhuis niet verloren in het kerstgewoel. Dat is dan weer de keerzijde van de jazz van Bruut! Het is toch vooral muziek, die gemaakt lijkt te zijn voor kerk, kroeg, bar en bordeel. Voor extase, beleving, dans en samenzijn. Daar waar de jazz zijn oorsprong vond.

DSC_2494_lzn_eBruut! speelde louter eigen werk, dat overigens niet altijd even sterk is. Er werden aardig wat nummers van het volgend jaar te verschijnen derde album gespeeld, die zich overigens niet echt onderscheidden van het oudere werk. Prijsnummer is wat mij betreft nog steeds “Bumper” van hun eerste plaat, dat geen gek figuur slaat tussen classics als “All About My Girl” van Jimmy McGriff en “Organ Grinder Swing” van Jimmy Smith. Het enthousiaste publiek liet de jonge helden pas vertrekken na een uitgelaten vertolking van hun hit “Surf”. Dat het kerstdiner u goed moge smaken.

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie

RECENSIE “THE MORE SOCIALLY RELEVANT JAZZ MUSIC ENSEMBLE”

Zaterdag 29 maart 2014, Windkracht 13

foto; TMSRJME

TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

Nog voor je dertigste al een arrivé in de vaderlandse jazzwereld met een Edison op zak, leider van een ensemble en spelend in tal van nieuwe formaties. Gitarist Reinier Baas kan beslist worden beschouwd als de voorman van een nieuwe generatie jazzmusici. Gisteren stond hij al voor de derde keer op het Windkracht 13 podium, ditmaal met zijn ensemble van jonge raspaarden om het Helderse publiek te laten kennismaken met ‘jazz 3.0’, zoals iemand dat noemde. Nu hadden veel lokale jazzliefhebbers daar geen boodschap aan, want de opkomst was heel matig. Bovendien bleek bijna de helft van de kleine veertig bezoekers van ‘buiten’ te komen! Dat deze band nogal door de landelijke pers wordt bewierookt, maakt hier blijkbaar niet veel indruk.

foto: TMSRJME

TMSRJME | Foto: F. Geldermans

Is dit TMSRJME – ‘de toekomst van de jazz’- nu inderdaad het ‘spannendste jazzbandje’ van dit moment? Eigenzinnig is Reinier Baas beslist in zijn rol van componist van de meeste stukken, die ten gehore werden gebracht. Veelal beginnend met een ingetogen inleiding op de gitaar, waarin de structuur met veel mooi geplaatste akkoorden en arpeggio’s als het ware werd aangekondigd voor zijn medemuzikanten, waarvan bas en drums vaak met nogal hoekige invallen langzaam ‘into the groove’ kwamen. Grooves, want kenmerkend waren de vele wisselende ritmes en oneven maatsoorten. De beide rietblazers – Maarten Hogenhuis en Ben van Gelder, beide op altsax – speelden de korte chorussen, soms unisono, soms tweestemmig, die het publiek enig melodieus houvast boden. Want de composities van Reinier Baas zijn op zijn zachts gezegd tamelijk pittig qua structuur. Te ‘bedacht’, was één van mijn eerste gedachten. Te bedacht knap geconstrueerd: kijk mij eens geraffineerd spelen. Het moet gezegd, het was beslist knap wat hij en zijn band lieten horen. Vooral ook de bijdrage van het ritmetandem Mark Schilders(drums) en Sean Fasciani(contrabas) was hierin ijzersterk. Met grote precisie werden deze complexiteit vorm gegeven in meestal nogal stompende ritmiek. Geen vloeiende ‘walking bases’, maar meer een stuwend stuiteren. Een van de songs is dan ook getiteld “Stuiter”. Of wat dacht u van “Eyjafjallajökull”. Omen is nomen!

Foto: TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

Bijzonder is de rol van de twee altisten. Deze combinatie komt niet zo vaak voor, maar bood een mooie gelegenheid om beide blazers te vergelijken. Beiden worden beschouwd als grote beloften. Ben van Gelder bracht met mooie klare noten nogal lyrische solo’s, duidelijk zoekend naar schoonheid, terwijl Maarten Hogenhuis een meer avontuurlijk pad volgt, op zoek naar de donkerder krochten van de muzikale ziel. Zij toon is dan ook donkerder, met soms schrille uithalen. Een van de hoogtepunten was zijn geweldige solo in het afsluitende nieuwe stuk “Smooth Jazz Apocalypse”, waarbij hij duidelijk liet horen dat John Coltrane nooit ver weg is. Dit was trouwens een lekker stukje vuige garagerock – punk zo u wilt – met een passend modderig vette gitaarpartij van Baas, die de band opjoeg naar een – jawel – stuiterende finale. Opvallend trouwens dat de jonge bandleider beide sets zittend speelde, niet echt ‘rock ’n roll’, lijkt me. Maar zijn spel is zonder meer fraai; hij ontlokt uit zijn Gibson ES 175 gitaar een volle warme klank, met ronde noten. Zijn spel is zoals zijn composities zijn: eigenzinnig. Mooie vloeiende single string reeksen wisselt hij af met snelle akkoordenreeksen.

foto: TMSRJME | Foto: F. Geldermans

Reinier Baas | Foto: F. Geldermans

Qua stijl is hij moeilijk te plaatsen en dat is natuurlijk een compliment waard, al liet een bezoeker de naam van de Belgische gitarist Philip Catherine vallen, maar dan ‘meer elektrisch!’

Vrijwel alles werd zonder papier gespeeld, ook dat is een teken van klasse bij deze complexe muziek, die wel veel van de luisteraar vraagt, zonder deze ook daarvoor vaak te belonen. Maar soms zijn daar die momenten, waarvoor je naar een bandje gaat. Na een break, waarin de bas begint met een solo, die echter voor die ‘van de grond komt’ wordt overgenomen – of was het verstoord ? – door Reinier Baas, die al stemmend in tune komt, waarna Ben van Gelder met een omvloerste alt invalt…….. ha! Schoonheid! Was het ingestudeerd of was het gewoon gerommel? Wat zou het, dat was briljant!

Na een korte ingetogen toegift nam de band afscheid van het publiek, dat weer vroeg naar huis kon, want de sets waren korter dan de lange bandnaam zou kunnen doen vermoeden.

Gerard Hoekmeijer

Benjamin Herman Quartet

Image

 

foto: poster Benjamin Herman

Benjamin Herman Quartet

zaterdag 15 februari 2014 | Windkracht 13

Benjamin Herman behoeft geen introductie. Hij is met voorsprong de meest spelende jazzmusicus van ons land. De agenda’s van zijn New Cool Collective (& NCC Bigband) en zijn befaamde kwartet zijn al jaren overvol. En dan doet hij nog ‘duizend’ andere muzikale projecten erbij.

foto: Benjamin Herman

Benjamin Herman

Als het over jazz gaat kan je niet om deze man heen. Nieuw & Diep heeft hem nu voor de zesde keer geboekt, na drie keer NCC, één keer met Yuri Honing en Joost Lijbaart en die onvergetelijke avond met zijn kwartet met Carlo de Wijs en Jesse van Ruller. Nu heeft hij foto: Benjamin Herman door Jonathan Herman M– hoe kan het ook anders – weer een topgroep om zich heen verzameld in zijn huidige Quartet: Ernst Glerum op (mini) contrabas, Joost Patocka op drums en Miguel Rodriguez op piano. De klassiek geschoolde Ernst Glerum is een pure improvisator, die langdurig samenspeelde met Han Bennink en Misha Mengelberg, o.m. in het befaamde ICP Orchestra. Hij toerde met Jon Zorn en Don Byron en speelde ook met rietblazers als Lee Konitz en Bud Shank. Drummer Joost Patocka speelde lang bij het Ruud Jacobs Quintet als begeleider van de onlangs overleden Rita Reys en werkte ook samen met Piet Noordijk en de Beets Brothers. De jonge Spaanse pianist Miguel Rodriguez (Madrid) geldt als een internationaal aanstormend talent, die jazz op geheel eigen wijze mengt met pittige flamenco en latin kruiden. Zoals het hoort bij alle muzikale projecten van Benjamin Herman, zijn onze verwachtingen van dit nieuwe kwartet onder zijn naam dan ook hooggespannen.

BENJAMIN HERMAN QUARTET | zaterdag 15 februari 2014 | Windkracht 13 | entree €10,- | <23jr: €5,-

RECENSIE “OOSTERDOK 4”

Zondagmiddag 22 december 2013; Windkracht 13

Je sluit je ogen en je bevindt je opeens niet meer in Windkracht 13 in Den Helder, maar in een afgeladen Village Vanguard in New York op een druilerige zondagmiddag in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Of je hoort voor het eerst een uit de vergetelheid opgedoken obscure live opname van het onvergetelijke “John Coltrane Quartet”. Maar als je de ogen weer opent, blijk je nog gewoon in het sfeervolle jazzcafé aan de Weststraat te zijn, dat gevuld is met zo’n tachtig liefhebbers, die er merkbaar zin in hebben.

foto: Oosterdok 4

Oosterdok 4

Ja, het was gewoon verbluffend, zoals deze vier Hollandse knapen van rond de achttien jaar hun optreden openden: met een klaaglied nog wel: “Lonnie’s Lament”, afkomstig van het ‘donkere’ album “Crescent” uit 1964 van dat bovengenoemde legendarische jazzkwartet met John Coltrane, McCoy Tyner, Jimmy Garrison en Elvin Jones. Het onmiskenbare, dramatische ’Traneske’ geluid van de tenorsax, de aanzwellende, dreigende ‘Jonesiaanse’ roffels van de drums……….wat gebeurt hier, denk je eerst, nog verbaasd……….maar als dan de eerste pianoakkoorden en de sonoor zoemende contrabastonen de ruimte vullen, dan is het duidelijk, dat dit een bijzonder concert gaat

foto: Floris Kappeyne

Floris Kappeyne

worden. De jongeman achter het klavier, Floris Kappeyne maakt grote indruk met een lang uitgesponnen en zorgvuldig melodisch en dynamisch opgebouwde solo, waarmee hij de grote McCoy zonder spoor van schaamte gerust onder ogen kan zien. Wat een rust, wat een overtuiging, de timing, de aanslag. Hier speelt een groot talent. De daaropvolgende solo van tenorist Gideon Tazelaar is al even overtuigend en fraai. Ook bij hem een prachtige opbouw en dosering, waarbij hij langzaamaan langere en snellere notenreeksen ontlokt aan het riet en het koper. De noten vallen haast over elkaar heen in hun drang om het uit te schreeuwen…………………….”Lonnies Lament” is dan wel in mineur getoonzet, maar het is een pracht voorbeeld van de zogenaamde ‘modal jazz’, een epische vertelling, die wat mij betreft niet lang genoeg kan duren. Het is niet eens het bekendste voorbeeld uit het ‘Grootboek van de Jazz’ en wordt zeker minder vaak gespeeld dan bijvoorbeeld “On Green Dolphin Sreet”, welke ook een prima ‘Oosterdok 4 behandeling’ kreeg.

Foto: Gideon Tazelaar

Gideon Tazelaar

“Oosterdok 4” speelt (nog) geen eigen composities. De jongeheren studeren nog en je zou ze kunnen afdoen als een coverbandje. Maar in de jazz is het gebruikelijk om je te scholen en te laten inspireren door de grootmeesters. Vergelijk het met de klassieke muziek, echter in de jazz is improvisatie het belangrijkste kenmerk. En improviseren, dat kunnen de mannen van “Oosterdok 4”, dat lieten zij in twee lange sets overtuigend horen. Zo was het heerlijk om drummer Wouter Kühne bezig te zien achter zijn vintage Gretch kitje (bouwjaar 1968): met – van de concentratie – blozende wangen kijkend, luisterend en anticiperend op zijn kompanen, beroerde hij zijn trommels en cimbalen. Samen met bassist Tijs Klaassen zorgde hij gedecideerd voor de ritmische basis. Ook in de solo’s betoonde dit uit Dirkshorn afkomstige drumtalent zich een uitstekend leerling van docent Eric Ineke: rustig in de opbouw, wat zoekend nog en dan……..af en toe ‘het beest’ toelatend. Tijs Klaassen is echt het prototype van de bassist: ogenschijnlijk onverstoorbaar plukte hij aan de snaren van zijn contrabas – let

Foto: Wouter Kühne

Wouter Kühne

vooral niet op mij, zo straalde hij een beetje uit. Maar ondertussen speelde hij een fijne en dwingende bebopswing en strooide hier en daar met korte uitgekiende solopartijtjes, die een grote zelfverzekerdheid aantoonden. Het was al met al een vreemd gezicht: deze muziek, op dit hoge niveau gespeeld en zelfs authentiek klinkend, en de aanblik van een stel vlassige pubers. Maar wel in strakke pakken en snelle schoenen, zoals het hoort!

Foto: Tijs Klaassen

Tijs Klaassen

“Oosterdok 4” zorgde voor een unieke, bijna gewijde sfeer in Windkracht 13. Terwijl allerlei jong grut voor het podium langs rende en er bij de bar gezellig gekwekt werd, steeg de muziek toch boven alles uit – ook tijdens de zachtste passages. Dat zegt alles! Deze muziek dwingt dat af. En zo konden we genieten van een prachtige vertolking van Coltrane’s “Bessies Blues”, waarin de langs het riet aangeblazen lucht van Tazelaar’s tenorsax prachtige kristallen tonen losliet en Kappeyne zijn snaren nog eens deed twinkelen. Geen gelamenteer meer………..het wordt een mooie kerst.

Gerard Hoekmeijer