Recensie Broken Brass

Broken Brass in Jazzclub Nieuw&Diep
Broken Brass in Jazzclub Nieuw & Diep

Zondag 19 september I Broken Brass in Jazzclub Nieuw & Diep I 90 bezoekers

Een mooie nazomer dag in september – bijna herfst! Maar meer nog een nieuw begin na 1½  jaar virale obsessies, waarbij het sociale en culturele leven op een laag pitje stonden: een nieuwe lente! Dan is Broken Brass het perfecte medicijn, de ultieme panacee. Broken Brass, een negenkoppig gezelschap jongeheren zagen zich – wellicht tot hun schrik – op deze zondagmiddag geconfronteerd met een zaal met veel grijs, die ook nog volgens het heersende coronaprotocol verzegeld zaten op hun stoeltjes met bijzettafel. Slechts de vaasjes met narcissen ontbraken. Maar, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, de heren slaagden in hun missie om ‘leven in de brouwerij’ te brengen. Het geluidsvolume had een vroegtijdige leegloop kunnen veroorzaken, maar tot mijn verbazing bleven de ‘Boomers’ (waaronder ondergetekende) allemaal zitten. Sterker nog, na enige tijd overstemden de krakende botten en kreunende pezen van de uit hun zitje oprijzende senioren, die hun heupen onbedwingbaar lieten ontwaken, zelfs de diep laag pompende sousafoon en het schetterend koper! Wat muziek zoal vermag.

Broken Brass Sousafoon

Broken Brass had al eerder in Den Helder gespeeld, het was het laatste concert in Galerie Windkracht 13 in december 2019 en had toen de tent helemaal op zijn kop gezet. Het was een droevig moment – een afscheid – maar tevens een feest. En dat is nou net wat deze muziek bij mensen teweeg kan brengen. Muziek voor bruiloften en uitvaarten. Denk aan het Helderse Fanfarekorps (bestaat dat nog?), met Hennie Abbenes op tamboerijn, maar dan ‘on speed’ of zo u wilt wat meer gereformeerd, na het nuttigen van een flink aantal glaasjes jonge jenever. Twee trompetten, drie trombones, één altsaxofoon, trommels en sousafoon – wat wil een mens nog meer? Nou. Lekkere funky grooves bijvoorbeeld. Check! Een zanger met een strot, tevens trombonist. Check! Een rapper annex percussionist, Check! En bovenal korte liedjes, met een hook en een twist, allemaal de heupen stimulerend. Há, wat speelt die Nic Feenstra een lekker schmierend romige altsaxsolo. Há, wat ronkt die sousafoon lekker ranzig en zo laag! En wat scheuren die schuivende trombones onbeschaamd door alles heen en schetteren de trompettekens vuig langs het zwerk. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.

Broken Brass Zanger

Je zou in de ongedwongen feestvreugde bijna vergeten dat de heren ook nog superstrak spelen. Geen bladmuziek te bekennen, maar gewoon fraai gearrangeerde koperchorussen spelen, die dankzij de uitstekende geluidstechniek prima in balans waren. Zo kon je de in dit geweld toch wat iele altsax heel goed horen, zoals in de solo met wah-wah effect. In de tweede set werd alles met nog meer enthousiasme ingezet.

Broken Brass drummer

Het koper klonk krachtig en fantastisch, de drummer speelde een heel fijne solo, opgehitst door het meelevende publiek. Jamaica werd ook nog aangedaan met een fijne uptempo ska. Lekker hoor, maar de finale bracht ons toch weer in New Orleans, de bakermat van het genre. En dat nog wel met een gospelsong. Een gospelsong – gezongen door alle zes blazers – over de dood. It was a fine morning when I went to heaven. Kijk, zo kan het dus ook: vrolijk het aardse inwisselen voor het ondermaanse. Je krijgt er zowaar zin in! Pure soul is het en als het koper verder blaast, heerlijk aanstekelijk. De uitvaartmuziek top tien ziet er zo toch heel anders uit. Weg met My Way (Lee Towers), weg met Waarheen Waarvoor (Mieke Telkamp).

Broken Brass flikte het weer, zeker toen ze blazend, pompend en trommelend – tot algemeen genoegen – in polonaise de zaal in marcheerden.          

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans

Recensie Kafka on the Shore

Ikarai x Sanne Rambags x V&J in Jazzclub Nieuw&Diep Den Helder

Zondag 27 juni 2021 I Ikarai x Sanne Rambags x V&J I 70 bezoekers

Na negen maanden muzikale onthouding was het eindelijk zover: een optreden van echte muzikanten, mensen van vlees en bloed, die echte instrumenten bespelen. Dat gevoel had uw recensent tenminste en waarschijnlijk ook het publiek dat aanwezig was. Niet een ‘overweldigende’ opkomst, want er konden met gemak nog mensen bij. Maar ja, het was een mooie zomerse zondagmiddag, wat ook heel bijzonder is in dit rare jaar. En Mathieu en Max beconcurreerden ons ook nog. Toch was het prima toeven in de grote ‘stadshal’, dat met kleine zitjes toch enige intimiteit wist te creëren.

En zo konden we getuige zijn van een ‘nieuwe vorm van concertbeleving’, zoals Ikarai dit in haar promotie voorstelt. Echt veel nieuws kon ik echter niet ontdekken, er bestaat immers al een heel oude traditie van muziektheater, van opera en operette, van music hall en musical, van cabaret, vaudeville en Brecht. Anno 2021 wordt er niet meer met gordijnen en decorstukken gewisseld, maar is er een VJ van dienst, die op het podium, staande achter een keukentafel met laptop zijn taken waarneemt. ‘Visualist’ Bas ten Berge kweet zich naar behoren van zijn taak en had een belangrijk aandeel in het theatrale aspect van deze voorstelling, die was geïnspireerd en gebaseerd op de roman Kafka On The Shore van de Japanse verteller Haruki Murakami. De teksten van deze voorstelling – het libretto zo u wilt – zijn van de hand van Frank Sierra.                                                      

Het stuk opende met morseseinen, voortgebracht op een ouderwetse typemachine, zo een waar je nog lekker hard op moest rammen! Op het grote beeldscherm boven het podium zagen we de Engelse tekst verschijnen, terwijl slagwerker Jeroen Batterink (mooie naam voor een drummer!) het morsige staccato ritme van de schrijver overnam. Contrabas en piano gingen mee en ook de strijkers vallen in. Steeds weer nieuwe tekstregels verschijnen en de musici laten zich hierdoor meeslepen in een behoorlijk abstracte, en op het eerste gehoor tamelijk vormeloze ouverture. Bassist en muzikaal leider Camiel Jansen vervolgt met een korte introductie van het verhaal, waaruit we kunnen opmaken dat het verhaal vooral draait om de verhouding van de protagonist tot zijn moeder en later steeds meer tot andere vrouwen in zijn leven, waarbij de vrouwelijke personages langzaam in elkaar overvloeien Althans dat maakte ik eruit op (Ik heb het boek niet gelezen, dat u het weet). Enfin, toch weer Freud en Oedipus, lijkt me. Jansen leidde hierna met zijn bas een volgende instrumentale passage in, die helaas ook melodiearm bleef en ook in ritmisch opzicht mij niet kon bekoren.

Hierna werd zangeres Sanne Rambags door de bandleider geïntroduceerd, hetgeen mij bij voorbaat een welkome aanwinst leek te zijn. Zij begon met het zingen van frasen tekst in het Engels, die overgingen in woordeloze klankreeksen, waarbij zij al meteen liet horen welke kwaliteiten haar zang heeft. Zij bleek over een prachtig heldere sopraan te beschikken, die tot in alle registers vast en zuiver bleek te zijn. Zij is meer dan een zangeres, een stemacrobate. Dat kwam vooral tot uiting in haar expressie van de vele behoorlijk krolse katers, die de verbeelding van Murakami vullen. Terwijl op het scherm boven haar vele katten uit de hemel vielen en weer opstegen, krolde en kroelde Rambags zich op indrukwekkende wijze omhoog, in onnavolgbare toonladders, die moeiteloos bestegen werden en afgedaald, uiteindelijk leidend tot een climax op duizelingwekkende hoogte, waarbij haar stem fraai ‘gedubbeld’ werd door de altviool van Yanna Pelser. Of het een hoge C was of een hoge E – ik beschik niet over een absoluut oor – laat ik in het midden, maar ze hield hem ijzingwekkend lang aan. Bijzonder ook dat het nergens schril klonk, zoals bij echte katten. Erg knap. Misschien had haar frisse duik in de Noordzee, bij het Huisduinerstrand die ochtend, daaraan bijgedragen? Dit was in mijn oren het hoogtepunt van de voorstelling. Ikarai varieerde nog als bassist Camiel Jansen zijn mandoline inzette bij een aantal stukken, waarbij in een 6/8 countryachtig walsje iets van een song het dichtst benaderd werd. Op een prima pianosolo van Julian Schneemann na, kregen ook de musici niet veel ruimte tot expressie, zodat het eventuele jazzgehalte van de voorstelling heel klein was. Wel is het altijd weer mooi als de strijkers – Tessel Hersbach op viool, Yanna Pelser (altviool) en Bence Huszar (cello) op sommige momenten overgaan tot pizzicato spel. Toch viel mij het muzikale deel mij tegen. Deze voorstelling moet het echt hebben van de bijdrage van Sanne Rambags en de visuals van Bas ten Berge, die ons overigens meer door donkere bossen en Kubricksiaanse zwarte gaten leidde, dan naar een strand, laat staan naar Kafka.


Terwijl uw recensent zich vandaag ontpopt als een ware zuurpruim, bleek het Helderse publiek Ikarai in het hart gesloten te hebben.             

Tekst Gerard Hoekmeijer

Recensie Boost!

Zondag 20 september 2020 I Jazz Club Nieuw&Diep

Mostert Hol en Kooger zijn Boost!
Jerôme Hol, Erik Kooger en Rob Mostert zijn Boost!

Het virus is er niet mee overwonnen, maar bij het publiek leek het samenkomen voor een eerste concert in ruim een half jaar, toch een beetje aan te voelen als een eerste stap op weg naar een nieuw begin, zonder vervelende covidiote mores. Op 2 februari jl. hadden de laatste akkoorden weerklonken van Jasper van ’t Hof, toen nog in de KeyKeg zaal. Onder het Coronaregime zijn concerten van N&D alleen mogelijk in de grotere middenzaal – ooit Stadshal en zelfs Kathedraal genoemd. Hier kunnen ruim 100 bezoekers op de vereiste afstand rond tafels worden verspreid en dat is precies groot genoeg voor de verzamelde jazzcats uit Den Helder en ommelanden. Voor velen was dit een weerzien met elkaar en een eerste liveoptreden in lange tijd en er heerste een bijna tastbare hunkering naar meer.

Jazzcafé Nieuw & Diep in Stadshal – Theater de Kampanje Den Helder

Het kakelverse trio Mostert, Hol en Kooger opende een nieuw muzikaal seizoen – een soort wedergeboorte – onder de naam Boost! In het voorafgaande persbericht werd er gerept over een ‘gemeen groovend orgeltrio’, uit de school van de souljazz, maar daar bleek weinig van te kloppen, al groovden de heren bij vlagen zeker behoorlijk gemeen. Organist Rob Mostert lichtte hun ware bedoelingen al in het begin toe: ‘..het is rock uit de jaren zeventig, die ons vooral inspireert, progressive rock, denk aan John Lord en Keith Emmerson….’. Ook werd er nog gerefereerd aan de 50ste sterfdag van gitaarlegende Jimi Hendrix, een grote inspiratiebron voor gitarist Jerôme Hol. Aha, progrock dus! Een sinds de punkexplosie van ‘77 veelal verguisde muziekstijl. Maar het is 2020 en ‘prog’ mag weer, zelfs bij een jazzclub. Het publiek maalde er niet om en ging er nog maar eens goed voor zitten. Al vanaf het eerste stuk was het inderdaad pure ‘prog’ wat de klok sloeg met gitaarriffs en diepe – middenrif beroerende – bassen uit de Moog synthesizer. Gelaagde, aanzwellende akkoorden uit het toch altijd weer imposante ‘koningsorgel’ van Hammond – de B3 – vulden de kathedraal tot in de nok van het schip.

Jerôme Hol trok meteen flink van leer met imposante solopartijen, waarbij vaak het wah-wah pedaal werd ingetrapt. Ach ja, dat klonk weer heerlijk als vanouds. Want uw recensent is natuurlijk stiekem een oude progrocker. En ook van spacerock, want al in het tweede nummer belandden we in een psychedelische trip naar een nog niet ontdekt sterrenstelsel. Pink Floyd? Nee, een compositie van drummer Erik Kooger, die de ruimtevlucht heel knap verluchtte met zijn minimale kitje en een Tibetaans bekkentje. Zijn basedrum was ooit een buiktrommel van een Brabants fanfarekorps, dat ongetwijfeld vele carnavalsfeesten heeft opgefleurd. Het stuk was wel wat teleurstellend, want het leek aanvankelijk een lang sferisch intro te zijn naar een spannende ontknoping, die dus niet kwam. De titel was wel goed gekozen: Presence Of Absence

Alle drie brachten eigen songs in, die heel recent – tijdens de maanden van muzikale corona-onthouding – in de oefenruimte tot stand zijn gekomen. Rob Mostert vertelde ook hoe moeilijk dat nog is bij instrumentale composities: het bedenken van een titel. Zo had hij een stuk geschreven dat als werktitel had: Hester (kom je nog?), dat overigens lekker weg hapte met een fijne groove, virtuoos orgelwerk en gierende gitaarsolo’s van Hol, die Richie Blackmore met gemak naar de kroon stak. Die eerste set was al met al nog aardig gevarieerd met prima blues rock-jams en zowaar een stukje jazz: een gejaagde hardbopper, waarbij Mostert zijn blote voeten over de baspedalen deed flitsen en de hectische solo’s van orgel, gitaar en drums elkaar in razende vaart afwisselden.

Een van de hoogtepunten was het in de tweede set gespeelde One Moment In Time, niet de overbekende jazzstandard, maar een compositie van Jerôme Hol. Na een prachtig gedragen intro waarbij de beide Leslieboxen de Hammond lieten ronken als een opstijgende Boeing 747, ontbolsterde zich een fraai thema, messcherp door gitaar en orgel unisono gespeeld, uiteraard met fraaie solopartijen van Mostert en Hol. Op zo’n moment hoor je vooral Focus voorbijkomen, maar dan zonder gejodel van Thijs van Leer. Een andere compositie van Erik Kooger, Very Almost Commercial, liet weer een heel andere stijl horen, meer danceachtig, luchtig maar wel met vette moogbassen. Dat gaf een heel aardig resultaat met deze bezetting en houdt beslist een belofte in betreffende de muzikale ontwikkeling van Boost! Want dit trio zit meer in de buurt van bands als Orgelvreten en De Wolff dan van bijvoorbeeld The Preacher Men en Montis Goudsmit Directie. En zo was het een heel gevarieerd optreden van drie klasbakken, die ook heel veel plezier op het podium uitstraalden. Het publiek toonde haar waardering met de roep om meer. De toegift van Boost! was een fraaie Prince-cover Sometimes it snows in apri. Heel gepast en heel geraffineerd had Jerôme Hol hierin een passage van Jimi verstopt, 3rd Stone From The Sun (met dank aan bluesboy Peter).

Het was een fijn eerste concert, het bier smaakte goed en het was goed toeven in Jazz Club Nieuw & Diep in Theater De Kampanje.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans           

Recensie Jasper van ‘t Hof 1/4Tet

Zondag 2 februari 2020 I JazzCafé KeyKeg

Na het concert van het Broken Brass Ensemble op 29 december 2019 kon jazzgenootschap Nieuw & Diep terugkijken op een zeer geslaagde afsluiting van een prachtig tijdperk van jazzconcerten in Galerie Windkracht 13.

Nu, na het eerste concert in JazzCafé KeyKeg, een optreden van het Jasper van ’t Hof ¼ Tet voor ruim tachtig bezoekers, kunnen we constateren dat de opening van een nieuw muzikaal tijdperk ook dat predicaat verdient. Het was even wennen aan de akoestiek, het geluid, de nieuwe zaal, maar het voelde al snel vertrouwd. Ja, het geluid van een volledig uit versterkte band was harder, dan in WK 13 gebruikelijk bij dergelijke jazz kwartetten. Dat werd nog versterkt door het gebruik van samples en synthesizers, dat soms nogal schrille klanken opleverde.

Het concert werd geopend met een aanzwellende repeterende cadans van elektronische klanken, waarin steeds in intensiteit toenemende synthesizerakkoorden werden gemengd, uitmondend in een onrustige, hectische groepsimprovisatie, die direct de toon aangaf: dames en heren, het wordt geen gezapige zondagmiddag met een potje loungejazz op de achtergrond. Ongemakkelijke muziek, maar in het direct doorgespeelde tweede stuk Sister Joanna – een modaal werk met een thema van krachtig aangeslagen pianoakkoorden – brak al snel de zon door bij een heerlijk snelle hardbop swing. ‘

Bassist Stefan Lievestro joeg zijn kompanen op in een moordende drijfjacht, terwijl van ’t Hof met ogenschijnlijk satanisch genoegen zijn razendsnelle notenexercities afwisselde met dwarse meerklanken die met kracht uit het klavier van de Kawai-vleugel werden gehamerd. Poeh, zo was het wellicht aanwezige laatste restje pastoraal zondagochtend gevoel nu wel helemaal weg.

Na deze heftige opening greep Jasper van ’t Hof de microfoon om te vertellen over drummer Jamie Peet, die hem ’s ochtends om vier uur had gebeld vanuit Canada met de mededeling: ik kan niet op tijd komen! Hij zat vast in een sneeuwstorm. Paniek in huize van ’t Hof. Hoe vind je zo vroeg een geschikte vervanger? Jamie Peet vervangen is sowieso al geen sinecure, want dat is een slagwerker van de buitencategorie. Maar, wonderen bestaan en wel in de persoon van Ruud Voeste. Van ’t Hof had hem nog nooit gezien en verstond zijn naam ook nog verkeerd, maar het was werkelijk wonderbaarlijk hoe goed deze jonge drummer zich presenteerde. Alsof hij al jaren met deze groep speelt. En het betrof hier niet twee sets met overbekende Standards, maar allemaal origineel werk van van ’t Hof, dat niet bepaald makkelijk is te noemen.

Jasper vertelde dat dit zijn eerste optreden in Den Helder was, dat hij de onderzeeboot Tonijn bezocht had en ‘hij het Helderse publiek veelbelovend vond omdat het elders meestal na zo’n opening, snel de zaal verliet’. Hierna kondigde hij The Quiet American aan, gebaseerd op de roman van Graham Greene. Dit bleek een prachtige jazzwals te zijn, met fraai inleidende piano, waarop Dick de Graaf op zijn tenorsax kon excelleren met een prachtig opgebouwde lange solo.

Aha, toch weer een beetje zondagmorgen. Maar, daarna werd de sfeer weer totaal anders; draaiend aan allerlei knopjes liet van ‘t Hof zijn elektronica weer los op het publiek. Het leek wel een filmscore, maar dan van een horrorfilm. Geluiden uit het knekelkwartier, rammelende schedels, uit het niets opdoemende halfdoden……tergend langzaam belandden we vanuit dit spookhuis in een free jazz achtige collectieve uitspatting waarin zich lange, complexe, strak unisono gespeelde notenriffs openbaarden……

Wat is dit? Free jazz? Jazzrock on speed? Dit was echter geen ‘piep en knor’, maar meer ‘blieb en bloeb’. Jasper, spelend met een onstuitbare drive, steeds wisselend tussen vleugel en keyboard, opspringend, signalen gevend, kreten slakend – was helemaal in zijn element. Staande achter het elektronische keyboard, het notenblaadje met een hand vasthoudend, keek hij bij elke aanslag alsof hij die noten voor het eerst zag, met de verbaasde blik van: hè, heb ik dat geschreven? Soms deed hij me denken aan scenes uit de Klokkenluider van de Notre Dame, met zijn welig wapperende grijze haardos als een bezetene het klavier bewerkend. Het ging alle kanten op, swing, soundscape, wals, jazzrock. Vooral de passages met vette Rhodes-achtige klanken uit het keyboard riepen herinneringen op zijn jazzrockverleden van de jaren zeventig.

Het einde van de tweede set bracht weer de nodige rust met een prachtige ballad in een knap verschuivende vierkwartsmaat, waarbij de geweldige bassist Liefestro samen met zijn jonge ritmepartner een heerlijk luchtige, maar dwingende groove uitspreidden, waarop het heerlijk soleren was voor van ’t Hof, die het hele bereik van zijn klavier benutte en prachtige twinkelende arpeggio’s afwisselde met ronkende trillers in het laag.

Dick de Graaf speelde hierin een prachtige, kippenvel opwekkende solo op zijn tenorsax, zo mooi uitgebalanceerd, zo mooi van toon en opbouw, dat je hem zou willen inlijsten…De band sloot af met een heel fijne, feestelijke deun, die de het enthousiaste publiek in opperbeste stemming bracht en ja……er werd gedanst in het KeyKeg Jazz Café. Van ’t Hof en zijn partners in crime voelden het allemaal heel goed aan, stopten en lieten het applaus weldadig over zich heen komen, waarop ze weer olijk doorgingen tot het mooi was geweest. Mooi? Het was top!

Tekst Gerard Hoekmeijer     Foto’s Fred Geldermans     

Recensie Broken Brass Ensemble

Zondag 29 december 2019 I Windkracht 13

Broken Brass Ensemble
Broken Brass Ensemble

In een lekker volle Galerie Windkracht 13 sloot het 9-koppige Broken Brass Ensemble op zeer passende wijze een tijdperk af. Een periode van ruim 17 jaar met enorm veel muziek en andere podiumkunsten: rock, pop, folk, funk, soul, R&B, americana, cabaret en klassiek. En bovenal maar liefst 113 jazzconcerten, die in samenwerking met jazzgenootschap Nieuw & Diep plaats vonden. Els en Leo Ellen werden op bescheiden wijze geëerd en bedankt met een cadeaubon, heel toepasselijk voor het bezoeken van een podium. In een korte terugblik werd nog even met de nodige verbazing gememoreerd dat ‘dit kloppend hart van het Helderse culturele leven’, ondanks de bizarre tegenwerking van de Helderse gemeentebestuurders toch zo lang kon floreren. Het einde van iets moois zou aanleiding kunnen zijn voor het weg pinken van een traantje, maar daar was niet veel van te merken, want er hing een verwachtingsvolle sfeer in de zaal, er was meer behoefte aan een feestje.

Daar heb je dan met het jeugdige Broken Brass Ensemble de juiste band voor. Want vanaf de eerste maten was het ook feest! Het was vuurwerk, zoals vuurwerk altijd zou moeten zijn: hard, mooi en niet schadelijk voor de luchtwegen.

Voortgestuwd door de ritmesectie van Pieterklaas de Groot op drums, percussionist Reinaldo Gaia en sousafoonspeler Hendrik Baarda, leverde het zeskoppige blazerscollectief de ene snoeiharde en vlijmscherpe riff na de andere, waarbij de heren continue in beweging bleven en in wisselende setjes naar voren en naar achteren schoven.

We hebben het hier over de brassband cultuur, afkomstig uit New Orleans, waar tijdens Mardi Gras festivals de marching bands uit alle hoeken en gaten op straat hun muze eren. Aardig is dat, deze nu onder andere door Trombone Shorty uit The Big Easy zo populaire stroming, zo mooi aansluit op de traditionele fanfarecultuur in de Lage Landen. BBE komt voort uit de bloeiende fanfare scene in Friesland. Hopelijk wordt zo het bespelen van blaasinstrumenten weer hip onder de jongeren. Want hip en cool dat is dit BBE zeker. De band toert al jaren met groot succes door heel Europa en is met name in het Verenigd Koninkrijk zo populair, dat ze al een paar keer live door BBC Radio 6 zijn uitgezonden. De muziek van BBE is niet alleen feestelijk en dansbaar, maar bij kritische beluistering ook erg goed. De blazers, drie trombones, twee trompetten en een altsax (de sousafoon buiten beschouwing latende) spelen fraaie arrangementen in wisselende combinaties, waarbij het enige rietinstrument, de altsax – tevens het minst luide – soms heel mooi hier tussendoor klinkt. De heren spelen zonder bladmuziek en vandaag ook geheel akoestisch. De beheersing van de dynamiek is indrukwekkend.

Saxofonist en tevens spreekstalmeester Nik Feenstra – we kennen hem ook als lid van Kruidkoek – speelde een paar prachtige intro’s en een paar sterke, bloedstollende solo’s, waarbij hij tegen een aanzwellende kopermuur in het gillendste hoog triomfeerde.
De kracht van BBE zit hem in de kwaliteit van de arrangementen en de strakke uitvoering hiervan door de blazers, maar er was ook veel ruimte voor solo-escapades.

Trompettist Luc Hudepohl ontpopte zich in Sweet Candy als een zeer begenadigd rockzanger met een übercoole podiumuitstraling. De uit Brazilië afkomstige percussionist Reinaldo Gaia bleek over fijne raps te beschikken waarbij hij als een jong veulen over het podium huppelde. Het was allemaal heel aanstekelijk en het optreden verveelde geen moment.

De uit New Zeeland afkomstige trombonist Isaac McCluskey bleek aan het einde nog een ‘geheim wapen’ van de band: ook hij bleek een uitstekende vocalist te zijn, hetgeen de potentie van deze band alleen maar nog groter maakt.

Rots in de branding is sousafonist Hendrik Baarda, die exact de juiste attitude van de Mannen Van Het Laag heeft: onverstoorbaar op de achtergrond zijn baslijnen producerend met zijn imposante hoorn. Zijn instrument was als enige versterkt en hij triggerde er een kleine synthesizer mee om voldoende fundament te realiseren voor zijn hard blazende kompanen van het koper. Samen met de fantastisch trommelende de Groot en Gaia produceerde hij een keur aan fijne, funky grooves voor de dansvloer, die gaandeweg het optreden dan ook steeds voller werd.

Het ‘verplichte’ potje public participation bleek enige hilarische momenten op te leveren, toen de dansende meute vooraan van links naar rechts bewoog en daarbij een ‘dwaalgast’ dreigde op te slokken. Intussen stond heel Windkracht 13 te swingen en steeg de temperatuur tot tropische hoogten. Het enthousiaste publiek liet zich lekker gaan en het kostte nauwelijks moeite om een toegift af te dwingen, want de heren van het BBE hadden net zo veel plezier als zij. Een passender afscheid hadden Els en Leo zich niet kunnen wensen.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans