Recensie Yoràn Vroom’s Group of Friends

Zondag 17 april I JazzClub Nieuw & Diep

Yoràbn Vroom’s Group of Friend’s

Beter laat dan nooit, moet je maar denken over het feit dat de op een week na 20-jarige Jazzstichting Nieuw & Diep in haar jubileumjaar, pas op 1e Paasdag, 17 april 2022 haar jazzseizoen opent. Maar met Yoràn Vroom’s Group Of Friends heb je dan wel een spectaculair begin van een hopelijk mooie jazzjaargang. Ruim 70 bezoekers verkozen vol verwachting een plek in de Kleine Zaal van de Kampanje boven het stralende voorjaarszonnetje.

De vriendengroep begon na een rustige introductie van de musici direct spetterend met een heerlijk opzwepende tune van hun debuutalbum ‘Across A Spectrum’. Rietblazer Itai Weissman opent met het thema en een fijne solo het bal op zijn ‘electronic woodwind instrument’ (EWI), waarop hij tal van klanken elektronisch kan bewerken, zodat het de ene keer klinkt als een fluitsectie, dan weer een gedubbelde koperpartij en soms als een misthoorn. Hij geeft het improvisatiestokje door aan pianist Timothy Blanchet, die na een fraaie pianosolo de verdere eer gunt aan de drie percussionisten, die een geraffineerd samenspel aan de dag leggen, waarin ze elkaar voortdurend uitdagen, opnaaien en tegenspelen, maar ondertussen ragfijne percussiepatronen weven, die onverwacht super strak onderbroken worden door krachtige breaks, op aangeven van bandleider Yoràn Vroom. Pfft, wat een power! En wat zijn dat voor maatsoorten?

Op een knikje van dirigent Vroom krijgt Jeroen Vierdag alle ruimte om zijn 5-string basgitaar te laten ronken en grommen. Onvoorstelbaar, dat hij zo maar invalt voor de afwezige Nathaniël Klumperbeek, de vaste bassist van de groep. Vierdag speelt echter professioneel, af en toe een partituur raadplegend, zijn partijen, alsof hij al jaren in dit gezelschap meespeelt.

Jeroen Vierdag

Wat bij zo’n band als dit opvalt, is dat het vooral gaat om het oogcontact, zo communiceer je dus, zodat het allemaal lijkt op telepathie. Hoewel nog jong is Yoràn Vroom al in ‘every inch’ een echte bandleider, die vanachter zijn kit, zittend, staand of wandelend over het podium zijn vrienden aanstuurt. Hij dirigeert met subtiele hoofdknikjes, handklapjes of door het aangeven van tempowisselingen met houten of metalen handpercussie.
Het deed me een beetje denken aan de manier waarop Frank Zappa zijn musici aanspoorde. Vroom oogt ook ongedwongen in zijn presentatie en de introductie van zijn songs. Of die van zijn voorbeelden. Zo werd in de eerste set eer betoond aan een van de allergrootste jazzrock groepen ooit, Weather Report met Joe Zawinul’s ‘Procession’. Er viel heel wat te genieten in deze eerste set, waarin heftige percussie battles gedoseerd werden afgewisseld met fraaie filmische stukken met ‘kleine zoektochten’ op de vleugel met sprankelende arpeggio’s in de allerhoogste registers – zo klinken de vogels in het voorjaar – en elektronische soundscapes van Weissman’s EWI. Daarbij bleek ook de beheersing van de dynamische ruimte van de afdeling percussie groot: er is meer dan Animal uit de Muppet Show.


De tweede set begon met een prachtige prelude van Timothy Blanchet op de vleugel. Tot driemaal toe verzocht hij geluidsman André, die het geluid overigens prima onder controle had, om de piano zachter te zetten. Zo klein begon hij zijn solo en zo kreeg hij de zaal muisstil en oogstte daarmee een dankbaar applaus. Hoog tijd nu voor een waar percussiefeest, beginnend met een intense drumsolo van Yoràn, dat door zijn broer Yariv Vroom op zijn arsenaal aan percussiespul en zijn kompaan op West-Afrikaanse Mandika percussie (o.a. djembè), Fantison Arabyde werd overgenomen. Een feest, inderdaad, want het is ook fantastisch om te zien, hoe ze gedrieën op elkaar reageren. Het spel van vraag en antwoord, het elkaar uitdagen, plagen, het elkaar opjagen tot erupties en explosies van percussief geratel en gedonder. Geweldig ook om het spelplezier te zien, vooral als de lach bij de heren losbreekt.

Fantison Arabyde

De vriendengroep werd in deze set ook nog uitgebreid met de Alkmaarse pianist Danny van Kessel, die collega Blanchet op toetsen en piano bijstand verleende. Een ander hoogtepunt was de compositie met de haast onuitsprekelijke titel: Haitsapparalla (In Further Praise Of Suomi). Fins? Enfin, maakt niet uit, het bleek een prachtig eenvoudig volksliedje te zijn, waarvan het thema, gespeeld door Itai Weissman op zijn rietsynthesizer steeds weer terugkwam na talloze percussieve uitspattingen en virtuoos gesoleer op piano en bas, uitmondend in een feestelijk finale, die je mee kon zingen. Yoràn Vroom zat ondertussen breeduit te lachen achter zijn kit en terecht: zij hadden plezier en zo ook het publiek dat graag nog wel een toegift wilde en ook kreeg. Uw recensent vond wel dat het tot driemaal toe introduceren van zijn vriendengroep iets te veel van het goede was, maar zeiken hoort er nou eenmaal bij….

Tekst Gerard HoekmeijerFoto’s Joop van de Water en Fred Geldermans

Yoràn Vroom’s Group of Friends

JazzClub Nieuw & Diep presenteert op zondag 17 april1e Paasdag, een sensationele topact: Yoràn Vroom’s Group Of Friends.

Yoràn Vroom
Yoràn Vroom – Foto Les Adu

Alle echte muziekliefhebbers van Den Helder en wijde omgeving zullen dit optreden niet willen missen. Yoràn Vroom (1991) begon al heel jong achter de ‘potten en de pannen’ en ontwikkelde zich snel tot een drumtalent van de buitencategorie.

Op 12-jarige leeftijd ontdekte hij de vermaarde jazzrockdrummer Billy Cobham, die zijn grote inspirator werd. Hij studeerde af aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij les kreeg van o.a. Eddie Veldman, de legendarische Surinaams-Nederlandse slagwerker en werd onderricht in de West Afrikaanse percussie door Ponda O’Bryan. Al snel werd hij ontdekt als een bijzonder musicus en speelde hij met internationale grootheden als Frank McComb, Ed Motta en de van Snarky Puppy bekende organist Cory Henry. In Nederland speelde hij o.m. met Waylon en met zangeres Kim Hoorweg- met groot succes ook in Windkracht 13 in Den Helder in 2019. Yoràn is wekelijks te zien op TV als één van de twee vaste huisdrummers in Matthijs Draait Door. Hij is pas begin dertig en behoort nu al tot de Nederlandse en Europese top.

Hij komt naar Den Helder als leider van zijn eigen band Group Of Friends, met daarin zijn jongere broer, percussionist Yariv Vroom. De groep bestaat verder uit de West-Afrikaanse Fantison Arabyde, die ‘Mandika’ percussie speelt en de Israëlische saxofoonvirtuoos Itai Weismann op de EWI, een ‘rietsynthesiser’. Samen met basgitarist Nathaniel Klumperbeek en Timothy Blanchet op piano en elektronische keyboards, maakt deze band prachtige, vitale muziek, waarin uiteraard de groove een zeer belangrijke rol speelt, maar die ook veel subtiele momenten kent. Dampende ritmiek wordt afgewisseld met sferische, filmische intermezzo’s. De beheersing van de dynamiek en het fantastische samenspel maken elk optreden tot een feest voor hoofd, heup en hart.

Yoràn Vroom’s Group Of Friends I Zondag 17 april 2022 I JazzClub Nieuw & Diep, Theater de Kampanje I Aanvang 15.00 uur I Kleine Zaal open 14.45 uur I Kaarten verkrijgbaar bij Theater De Kampanje voor € 15.  

Recensie Yuri Honing Acoustic Quartet

Zondag 21 november 2021 I JazzClub Nieuw & Diep                                                                                                                                

Yuri Honing Acoustic Quartet in JazzClub Nieuw & Diep

Dezelfde instrumenten als bij het Ben van den Dungen Quintet in oktober: saxofoon, piano, contrabas en drums, maar toch een heel andere muzikale wereld. Geen blues, gospel of bebop, maar Goethe, Strauss en Dylan Thomas als inspiratiebronnen. In de sfeervolle kleine zaal van de Kampanje waren ruim zeventig liefhebbers getuige van een indrukwekkend optreden van Yuri Honing en zijn kwartet. Het concert was al een paar keer uitgesteld en was onderdeel van een tour, met als thema het album Bluebeard uit 2020. De heren waren net terug van een optreden in Istanbul maar vertoonden geen tekenen van jetlag.

Vanaf de eerste schuchtere, pastorale piano akkoorden van Wolfert Brederode en subtiele cymbaaltikjes van Joost Lijbaart werd het publiek meegenomen naar de wereld van de reus Blauwbaard. De tenorsax van Honing vertelde het verhaal in lange, volle, van klank bezwangerde noten, die de ruimte vulden. De composities ademen Schubert en Chopin en zijn opgebouwd als preludes, die door het kwartet als ware het één organisch geheel worden ingevuld. Geen rondjes met solo’s, maar een groepsimprovisatie, waarin de piano de aangever is en de sax daarover de melodie vertolkt. Heel bijzonder hierbij is de rol van de ritmesectie. ‘Ritmesectie’ klinkt in dit verband niet eens correct, want wat Gulli Gudmundsson met zijn contrabas – een kop groter trouwens – en Joost Lijbaart met zijn drums hier doen is veel meer dan het neerleggen van een ritme. Zij kloppen de melancholie, opgewekt door piano en sax als het ware op tot een meer luchtig geheel. Zij maken de fraaie melodieën spannend en avontuurlijk: waar gaan ze naar toe? Hoe komen ze er weer uit?

Gudmundsson (volgens Honing ‘de schrik van Verstappen’) houdt met zowel Brederode als Lijbaart oogcontact om zoals een doorgewinterde stuurman het schip door de woeste baren te leiden. Joost Lijbaart (‘de natte droom van Lewis’) is een slagwerker van de buitencategorie met een onnavolgbaar eigen handschrift. Continu wisselend van sticks naar brushes en mallets beroerd hij zijn trommels en cymbalen, vertelt hij steeds weer een ander ritmisch verhaal. Naast stukken als Bluebeard Maze en Narcissus, werd in de eerste set ook een ouder werk als het wonderschone Desire gespeeld.

Heel fraai is het spel van Wolfert van Brederode. Hij geeft met zijn akkoorden de richting aan en reageert subtiel op de anderen. Prachtig is het ‘vraag-en-antwoordspel’ met Yuri’s sax, leidend tot fraaie, soms contrapuntische versiersels. Brederode lijkt op het eerste gehoor een bescheiden rol te spelen en speelt vrijwel geen solo’s, maar improviseert in feite voortdurend binnen de harmonische kaders van de muziek. Hij is daarbij een onmisbare schakel in het geheel.                                                

Na de pauze werden ook twee stukken van het Edison winnende album Goldbrun gespeeld, die geheel pasten in de sfeer van het concert. Alle gespeelde stukken waren wat mij betreft fraai met een mooie spanningsboog en ook van een te behappen lengte, maar één stuk was werkelijk indrukwekkend: het op een gedicht van Dylan Thomas geïnspireerde Do Not Go Gentle Into That Good Night. ‘Rage, rage against the dying of the light…’, over de woede van de dichter over diens vaders aanvaarding van de dood. Over een huppelend, medium tempo gedrapeerde piano akkoorden verhaalt Honing in machtig mooie lange noten over berusting en woede. Heel langzaam en subtiel wordt de spanning opgevoerd…Rage!……..Rage! De noten worden schriller en wanhopiger, de sax scheurt door het plafond en wordt steeds meer opgejaagd door zijn metgezellen. De apotheose is werkelijk adembenemend als Brederode, Honing en Gudmundsson allen naar Lijbaart toe gaan spelen en hem nu opjagen tot een duizelingwekkende solo, die totaal abrupt wordt afgebroken. Orgastisch!

Yuri Honing is niet alleen een groot saxofonist en componist, maar tevens een uitstekende performer, die met subtiele humor het publiek aan zich bindt. Behalve liefhebber van de 19de -eeuwse romantiek, is hij ook fan van David Bowie. Zo speelde hij vaak zijn versie van Wild Is The Wind en nu sloot hij het concert af met After All, een song van diens album The Man Who Sold The World. Volgens Honing liet de Helderse muzikanten CAO niet toe dat er langer werd gespeeld (‘het wordt tijd voor een muzikantenvakbond!’ riep hij nog), maar hij en zijn geweldige kwartet lieten zich – na een staande ovatie van het publiek – toch graag verleiden voor een korte toegift.

Tekst Gerard Hoekmeijer, Foto’s Fred Geldermans

Recensie Ben van den Dungen quartet

Ben van den Dungen Quartet – Tribute to John Coltrane in JazzClub Nieuw&Diep

24 oktober 2021 I JazzClub Nieuw & Diep – Stadshal Theater De Kampanje

Super Sunday! Dat zou het zijn, volgens de geruchten, vanwege allerlei voetbaltoppers en Max. Allemaal leuk en aardig natuurlijk, maar in JazzClub Nieuw & Diep was het pas echt super met het in topvorm verkerende Ben van den Dungen Quartet. Het al wegens virale toestanden twee keer eerder uitgestelde A Tribute To John Coltrane, werd een prachtig en gedenkwaardige ode aan één van de grote helden van de moderne jazz, één van de reuzen van de tenorsax.Voor een behoorlijk goed gevulde Stadshal, die – hoewel voor jazz een tikkeltje te XXL – toch met behulp van gordijnen en allerlei zitjes behoorlijk ‘intiem’ en sfeervol gemaakt kan worden, begon het kwartet met een fraaie ballad The Wise One. Bij de eerste tonen van zijn tenorsax weet je eigenlijk al meteen dat het goed zit, want wat zijn die prachtig, warm en krachtig, inclusief het ruisen en ritselen van de door het riet aangeblazen lucht. Van den Dungen behoort tot de absolute top, dat visitekaartje geeft hij direct af: dit is hoe een tenorsax moet klinken, dit is de klare lijn. Maar dat geldt niet minder voor zijn metgezellen op het podium, stuk voor stuk kanjers op hun instrument.

Van den Dungen was ook op dreef als verteller die het concert lardeerde met talloze aardige en interessante weetjes over Trane. Over diens steeds meer groeiende spiritualiteit en religiositeit – natuurlijk: The Wise One! Maar ook over het grote saxofonistenprobleem: hoe houd ik mijn riet nat in een ‘droge’ zaal? Van alles had hij geprobeerd tot tabaksbladeren van Cubaanse sigaren aan toe om uiteindelijk in plastic broodzakjes de perfecte oplossing te hebben gevonden. In het voor ‘conculega’ Sonny Rollins geschreven Like Sonny kwam de band ‘goed op stoom’ in een heerlijke swing met dito solo’s op tenorsax, piano en contrabas.

Miguel Rodrigues speelde frivool, zonder overbodige verwijzingen naar McCoy Tyner, pianist van het grote Coltrane Quartet. En dat paste goed, dat sprankelende spel van deze in Spanje geboren pianist met die fijne lichte toets – ook in de composities van de legende. In Mongo Santemaria’s Afro-Blue bespeelde van den Dungen voor het eerst deze middag de sopraansax, het instrument dat via Sidney Bechet door Coltrane een populaire plaats kreeg in de jazz. Afro-Blue, met zijn opzwepende afro-latin groove, kreeg van de heren een dampende uitvoering, waarbij de sopraansax – door Ben loodrecht omlaag aangeblazen – zijn noten hoog de nok in joeg in razendsnelle reeksen. Hij beheerst dit toch moeilijk in toom en toon te houden instrument als geen ander. In dit stuk ook weer vlammende solo’s van Rodrigues, die nu toch ook zo hier en daar wat Tynereske powerchords van zijn linkerhand liet neerdalen op het klavier.

Wat mooi is in deze tijd met PA’s, geluidstechneuten en die schattige kleine versterkertjes, dat je de contrabas beter dan ooit kan horen. En dan ook nog bespeeld door Marius Beets, die in de loop der jaren vrijwel helemaal vergroeid lijkt met zijn instrument, waar hij schijnbaar stoïcijns achter staat te plukken. Maar de passie spat ervan af. Wat een drive! En dan zijn solo’s, vloeiend, zuiver, krachtig en met soms grote intervallen. Ik had nooit bevroed dat je op zo’n instrument kan schmieren, maar dat kan dus. Zoals hij soms glissando’s oprekt tot het uiterste hoog, tot op het uiterste laagtepunt van de hals en deze dan wat vertragend abrupt afbreekt……ja, dat is grote klasse. Samen met drummer Gijs Dijkhuizen vormt hij een ritmesectie van heb ik jou daar. Masters of swing! De legendarische Jiskefet scene, waarbij de drie heren elkaar al vingerknippend bevuren op een lekkere jazzswing, komt dan altijd weer op mijn netvlies en ik betrap me er dan op het lichaam niet meer in bedwang te kunnen houden en onbeschaamd met voeten en vingers de groove mee te beleven. Dijkhuizen lijkt er ook steeds jeugdiger bij te worden en het is heerlijk om te zien hoe liefdevol hij zijn kit geselt en streelt. Je hoeft niet allemaal Jones te heten. Met I Want To Talk About You van Billie Eckstine kreeg het concert een wat rustiger voortzetting, waarin van den Dungen, Rodrigues en Beets excelleerden in fraaie solo’s op een fijne medium swing. Moment’s Notice was een prima afsluiting van de set.

In 2003 gaf het Branford Marsalis Quartet een schitterende uitvoering in het oude BIM-huis van de suite A Love Supreme, toch het Magnum Opus van Het Kwartet. Ik herinner mij discussies met jazzpuristen hierover: zoiets kon niet volgens deze soort. Aan zo’n meesterwerk mag je je niet bezondigen. Nou, ik zou niet weten waarom niet. Bach en Beethoven worden toch ook nog gespeeld?! Ik was er niet bij, maar heb wel de DVD van dat concert, en dat was van kippenvel verwekkend niveau. Ben van den Dungen maakte er een verkorte versie van, wel met stukjes van alle vier delen. Prachtig gespeeld met ook een heerlijk dynamische drumsolo van Dijkhuizen. De intensiteit van Marsalis en co. werd weliswaar niet gehaald, maar deze uitvoering deed geheel eer aan het oorspronkelijke werk. Van den Dungen herinnerde er nog aan dat Coltrane begon als R&B saxofonist en dat er op elke plaat wel een of meer bluesjes stonden. Een ervan werd hier gespeeld, Mr Syms, dat met een fijne shuffle werd neergezet. In een van Coltrane’s mooiste ballads, een ode aan zijn eerste vrouw Naima, kon Ben weer zijn fraaie sopraanspel etaleren terwijl Miguel Rodrigues uitpakte met een doorleefde, soulvolle pianosolo. Van de samenwerking tussen Trane en Ellington uit 1963 werd Duke’s mooie Angelica gespeeld – ‘kopen die plaat’, raadde hij zijn publiek aan.
Helemaal in pastorale sfeer werd het concert afgesloten met het prachtige After The Rain, een ballad om in melancholie rond te wentelen. Het was een ontroerend mooi concert, een eredienst eigenlijk, al hadden er wat mij betreft wel wat meer van Trane’s zoekende, hectische, demonen bevechtende en hemelbestormende partijen mogen klinken. Het kwartet had echter de zaal volledig aan zijn voeten en kreeg een terechte staande ovatie.

Tekst Gerard Hoekmeijer – foto’s Joop van de Water                 

Recensie Broken Brass

Broken Brass in Jazzclub Nieuw&Diep
Broken Brass in Jazzclub Nieuw & Diep

Zondag 19 september I Broken Brass in Jazzclub Nieuw & Diep

Een mooie nazomer dag in september – bijna herfst! Maar meer nog een nieuw begin na 1½  jaar virale obsessies, waarbij het sociale en culturele leven op een laag pitje stonden: een nieuwe lente! Dan is Broken Brass het perfecte medicijn, de ultieme panacee. Broken Brass, een negenkoppig gezelschap jongeheren zagen zich – wellicht tot hun schrik – op deze zondagmiddag geconfronteerd met een zaal met veel grijs, die ook nog volgens het heersende coronaprotocol verzegeld zaten op hun stoeltjes met bijzettafel. Slechts de vaasjes met narcissen ontbraken. Maar, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, de heren slaagden in hun missie om ‘leven in de brouwerij’ te brengen. Het geluidsvolume had een vroegtijdige leegloop kunnen veroorzaken, maar tot mijn verbazing bleven de ‘Boomers’ (waaronder ondergetekende) allemaal zitten. Sterker nog, na enige tijd overstemden de krakende botten en kreunende pezen van de uit hun zitje oprijzende senioren, die hun heupen onbedwingbaar lieten ontwaken, zelfs de diep laag pompende sousafoon en het schetterend koper! Wat muziek zoal vermag.

Broken Brass Sousafoon

Broken Brass had al eerder in Den Helder gespeeld, het was het laatste concert in Galerie Windkracht 13 in december 2019 en had toen de tent helemaal op zijn kop gezet. Het was een droevig moment – een afscheid – maar tevens een feest. En dat is nou net wat deze muziek bij mensen teweeg kan brengen. Muziek voor bruiloften en uitvaarten. Denk aan het Helderse Fanfarekorps (bestaat dat nog?), met Hennie Abbenes op tamboerijn, maar dan ‘on speed’ of zo u wilt wat meer gereformeerd, na het nuttigen van een flink aantal glaasjes jonge jenever. Twee trompetten, drie trombones, één altsaxofoon, trommels en sousafoon – wat wil een mens nog meer? Nou. Lekkere funky grooves bijvoorbeeld. Check! Een zanger met een strot, tevens trombonist. Check! Een rapper annex percussionist, Check! En bovenal korte liedjes, met een hook en een twist, allemaal de heupen stimulerend. Há, wat speelt die Nic Feenstra een lekker schmierend romige altsaxsolo. Há, wat ronkt die sousafoon lekker ranzig en zo laag! En wat scheuren die schuivende trombones onbeschaamd door alles heen en schetteren de trompettekens vuig langs het zwerk. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.

Broken Brass Zanger

Je zou in de ongedwongen feestvreugde bijna vergeten dat de heren ook nog superstrak spelen. Geen bladmuziek te bekennen, maar gewoon fraai gearrangeerde koperchorussen spelen, die dankzij de uitstekende geluidstechniek prima in balans waren. Zo kon je de in dit geweld toch wat iele altsax heel goed horen, zoals in de solo met wah-wah effect. In de tweede set werd alles met nog meer enthousiasme ingezet.

Broken Brass drummer

Het koper klonk krachtig en fantastisch, de drummer speelde een heel fijne solo, opgehitst door het meelevende publiek. Jamaica werd ook nog aangedaan met een fijne uptempo ska. Lekker hoor, maar de finale bracht ons toch weer in New Orleans, de bakermat van het genre. En dat nog wel met een gospelsong. Een gospelsong – gezongen door alle zes blazers – over de dood. It was a fine morning when I went to heaven. Kijk, zo kan het dus ook: vrolijk het aardse inwisselen voor het ondermaanse. Je krijgt er zowaar zin in! Pure soul is het en als het koper verder blaast, heerlijk aanstekelijk. De uitvaartmuziek top tien ziet er zo toch heel anders uit. Weg met My Way (Lee Towers), weg met Waarheen Waarvoor (Mieke Telkamp).

Broken Brass flikte het weer, zeker toen ze blazend, pompend en trommelend – tot algemeen genoegen – in polonaise de zaal in marcheerden.          

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans