Recensie Boost!

Zondag 20 september 2020 I Jazz Club Nieuw&Diep

Mostert Hol en Kooger zijn Boost!
Jerôme Hol, Erik Kooger en Rob Mostert zijn Boost!

Het virus is er niet mee overwonnen, maar bij het publiek leek het samenkomen voor een eerste concert in ruim een half jaar, toch een beetje aan te voelen als een eerste stap op weg naar een nieuw begin, zonder vervelende covidiote mores. Op 2 februari jl. hadden de laatste akkoorden weerklonken van Jasper van ’t Hof, toen nog in de KeyKeg zaal. Onder het Coronaregime zijn concerten van N&D alleen mogelijk in de grotere middenzaal – ooit Stadshal en zelfs Kathedraal genoemd. Hier kunnen ruim 100 bezoekers op de vereiste afstand rond tafels worden verspreid en dat is precies groot genoeg voor de verzamelde jazzcats uit Den Helder en ommelanden. Voor velen was dit een weerzien met elkaar en een eerste liveoptreden in lange tijd en er heerste een bijna tastbare hunkering naar meer.

Jazzcafé Nieuw & Diep in Stadshal – Theater de Kampanje Den Helder

Het kakelverse trio Mostert, Hol en Kooger opende een nieuw muzikaal seizoen – een soort wedergeboorte – onder de naam Boost! In het voorafgaande persbericht werd er gerept over een ‘gemeen groovend orgeltrio’, uit de school van de souljazz, maar daar bleek weinig van te kloppen, al groovden de heren bij vlagen zeker behoorlijk gemeen. Organist Rob Mostert lichtte hun ware bedoelingen al in het begin toe: ‘..het is rock uit de jaren zeventig, die ons vooral inspireert, progressive rock, denk aan John Lord en Keith Emmerson….’. Ook werd er nog gerefereerd aan de 50ste sterfdag van gitaarlegende Jimi Hendrix, een grote inspiratiebron voor gitarist Jerôme Hol. Aha, progrock dus! Een sinds de punkexplosie van ‘77 veelal verguisde muziekstijl. Maar het is 2020 en ‘prog’ mag weer, zelfs bij een jazzclub. Het publiek maalde er niet om en ging er nog maar eens goed voor zitten. Al vanaf het eerste stuk was het inderdaad pure ‘prog’ wat de klok sloeg met gitaarriffs en diepe – middenrif beroerende – bassen uit de Moog synthesizer. Gelaagde, aanzwellende akkoorden uit het toch altijd weer imposante ‘koningsorgel’ van Hammond – de B3 – vulden de kathedraal tot in de nok van het schip.

Jerôme Hol trok meteen flink van leer met imposante solopartijen, waarbij vaak het wah-wah pedaal werd ingetrapt. Ach ja, dat klonk weer heerlijk als vanouds. Want uw recensent is natuurlijk stiekem een oude progrocker. En ook van spacerock, want al in het tweede nummer belandden we in een psychedelische trip naar een nog niet ontdekt sterrenstelsel. Pink Floyd? Nee, een compositie van drummer Erik Kooger, die de ruimtevlucht heel knap verluchtte met zijn minimale kitje en een Tibetaans bekkentje. Zijn basedrum was ooit een buiktrommel van een Brabants fanfarekorps, dat ongetwijfeld vele carnavalsfeesten heeft opgefleurd. Het stuk was wel wat teleurstellend, want het leek aanvankelijk een lang sferisch intro te zijn naar een spannende ontknoping, die dus niet kwam. De titel was wel goed gekozen: Presence Of Absence

Alle drie brachten eigen songs in, die heel recent – tijdens de maanden van muzikale corona-onthouding – in de oefenruimte tot stand zijn gekomen. Rob Mostert vertelde ook hoe moeilijk dat nog is bij instrumentale composities: het bedenken van een titel. Zo had hij een stuk geschreven dat als werktitel had: Hester (kom je nog?), dat overigens lekker weg hapte met een fijne groove, virtuoos orgelwerk en gierende gitaarsolo’s van Hol, die Richie Blackmore met gemak naar de kroon stak. Die eerste set was al met al nog aardig gevarieerd met prima blues rock-jams en zowaar een stukje jazz: een gejaagde hardbopper, waarbij Mostert zijn blote voeten over de baspedalen deed flitsen en de hectische solo’s van orgel, gitaar en drums elkaar in razende vaart afwisselden.

Een van de hoogtepunten was het in de tweede set gespeelde One Moment In Time, niet de overbekende jazzstandard, maar een compositie van Jerôme Hol. Na een prachtig gedragen intro waarbij de beide Leslieboxen de Hammond lieten ronken als een opstijgende Boeing 747, ontbolsterde zich een fraai thema, messcherp door gitaar en orgel unisono gespeeld, uiteraard met fraaie solopartijen van Mostert en Hol. Op zo’n moment hoor je vooral Focus voorbijkomen, maar dan zonder gejodel van Thijs van Leer. Een andere compositie van Erik Kooger, Very Almost Commercial, liet weer een heel andere stijl horen, meer danceachtig, luchtig maar wel met vette moogbassen. Dat gaf een heel aardig resultaat met deze bezetting en houdt beslist een belofte in betreffende de muzikale ontwikkeling van Boost! Want dit trio zit meer in de buurt van bands als Orgelvreten en De Wolff dan van bijvoorbeeld The Preacher Men en Montis Goudsmit Directie. En zo was het een heel gevarieerd optreden van drie klasbakken, die ook heel veel plezier op het podium uitstraalden. Het publiek toonde haar waardering met de roep om meer. De toegift van Boost! was een fraaie Prince-cover Sometimes it snows in apri. Heel gepast en heel geraffineerd had Jerôme Hol hierin een passage van Jimi verstopt, 3rd Stone From The Sun (met dank aan bluesboy Peter).

Het was een fijn eerste concert, het bier smaakte goed en het was goed toeven in Jazz Club Nieuw & Diep in Theater De Kampanje.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans           

Recensie Jasper van ‘t Hof 1/4Tet

Zondag 2 februari 2020 I JazzCafé KeyKeg

Na het concert van het Broken Brass Ensemble op 29 december 2019 kon jazzgenootschap Nieuw & Diep terugkijken op een zeer geslaagde afsluiting van een prachtig tijdperk van jazzconcerten in Galerie Windkracht 13.

Nu, na het eerste concert in JazzCafé KeyKeg, een optreden van het Jasper van ’t Hof ¼ Tet voor ruim tachtig bezoekers, kunnen we constateren dat de opening van een nieuw muzikaal tijdperk ook dat predicaat verdient. Het was even wennen aan de akoestiek, het geluid, de nieuwe zaal, maar het voelde al snel vertrouwd. Ja, het geluid van een volledig uit versterkte band was harder, dan in WK 13 gebruikelijk bij dergelijke jazz kwartetten. Dat werd nog versterkt door het gebruik van samples en synthesizers, dat soms nogal schrille klanken opleverde.

Het concert werd geopend met een aanzwellende repeterende cadans van elektronische klanken, waarin steeds in intensiteit toenemende synthesizerakkoorden werden gemengd, uitmondend in een onrustige, hectische groepsimprovisatie, die direct de toon aangaf: dames en heren, het wordt geen gezapige zondagmiddag met een potje loungejazz op de achtergrond. Ongemakkelijke muziek, maar in het direct doorgespeelde tweede stuk Sister Joanna – een modaal werk met een thema van krachtig aangeslagen pianoakkoorden – brak al snel de zon door bij een heerlijk snelle hardbop swing. ‘

Bassist Stefan Lievestro joeg zijn kompanen op in een moordende drijfjacht, terwijl van ’t Hof met ogenschijnlijk satanisch genoegen zijn razendsnelle notenexercities afwisselde met dwarse meerklanken die met kracht uit het klavier van de Kawai-vleugel werden gehamerd. Poeh, zo was het wellicht aanwezige laatste restje pastoraal zondagochtend gevoel nu wel helemaal weg.

Na deze heftige opening greep Jasper van ’t Hof de microfoon om te vertellen over drummer Jamie Peet, die hem ’s ochtends om vier uur had gebeld vanuit Canada met de mededeling: ik kan niet op tijd komen! Hij zat vast in een sneeuwstorm. Paniek in huize van ’t Hof. Hoe vind je zo vroeg een geschikte vervanger? Jamie Peet vervangen is sowieso al geen sinecure, want dat is een slagwerker van de buitencategorie. Maar, wonderen bestaan en wel in de persoon van Ruud Voeste. Van ’t Hof had hem nog nooit gezien en verstond zijn naam ook nog verkeerd, maar het was werkelijk wonderbaarlijk hoe goed deze jonge drummer zich presenteerde. Alsof hij al jaren met deze groep speelt. En het betrof hier niet twee sets met overbekende Standards, maar allemaal origineel werk van van ’t Hof, dat niet bepaald makkelijk is te noemen.

Jasper vertelde dat dit zijn eerste optreden in Den Helder was, dat hij de onderzeeboot Tonijn bezocht had en ‘hij het Helderse publiek veelbelovend vond omdat het elders meestal na zo’n opening, snel de zaal verliet’. Hierna kondigde hij The Quiet American aan, gebaseerd op de roman van Graham Greene. Dit bleek een prachtige jazzwals te zijn, met fraai inleidende piano, waarop Dick de Graaf op zijn tenorsax kon excelleren met een prachtig opgebouwde lange solo.

Aha, toch weer een beetje zondagmorgen. Maar, daarna werd de sfeer weer totaal anders; draaiend aan allerlei knopjes liet van ‘t Hof zijn elektronica weer los op het publiek. Het leek wel een filmscore, maar dan van een horrorfilm. Geluiden uit het knekelkwartier, rammelende schedels, uit het niets opdoemende halfdoden……tergend langzaam belandden we vanuit dit spookhuis in een free jazz achtige collectieve uitspatting waarin zich lange, complexe, strak unisono gespeelde notenriffs openbaarden……

Wat is dit? Free jazz? Jazzrock on speed? Dit was echter geen ‘piep en knor’, maar meer ‘blieb en bloeb’. Jasper, spelend met een onstuitbare drive, steeds wisselend tussen vleugel en keyboard, opspringend, signalen gevend, kreten slakend – was helemaal in zijn element. Staande achter het elektronische keyboard, het notenblaadje met een hand vasthoudend, keek hij bij elke aanslag alsof hij die noten voor het eerst zag, met de verbaasde blik van: hè, heb ik dat geschreven? Soms deed hij me denken aan scenes uit de Klokkenluider van de Notre Dame, met zijn welig wapperende grijze haardos als een bezetene het klavier bewerkend. Het ging alle kanten op, swing, soundscape, wals, jazzrock. Vooral de passages met vette Rhodes-achtige klanken uit het keyboard riepen herinneringen op zijn jazzrockverleden van de jaren zeventig.

Het einde van de tweede set bracht weer de nodige rust met een prachtige ballad in een knap verschuivende vierkwartsmaat, waarbij de geweldige bassist Liefestro samen met zijn jonge ritmepartner een heerlijk luchtige, maar dwingende groove uitspreidden, waarop het heerlijk soleren was voor van ’t Hof, die het hele bereik van zijn klavier benutte en prachtige twinkelende arpeggio’s afwisselde met ronkende trillers in het laag.

Dick de Graaf speelde hierin een prachtige, kippenvel opwekkende solo op zijn tenorsax, zo mooi uitgebalanceerd, zo mooi van toon en opbouw, dat je hem zou willen inlijsten…De band sloot af met een heel fijne, feestelijke deun, die de het enthousiaste publiek in opperbeste stemming bracht en ja……er werd gedanst in het KeyKeg Jazz Café. Van ’t Hof en zijn partners in crime voelden het allemaal heel goed aan, stopten en lieten het applaus weldadig over zich heen komen, waarop ze weer olijk doorgingen tot het mooi was geweest. Mooi? Het was top!

Tekst Gerard Hoekmeijer     Foto’s Fred Geldermans     

Recensie Broken Brass Ensemble

Zondag 29 december 2019 I Windkracht 13

Broken Brass Ensemble
Broken Brass Ensemble

In een lekker volle Galerie Windkracht 13 sloot het 9-koppige Broken Brass Ensemble op zeer passende wijze een tijdperk af. Een periode van ruim 17 jaar met enorm veel muziek en andere podiumkunsten: rock, pop, folk, funk, soul, R&B, americana, cabaret en klassiek. En bovenal maar liefst 113 jazzconcerten, die in samenwerking met jazzgenootschap Nieuw & Diep plaats vonden. Els en Leo Ellen werden op bescheiden wijze geëerd en bedankt met een cadeaubon, heel toepasselijk voor het bezoeken van een podium. In een korte terugblik werd nog even met de nodige verbazing gememoreerd dat ‘dit kloppend hart van het Helderse culturele leven’, ondanks de bizarre tegenwerking van de Helderse gemeentebestuurders toch zo lang kon floreren. Het einde van iets moois zou aanleiding kunnen zijn voor het weg pinken van een traantje, maar daar was niet veel van te merken, want er hing een verwachtingsvolle sfeer in de zaal, er was meer behoefte aan een feestje.

Daar heb je dan met het jeugdige Broken Brass Ensemble de juiste band voor. Want vanaf de eerste maten was het ook feest! Het was vuurwerk, zoals vuurwerk altijd zou moeten zijn: hard, mooi en niet schadelijk voor de luchtwegen.

Voortgestuwd door de ritmesectie van Pieterklaas de Groot op drums, percussionist Reinaldo Gaia en sousafoonspeler Hendrik Baarda, leverde het zeskoppige blazerscollectief de ene snoeiharde en vlijmscherpe riff na de andere, waarbij de heren continue in beweging bleven en in wisselende setjes naar voren en naar achteren schoven.

We hebben het hier over de brassband cultuur, afkomstig uit New Orleans, waar tijdens Mardi Gras festivals de marching bands uit alle hoeken en gaten op straat hun muze eren. Aardig is dat, deze nu onder andere door Trombone Shorty uit The Big Easy zo populaire stroming, zo mooi aansluit op de traditionele fanfarecultuur in de Lage Landen. BBE komt voort uit de bloeiende fanfare scene in Friesland. Hopelijk wordt zo het bespelen van blaasinstrumenten weer hip onder de jongeren. Want hip en cool dat is dit BBE zeker. De band toert al jaren met groot succes door heel Europa en is met name in het Verenigd Koninkrijk zo populair, dat ze al een paar keer live door BBC Radio 6 zijn uitgezonden. De muziek van BBE is niet alleen feestelijk en dansbaar, maar bij kritische beluistering ook erg goed. De blazers, drie trombones, twee trompetten en een altsax (de sousafoon buiten beschouwing latende) spelen fraaie arrangementen in wisselende combinaties, waarbij het enige rietinstrument, de altsax – tevens het minst luide – soms heel mooi hier tussendoor klinkt. De heren spelen zonder bladmuziek en vandaag ook geheel akoestisch. De beheersing van de dynamiek is indrukwekkend.

Saxofonist en tevens spreekstalmeester Nik Feenstra – we kennen hem ook als lid van Kruidkoek – speelde een paar prachtige intro’s en een paar sterke, bloedstollende solo’s, waarbij hij tegen een aanzwellende kopermuur in het gillendste hoog triomfeerde.
De kracht van BBE zit hem in de kwaliteit van de arrangementen en de strakke uitvoering hiervan door de blazers, maar er was ook veel ruimte voor solo-escapades.

Trompettist Luc Hudepohl ontpopte zich in Sweet Candy als een zeer begenadigd rockzanger met een übercoole podiumuitstraling. De uit Brazilië afkomstige percussionist Reinaldo Gaia bleek over fijne raps te beschikken waarbij hij als een jong veulen over het podium huppelde. Het was allemaal heel aanstekelijk en het optreden verveelde geen moment.

De uit New Zeeland afkomstige trombonist Isaac McCluskey bleek aan het einde nog een ‘geheim wapen’ van de band: ook hij bleek een uitstekende vocalist te zijn, hetgeen de potentie van deze band alleen maar nog groter maakt.

Rots in de branding is sousafonist Hendrik Baarda, die exact de juiste attitude van de Mannen Van Het Laag heeft: onverstoorbaar op de achtergrond zijn baslijnen producerend met zijn imposante hoorn. Zijn instrument was als enige versterkt en hij triggerde er een kleine synthesizer mee om voldoende fundament te realiseren voor zijn hard blazende kompanen van het koper. Samen met de fantastisch trommelende de Groot en Gaia produceerde hij een keur aan fijne, funky grooves voor de dansvloer, die gaandeweg het optreden dan ook steeds voller werd.

Het ‘verplichte’ potje public participation bleek enige hilarische momenten op te leveren, toen de dansende meute vooraan van links naar rechts bewoog en daarbij een ‘dwaalgast’ dreigde op te slokken. Intussen stond heel Windkracht 13 te swingen en steeg de temperatuur tot tropische hoogten. Het enthousiaste publiek liet zich lekker gaan en het kostte nauwelijks moeite om een toegift af te dwingen, want de heren van het BBE hadden net zo veel plezier als zij. Een passender afscheid hadden Els en Leo zich niet kunnen wensen.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Fred Geldermans

Recensie BRUUT!

Zondagmiddag 21 december 2014; Windkracht 13

DSC_2428_lzn_eHet is met ruim honderd bezoekers gezellig druk in Windkracht 13, als om kwart over drie de mannen van Bruut! het “Kerstcafé” voor geopend verklaren. Met het swingende “Bounce” van hun eerste CD zetten zij direct de toon van deze middag. Heerlijk soepele grooves, fijn orgelspel en een bij vlagen magistrale sax brengen het publiek in de mood, in de juiste kerststemming. Want – het is al vaker geconstateerd – bij dit bandje is de toekomst van de jazz in goede handen. Bruut! weet als geen ander instrumentale muziek met veel gesoleer voor het voetlicht van een breed publiek te brengen. Van gelouterde jazzliefhebbers tot jeugdige hipsters, zij komen allemaal aan hun trekken bij de ‘souljazz 3.0’ van deze band. Souljazz, een stroming voortkomend uit de hardbop van eind jaren vijftig, vierde zijn hoogtijdagen in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw met sterren als Jimmy Smith, Lou Donaldson, Lonnie Smith, Grant Green en Jimmy McGriff. DSC_2500_lzn_eHierbij werd er weer meer teruggegrepen op de oude rhythm & blues en de gospel, de oerroots van de zwarte muziek. Het aardige van Bruut! is, dat ze hier een geheel eigen draai aan geven, waarbij ze het muzikale spectrum lekker ver hebben opgerekt met invloeden uit de surfrock van die tijd en latere iconen als Sly Stone en zelfs Led Zeppelin. Organist Folkert Oosterbeek vertelde mij voorafgaand aan het optreden, dat hij pas een paar jaar geleden was overgestapt van piano naar orgel en nog zich nog niet echt verdiept had in de hammondorgelgrootmeesters uit die tijd. Misschien moet hij dat ook helemaal niet doen, want hij heeft nu een heel eigen handschrift ontwikkeld op een toch behoorlijk ‘weerbarstig’ instrument. Hij speelt vaak korte atypische solo’s, die zijn voortdurende zoektocht op het instrument onderschrijven. Hij was ook helemaal in zijn sas met z’n ‘nieuwe’ ouwe 142 buizen Leslie, overgenomen van de toetsenist van Racoon, die een heerlijk donkerbruin vervormd geluid voortbracht. Spelplezier is ook een andere troef van dit gezelschap, dat duidelijk zichtbaar heerlijk ontspannen aan het musiceren is. Bassist Thomas Rolff en drummer Felix Schlarmann leggen ogenschijnlijk ‘uit de losse pols’ de meest dwingende en swingende grooves neer, die de voetjes onbewust doen bewegen en de vingers laat knippen. En elke keer is het weer genieten van het spel van saxofonist Maarten Hogenhuis, de ‘beste tenorsaxofonist op de altsax’, zoals hij stond aangekondigd. Hij bleek nu trouwens ook behoorlijk goed uit de weg te kunnen op de tenorsax, die hij in een paar nummers gebruikte. Hogenhuis is DSC_2604_lzn_eeen zeer veelzijdig solist, die prachtig verhalen kan vertellen, waarbij hij alle sonische uithoeken van de sax benut in soms lang uitgesponnen en complexe, maar virtuoze notenruches. Hij speelde nu geheel akoestisch, hetgeen heel moedig was, zeker in combinatie met het hammondorgel, dat toch wel eens graag luidruchtig wil zijn. Het was gewaagd en ook behoorlijk knap dat zij in de toch wat losse ambiance van dit drukke kerstcafé qua geluid overeind bleven en het samenspel onverminderd strak bleef. Toch was er één bezoeker nodig, die bij een heel ingetogen ballade van Bruut! zijn medepubliek op luide toon opriep om stil te zijn en ‘respect te tonen voor de musici’. Dank zij zijn interruptie ging een zeer fraaie ‘kippenvel oproepende’ solo van Hogenhuis niet verloren in het kerstgewoel. Dat is dan weer de keerzijde van de jazz van Bruut! Het is toch vooral muziek, die gemaakt lijkt te zijn voor kerk, kroeg, bar en bordeel. Voor extase, beleving, dans en samenzijn. Daar waar de jazz zijn oorsprong vond.

DSC_2494_lzn_eBruut! speelde louter eigen werk, dat overigens niet altijd even sterk is. Er werden aardig wat nummers van het volgend jaar te verschijnen derde album gespeeld, die zich overigens niet echt onderscheidden van het oudere werk. Prijsnummer is wat mij betreft nog steeds “Bumper” van hun eerste plaat, dat geen gek figuur slaat tussen classics als “All About My Girl” van Jimmy McGriff en “Organ Grinder Swing” van Jimmy Smith. Het enthousiaste publiek liet de jonge helden pas vertrekken na een uitgelaten vertolking van hun hit “Surf”. Dat het kerstdiner u goed moge smaken.

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie

Recensie Bruut! & The Jig

Bruut! vrijdagavond 20 juni 2014; rockcafé De Engel

The Jig; zaterdagavond 21 juni 2014; Windkracht 13

foto: The Jig

The Jig

Zal het Helderse jazzweekend – aflevering 2014 – te boek komen te staan als een keerpunt? Zou er toch weer meer behoefte aan kwaliteit en echte jazz ontstaan? Deze wellicht wat al te pretentieuze vragen worden mij ingegeven door het heugelijke feit, dat in café De Engel in de Koningstraat, toch vooral bekend van rockmuziek van de hardste soort, afgelopen vrijdag het jazzkwartet Bruut! aantrad. Deze jeugdige en onversaagde jazzcats kweten zich vrolijk zwetend van hun missionaire taak in een lekker druk etablissement, dat slechts op het ontbreken van de klassieke sigarettenrookgordijnen na, een perfecte bruine jazzkroeg in de roemruchte jaren vijftig had kunnen zijn.

foto: The Jig

The Jig

Het overwegend jeugdige publiek genoot zeer van hun verrichtingen en al spelende ontstond er een fijne sfeer en interactie tussen hen en de musici. Bruut! trad al eerder aan in Den Helder in 2012, onder auspiciën van jazzgenootschap Nieuw & Diep in Windkracht 13 en had onder de liefhebbers al een heel goede indruk achtergelaten. Thomas Rolff op de contrabas en Felix Schlarmann achter de kit legden kunnen swingen als de neten en leggen bij tijd en wijle behoorlijk geile grooves neer, waarbij je niet anders kunt doen dan vingerknippend mee te doen. Dat doet me altijd weer denken aan die prachtige scene van Jiskefet, waarbij Herman Koch en Kees Prins op een krakende doch onweerstaanbaar swingende beboptune in een über coole pose ‘meeknippen’, waarna Michiel Romeyn langzaam het beeld in schuift en al ‘snappend’ sigaretten uitdeelt en in de flow van vuur voorziet. Altsaxofonist Maarten Hogenhuis laat zich wederom kennen als een geweldige rietblazer, die soepel en verfijnd spelend virtuoze en soms complexe notenreeksen uit zijn hoorn blaast. Maar hij kan ook rauw schmieren en honken alsof hij een oude zwarte, door de R&B gepokmazelde tenorist is, die alle honky tonks in de VS heeft doorlopen. Top! Het geluid van Bruut! wordt natuurlijk in grote mate bepaald door het Hammond orgel van Folkert Oosterbeek. Hij laat zijn instrument zuigen en borrelen, grommen en gorgelen en is het moddervette bindmiddel van de band en speelt ondertussen – ogenschijnlijk los uit de pols – spannende solo’s. Oosterbeek behoort beslist tot de voorhoede van het hedendaagse jazzorgelgilde. Bruut! verrichtte vrijdag uitstekend zendingswerk voor de jazz!

foto: The Jig

The Jig

Dat kan ook gezegd worden van het optreden van de Amsterdamse funkboys, die onder de naam The Jig de podia onveilig maken. Minder jazz dan Bruut! weliswaar, maar met drie blazers en een funky ritmesectie werd het beloofde funkfeest in Windkracht 13 volledig waargemaakt. De galerie was bomvol en heet en het publiek gaf zich na een paar nummers al snel gewonnen. Na een half uurtje gaven een aantal dames zich al over en niet veel later stond heel WK 13 te dansen op zijn grondvesten. In de eerste set kwam er al een collectief hoogtepunt – voor de band en het publiek – toen de drie blazers zich al spelend onder het dansende publiek mengden. Met een mooie trompetsolo van Joep van Rhijn werd de spanningsboog heel geraffineerd weer teruggebracht, waarna na de pauze alle hekken van de dam gingen. The Jig is een hecht collectief, zonder echte uitschieters. Zoals het hoort wordt hun funk strak gespeeld met prominente rollen voor drummer Niels van Groningen, bassist Arry Niemantsverdriet en de kleine gitarist Martijn Smit. De bassist gaf af en toe wat lekkere ‘slappy’ solo’s en Smit bleek beslist een groot gitarist te zijn met heerlijk twinkelend funky akkoordjes en prima uitgesponnen solopartijen. Samen gaven zij heerlijk strakke unisono riffs ten beste, die ondersteund door messcherpe blazersintercepties de band ver boven de middelmaat uittilden. En ja, wat klink zo’n blazerssectie met tenorsax, barritonsax en trompet toch lekker vet.

foto: The Jig

The Jig

Het ronkende laag van de barriton van ex-Volkskrant jazzrecensent Koen Schouten knorde lekker in ons middenrif : bronstig, zo u wilt. Slechts eenmaal kreeg deze prachtige toeter een solospot, maar die werd dan ook zeer verdienstelijk benut door Schouten, die het hele geluidsspectrum van zijn instrument bestreek, van het dal met het sonore laag naar het meer knetterende midden tot in splijtende top. Ook bij The Jig vervult de toetsenman een rol als bind- en smeermiddel. Bas Grijmans speelt vooral dienend met enkele stijlvolle solistische bijdragen op zijn Hammond orgel. The Jig speelt vooral eigen composities, die op den duur wel wat eenvormig zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Want deze band speelt gewoon vrolijke muziek, met als hoogste doel: dansen. En dat doel werd bereikt. Nog nooit werd er zo massaal en overtuigend geswingd in Windkracht 13. En gezweten! “Sweat In The Buttcrack” zo zongen zij het feestende publiek olijk toe. En dat deden we………..geen bilnaad bleef droog in deze kortste nacht van het jaar.

Gerard Hoekmeijer