“RUMBLE IN THE JUNGLE” met ‘KOFFIE’

Rumble In The Jungle met “Koffie”; zaterdag 26 maart 2016; Windkracht 13; aanvang: 21:30 uur; zaal open: 20:30 uur; entree: € 10; <23jr: € 5,-

Rumble In The Jungle in Windkracht 13? Jazeker! Zonder kustpalmen, cocosnoten of uppercuts! Maar wel met Koffie. Jazzgenootschap Nieuw & Diep presenteert deze groep met trots aan het Helderse publiek op zaterdag 26 maart aanstaande.

12792131_1146118015401329_250372992653937572_o

Koffie is een groep jonge gasten uit Amsterdam en omstreken, die zich gespecialiseerd hebben in het maken van funky afrobeat. Koffie bestaat uit 6 tot 8 muzikanten, die in de voetsporen treden van de legendarische koning van de afrobeat, Fela Kuti en deze stijl op de enige juiste manier op de planken brengen: opzwepend! De band mengt de bezwerende afrobeat ook nog eens brutaal met volvette 70ties funk, zodat het schier onmogelijk wordt om stil te blijven zitten: deze avond is dus niet geschikt voor ‘Houten Klazen’. Koffie stond in hun korte bestaan al op veel (festival)podia in binnen- en buitenland, met als hoogtepunt het gerenommeerde North Sea Jazz Festival en hebben al 3 CD’s met eigen werk uitgebracht. Koffie staat garant voor muzikale passie en ongeremd plezier. Met Koffie ben je verzekerd van ‘rumble in the jungle’!

koffie 2

KOFFIE is:

Itai Weissman – Tenorsax (Winnaar Keep an Eye Jazz award 2009, Itai Weismann Quartet

Floris van de Vlugt – Altsax (Young VIP tour 2014 met Windkracht 7)Daniël Schotsborg – Bas

Valentijn Bannier – Gitaar (Cirque Valentin, Zuco 103)

Abe van der Woude – Drums (Gallowstreet)

Niels Broos – Keys (Kyteman Orchestra, James Zoo)

Steven Brezet – Percussie (Snarky Puppy)

Vernon Chatlein – Percussie (Kuenta i Tambu)

Rumble In The Jungle met “Koffie”; zaterdag 26 maart 2016; Windkracht 13; aanvang: 21:30 uur; zaal open: 20:30 uur; entree: € 10; <23jr: € 5,-

Afrotronic (Official video)

Recensie Bruut! & The Jig

Bruut! vrijdagavond 20 juni 2014; rockcafé De Engel

The Jig; zaterdagavond 21 juni 2014; Windkracht 13

foto: The Jig

The Jig

Zal het Helderse jazzweekend – aflevering 2014 – te boek komen te staan als een keerpunt? Zou er toch weer meer behoefte aan kwaliteit en echte jazz ontstaan? Deze wellicht wat al te pretentieuze vragen worden mij ingegeven door het heugelijke feit, dat in café De Engel in de Koningstraat, toch vooral bekend van rockmuziek van de hardste soort, afgelopen vrijdag het jazzkwartet Bruut! aantrad. Deze jeugdige en onversaagde jazzcats kweten zich vrolijk zwetend van hun missionaire taak in een lekker druk etablissement, dat slechts op het ontbreken van de klassieke sigarettenrookgordijnen na, een perfecte bruine jazzkroeg in de roemruchte jaren vijftig had kunnen zijn.

foto: The Jig

The Jig

Het overwegend jeugdige publiek genoot zeer van hun verrichtingen en al spelende ontstond er een fijne sfeer en interactie tussen hen en de musici. Bruut! trad al eerder aan in Den Helder in 2012, onder auspiciën van jazzgenootschap Nieuw & Diep in Windkracht 13 en had onder de liefhebbers al een heel goede indruk achtergelaten. Thomas Rolff op de contrabas en Felix Schlarmann achter de kit legden kunnen swingen als de neten en leggen bij tijd en wijle behoorlijk geile grooves neer, waarbij je niet anders kunt doen dan vingerknippend mee te doen. Dat doet me altijd weer denken aan die prachtige scene van Jiskefet, waarbij Herman Koch en Kees Prins op een krakende doch onweerstaanbaar swingende beboptune in een über coole pose ‘meeknippen’, waarna Michiel Romeyn langzaam het beeld in schuift en al ‘snappend’ sigaretten uitdeelt en in de flow van vuur voorziet. Altsaxofonist Maarten Hogenhuis laat zich wederom kennen als een geweldige rietblazer, die soepel en verfijnd spelend virtuoze en soms complexe notenreeksen uit zijn hoorn blaast. Maar hij kan ook rauw schmieren en honken alsof hij een oude zwarte, door de R&B gepokmazelde tenorist is, die alle honky tonks in de VS heeft doorlopen. Top! Het geluid van Bruut! wordt natuurlijk in grote mate bepaald door het Hammond orgel van Folkert Oosterbeek. Hij laat zijn instrument zuigen en borrelen, grommen en gorgelen en is het moddervette bindmiddel van de band en speelt ondertussen – ogenschijnlijk los uit de pols – spannende solo’s. Oosterbeek behoort beslist tot de voorhoede van het hedendaagse jazzorgelgilde. Bruut! verrichtte vrijdag uitstekend zendingswerk voor de jazz!

foto: The Jig

The Jig

Dat kan ook gezegd worden van het optreden van de Amsterdamse funkboys, die onder de naam The Jig de podia onveilig maken. Minder jazz dan Bruut! weliswaar, maar met drie blazers en een funky ritmesectie werd het beloofde funkfeest in Windkracht 13 volledig waargemaakt. De galerie was bomvol en heet en het publiek gaf zich na een paar nummers al snel gewonnen. Na een half uurtje gaven een aantal dames zich al over en niet veel later stond heel WK 13 te dansen op zijn grondvesten. In de eerste set kwam er al een collectief hoogtepunt – voor de band en het publiek – toen de drie blazers zich al spelend onder het dansende publiek mengden. Met een mooie trompetsolo van Joep van Rhijn werd de spanningsboog heel geraffineerd weer teruggebracht, waarna na de pauze alle hekken van de dam gingen. The Jig is een hecht collectief, zonder echte uitschieters. Zoals het hoort wordt hun funk strak gespeeld met prominente rollen voor drummer Niels van Groningen, bassist Arry Niemantsverdriet en de kleine gitarist Martijn Smit. De bassist gaf af en toe wat lekkere ‘slappy’ solo’s en Smit bleek beslist een groot gitarist te zijn met heerlijk twinkelend funky akkoordjes en prima uitgesponnen solopartijen. Samen gaven zij heerlijk strakke unisono riffs ten beste, die ondersteund door messcherpe blazersintercepties de band ver boven de middelmaat uittilden. En ja, wat klink zo’n blazerssectie met tenorsax, barritonsax en trompet toch lekker vet.

foto: The Jig

The Jig

Het ronkende laag van de barriton van ex-Volkskrant jazzrecensent Koen Schouten knorde lekker in ons middenrif : bronstig, zo u wilt. Slechts eenmaal kreeg deze prachtige toeter een solospot, maar die werd dan ook zeer verdienstelijk benut door Schouten, die het hele geluidsspectrum van zijn instrument bestreek, van het dal met het sonore laag naar het meer knetterende midden tot in splijtende top. Ook bij The Jig vervult de toetsenman een rol als bind- en smeermiddel. Bas Grijmans speelt vooral dienend met enkele stijlvolle solistische bijdragen op zijn Hammond orgel. The Jig speelt vooral eigen composities, die op den duur wel wat eenvormig zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Want deze band speelt gewoon vrolijke muziek, met als hoogste doel: dansen. En dat doel werd bereikt. Nog nooit werd er zo massaal en overtuigend geswingd in Windkracht 13. En gezweten! “Sweat In The Buttcrack” zo zongen zij het feestende publiek olijk toe. En dat deden we………..geen bilnaad bleef droog in deze kortste nacht van het jaar.

Gerard Hoekmeijer

RECENSIE “THE GHOST, THE KING & I”

Zaterdag 18 januari 2014; Windkracht 13

foto: The Ghost, the King & I

The Ghost, the King & I

Voor een met zo’n zeventig bezoekers lekker gevulde Windkracht 13 kon “The Ghost, The King & I” zich eindelijk echt bewijzen als het excellent musicerende gezelschap, dat het is. Vier jaar geleden immers gingen de heren ‘strijdend’ ten onder in een steeds maar aanzwellende kakofonie van uitgelaten mensen, die na twee al dan niet ‘volgevreten’ kerstdagen er op uit wilden. Dat was hard werken, maar hoe hoog de volumeknop ook opengedraaid werd, het was vergeefs. Tijdens de opening van het jazzjaar van stichting Nieuw & Diep op deze 18e januari waren de omstandigheden een stuk beter. Het publiek ging er echt voor zitten om ‘de teruggekeerde Koning’ passend te ontvangen.

foto: The Ghost, the King & I

The Ghost, the King & I

Deze Koning – oud stadgenoot en jazzgitarist Vincent – bediende zijn fans meteen met een flitsend snelle ritmepartij en dito solo’s in een uitgelaten versie van “On The Street Where You Live” uit de musical “My Fair Lady”. Het trio was direct op dreef in een bijna ‘gipsyachtige’ swing. Het geluid was uitstekend, heerlijk transparant zonder drums en de instrumenten waren prima in balans. Vincent maakte indruk met het hoge niveau van zijn spel. Hij toonde aan, dat er nog steeds groei in zit. Hij zat ogenschijnlijk goed in zijn vel en straalde veel spelplezier uit. En dat in razend knappe en technisch moeilijk uitvoerbare muziek, die dit trio maakt. Er zijn er niet veel meer die in de stijl van het befaamde Oscar Peterson Trio opereren en deze verder uitbouwen. Dat komt allemaal op het conto van pianist Rob van Bavel. Vrijwel alle stukken zijn van zijn hand of zijn bewerkingen van klassieke thema’s van Bach, Ravel en Debussy. Al in het tweede stuk trakteerde de heren het publiek op een geweldige improvisatie rond een variatie van de barokgrootmeester. Met een mooie gestructureerde opbouw, waarin alle drie solistisch bijdroegen bereikten ze grote hoogten in een ‘bebachiaanse’ apotheose in een moordend tempo, waarbij de heren op hun tenen langs de rand van de afgrond snelden…….om tenslotte hijgend, maar voldaan aan te komen. Superieur!

foto: The Ghost, the King & I

The Ghost, the King & I

Heel mooi was het aan Koning’s dochter opgedragen “Voor Doris”, met een schitterend solo gespeeld gitaarintro van de Helderse meester. Bassist Frans van Geest is de verbindende schakel met zijn altijd soepele steady swing. Het is het sonore cement tussen prachtig ineen vloeiende piano- en gitaarakkoorden. ‘Weven’, zo noemt Rolling Stone Keith Richards dat als het om zijn en Ron Woods gitaarpartijen gaat. Weven, inderdaad. Bij snelle passages en solo’s liet van Geest zijn bas lekker ‘slappen’, met ritmisch getik als gevolg om met groot gemak vlak daarna zijn snaren subtiel aan te strijken. Maar de grootste revelatie is Rob van Bavel. Zijn klassieke scholing en voorliefde klinken steeds door in zijn spel. Hij speelt licht en maakt voortdurend kleine geluidsschilderingen, miniatuurtjes, waarin hij simpele thema’s uitbouwt, aanvult tot grotere statements in volle akkoorden. En steeds weer hoor je ook de blues. De vleugel klonk zelden zo goed als deze avond. Hij sprankelde. Zelf houd ik meer van drums en saxofoons, maar deze “The Ghost, The King & I” hield me vanaf de eerste maat op het puntje van de stoel. Het is dan ook een genot om een band te zien en te horen spelen, die al een aantal jaren op elkaar ingespeeld is. Dan pas kun je zo’n griezelig hoog niveau van samenspelen bereiken. Binnenkort gaan ze op tournee door Groot Brittannië. Het kan niet anders of ze krijgen daar net zo’n warm onthaal als in Den Helder, waar het publiek de heren bedankte met een staande ovatie. En dat gebeurt toch niet al te vaak. “The Best Jazz Up North” staat er in het logo van Nieuw & Diep. Dat was deze avond beslist waar.

Gerard Hoekmeijer

The Ghost, The King & I

zaterdag 18 januari 2014 | Windkracht 13

De Geest, De Koning en Ik” hebben al eens eerder in WK 13 gespeeld. Op 27 december 2009 speelden ze op ‘derde kerstdag’ ’s middags in een stampvolle Windkracht 13. Maar het was zo druk en het publiek was zo uitgelaten aan het ‘socializen’, dat de subtiele klanken van dit trio nauwelijks boven het rumoer uit kwamen. Toen al wisten we dat deze muziek een nieuwe kans zou moeten krijgen voor een luisterend publiek.

foto: The Ghost, the King and I

The Ghost, the King and I

Dit drumloze piano trio speelt muziek in de stijl van het legendarische Oscar Peterson Trio en in dito bezetting. De ‘Ik’ is pianist Rob van Bavel, een verfijnd stilist, met een natuurlijke swing in de vingers. Hij is gelouterd door zijn samenwerking met grootheden als Woody Shaw, Johnny Griffin en Randy Brecker en gelauwerd met de “Wessel Ilcken

foto: Poster The Ghost, the King and I

Poster The Ghost, the King and I

Prijs”, een Edison en een prestigieuze Amerikaanse “Thelonius Monk Jazzpiano Award”. De King is uiteraard gitarist Vincent Koning en behoeft als oud stadgenoot haast geen introductie. Vincent behoort al jarenlang tot het nationale elitekorps van jazzgitaristen en heeft zich ontpopt als een veelzijdig solist en begeleider. Hij is geen vernieuwer en beweegt zich in het ‘klassieke’ jazzgitaar idioom belichaamd door grootheden als Wes Montgommery en Kenny Burrell. De Ghost is bassist Frans van Geest, die als geen ander een subtiel dwingende en organische swing produceert, waarop het fijn soleren is. In “The Ghost The King & I” krijgen deze musici alle ruimte om hun talent om virtuoos te soleren te etaleren.

Rob van Bavel heeft zijn liefde voor zowel klassieke als jazzmuziek uitgewerkt in fijn swingende bewerkingen van werk van Claude Debussy en preludes van George Gershwin, vernieuwende ‘klassieke’ componisten, die in het begin van de twintigste eeuw al een ‘open oor’ hadden voor de toen ontluikende zwarte kunstvorm, die we nu als jazz kennen. Het concert van “The Ghost The King & I” is een must voor de liefhebbers van subtiliteit en swing.

THE GHOST THE KING & I | zaterdag 18 januari 2014 | Windkracht 13 | entree: € 10; <23jr: € 5

RECENSIE “OOSTERDOK 4”

Zondagmiddag 22 december 2013; Windkracht 13

Je sluit je ogen en je bevindt je opeens niet meer in Windkracht 13 in Den Helder, maar in een afgeladen Village Vanguard in New York op een druilerige zondagmiddag in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Of je hoort voor het eerst een uit de vergetelheid opgedoken obscure live opname van het onvergetelijke “John Coltrane Quartet”. Maar als je de ogen weer opent, blijk je nog gewoon in het sfeervolle jazzcafé aan de Weststraat te zijn, dat gevuld is met zo’n tachtig liefhebbers, die er merkbaar zin in hebben.

foto: Oosterdok 4

Oosterdok 4

Ja, het was gewoon verbluffend, zoals deze vier Hollandse knapen van rond de achttien jaar hun optreden openden: met een klaaglied nog wel: “Lonnie’s Lament”, afkomstig van het ‘donkere’ album “Crescent” uit 1964 van dat bovengenoemde legendarische jazzkwartet met John Coltrane, McCoy Tyner, Jimmy Garrison en Elvin Jones. Het onmiskenbare, dramatische ’Traneske’ geluid van de tenorsax, de aanzwellende, dreigende ‘Jonesiaanse’ roffels van de drums……….wat gebeurt hier, denk je eerst, nog verbaasd……….maar als dan de eerste pianoakkoorden en de sonoor zoemende contrabastonen de ruimte vullen, dan is het duidelijk, dat dit een bijzonder concert gaat

foto: Floris Kappeyne

Floris Kappeyne

worden. De jongeman achter het klavier, Floris Kappeyne maakt grote indruk met een lang uitgesponnen en zorgvuldig melodisch en dynamisch opgebouwde solo, waarmee hij de grote McCoy zonder spoor van schaamte gerust onder ogen kan zien. Wat een rust, wat een overtuiging, de timing, de aanslag. Hier speelt een groot talent. De daaropvolgende solo van tenorist Gideon Tazelaar is al even overtuigend en fraai. Ook bij hem een prachtige opbouw en dosering, waarbij hij langzaamaan langere en snellere notenreeksen ontlokt aan het riet en het koper. De noten vallen haast over elkaar heen in hun drang om het uit te schreeuwen…………………….”Lonnies Lament” is dan wel in mineur getoonzet, maar het is een pracht voorbeeld van de zogenaamde ‘modal jazz’, een epische vertelling, die wat mij betreft niet lang genoeg kan duren. Het is niet eens het bekendste voorbeeld uit het ‘Grootboek van de Jazz’ en wordt zeker minder vaak gespeeld dan bijvoorbeeld “On Green Dolphin Sreet”, welke ook een prima ‘Oosterdok 4 behandeling’ kreeg.

Foto: Gideon Tazelaar

Gideon Tazelaar

“Oosterdok 4” speelt (nog) geen eigen composities. De jongeheren studeren nog en je zou ze kunnen afdoen als een coverbandje. Maar in de jazz is het gebruikelijk om je te scholen en te laten inspireren door de grootmeesters. Vergelijk het met de klassieke muziek, echter in de jazz is improvisatie het belangrijkste kenmerk. En improviseren, dat kunnen de mannen van “Oosterdok 4”, dat lieten zij in twee lange sets overtuigend horen. Zo was het heerlijk om drummer Wouter Kühne bezig te zien achter zijn vintage Gretch kitje (bouwjaar 1968): met – van de concentratie – blozende wangen kijkend, luisterend en anticiperend op zijn kompanen, beroerde hij zijn trommels en cimbalen. Samen met bassist Tijs Klaassen zorgde hij gedecideerd voor de ritmische basis. Ook in de solo’s betoonde dit uit Dirkshorn afkomstige drumtalent zich een uitstekend leerling van docent Eric Ineke: rustig in de opbouw, wat zoekend nog en dan……..af en toe ‘het beest’ toelatend. Tijs Klaassen is echt het prototype van de bassist: ogenschijnlijk onverstoorbaar plukte hij aan de snaren van zijn contrabas – let

Foto: Wouter Kühne

Wouter Kühne

vooral niet op mij, zo straalde hij een beetje uit. Maar ondertussen speelde hij een fijne en dwingende bebopswing en strooide hier en daar met korte uitgekiende solopartijtjes, die een grote zelfverzekerdheid aantoonden. Het was al met al een vreemd gezicht: deze muziek, op dit hoge niveau gespeeld en zelfs authentiek klinkend, en de aanblik van een stel vlassige pubers. Maar wel in strakke pakken en snelle schoenen, zoals het hoort!

Foto: Tijs Klaassen

Tijs Klaassen

“Oosterdok 4” zorgde voor een unieke, bijna gewijde sfeer in Windkracht 13. Terwijl allerlei jong grut voor het podium langs rende en er bij de bar gezellig gekwekt werd, steeg de muziek toch boven alles uit – ook tijdens de zachtste passages. Dat zegt alles! Deze muziek dwingt dat af. En zo konden we genieten van een prachtige vertolking van Coltrane’s “Bessies Blues”, waarin de langs het riet aangeblazen lucht van Tazelaar’s tenorsax prachtige kristallen tonen losliet en Kappeyne zijn snaren nog eens deed twinkelen. Geen gelamenteer meer………..het wordt een mooie kerst.

Gerard Hoekmeijer