Recensie BRUUT!

Zondagmiddag 21 december 2014; Windkracht 13

DSC_2428_lzn_eHet is met ruim honderd bezoekers gezellig druk in Windkracht 13, als om kwart over drie de mannen van Bruut! het “Kerstcafé” voor geopend verklaren. Met het swingende “Bounce” van hun eerste CD zetten zij direct de toon van deze middag. Heerlijk soepele grooves, fijn orgelspel en een bij vlagen magistrale sax brengen het publiek in de mood, in de juiste kerststemming. Want – het is al vaker geconstateerd – bij dit bandje is de toekomst van de jazz in goede handen. Bruut! weet als geen ander instrumentale muziek met veel gesoleer voor het voetlicht van een breed publiek te brengen. Van gelouterde jazzliefhebbers tot jeugdige hipsters, zij komen allemaal aan hun trekken bij de ‘souljazz 3.0’ van deze band. Souljazz, een stroming voortkomend uit de hardbop van eind jaren vijftig, vierde zijn hoogtijdagen in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw met sterren als Jimmy Smith, Lou Donaldson, Lonnie Smith, Grant Green en Jimmy McGriff. DSC_2500_lzn_eHierbij werd er weer meer teruggegrepen op de oude rhythm & blues en de gospel, de oerroots van de zwarte muziek. Het aardige van Bruut! is, dat ze hier een geheel eigen draai aan geven, waarbij ze het muzikale spectrum lekker ver hebben opgerekt met invloeden uit de surfrock van die tijd en latere iconen als Sly Stone en zelfs Led Zeppelin. Organist Folkert Oosterbeek vertelde mij voorafgaand aan het optreden, dat hij pas een paar jaar geleden was overgestapt van piano naar orgel en nog zich nog niet echt verdiept had in de hammondorgelgrootmeesters uit die tijd. Misschien moet hij dat ook helemaal niet doen, want hij heeft nu een heel eigen handschrift ontwikkeld op een toch behoorlijk ‘weerbarstig’ instrument. Hij speelt vaak korte atypische solo’s, die zijn voortdurende zoektocht op het instrument onderschrijven. Hij was ook helemaal in zijn sas met z’n ‘nieuwe’ ouwe 142 buizen Leslie, overgenomen van de toetsenist van Racoon, die een heerlijk donkerbruin vervormd geluid voortbracht. Spelplezier is ook een andere troef van dit gezelschap, dat duidelijk zichtbaar heerlijk ontspannen aan het musiceren is. Bassist Thomas Rolff en drummer Felix Schlarmann leggen ogenschijnlijk ‘uit de losse pols’ de meest dwingende en swingende grooves neer, die de voetjes onbewust doen bewegen en de vingers laat knippen. En elke keer is het weer genieten van het spel van saxofonist Maarten Hogenhuis, de ‘beste tenorsaxofonist op de altsax’, zoals hij stond aangekondigd. Hij bleek nu trouwens ook behoorlijk goed uit de weg te kunnen op de tenorsax, die hij in een paar nummers gebruikte. Hogenhuis is DSC_2604_lzn_eeen zeer veelzijdig solist, die prachtig verhalen kan vertellen, waarbij hij alle sonische uithoeken van de sax benut in soms lang uitgesponnen en complexe, maar virtuoze notenruches. Hij speelde nu geheel akoestisch, hetgeen heel moedig was, zeker in combinatie met het hammondorgel, dat toch wel eens graag luidruchtig wil zijn. Het was gewaagd en ook behoorlijk knap dat zij in de toch wat losse ambiance van dit drukke kerstcafé qua geluid overeind bleven en het samenspel onverminderd strak bleef. Toch was er één bezoeker nodig, die bij een heel ingetogen ballade van Bruut! zijn medepubliek op luide toon opriep om stil te zijn en ‘respect te tonen voor de musici’. Dank zij zijn interruptie ging een zeer fraaie ‘kippenvel oproepende’ solo van Hogenhuis niet verloren in het kerstgewoel. Dat is dan weer de keerzijde van de jazz van Bruut! Het is toch vooral muziek, die gemaakt lijkt te zijn voor kerk, kroeg, bar en bordeel. Voor extase, beleving, dans en samenzijn. Daar waar de jazz zijn oorsprong vond.

DSC_2494_lzn_eBruut! speelde louter eigen werk, dat overigens niet altijd even sterk is. Er werden aardig wat nummers van het volgend jaar te verschijnen derde album gespeeld, die zich overigens niet echt onderscheidden van het oudere werk. Prijsnummer is wat mij betreft nog steeds “Bumper” van hun eerste plaat, dat geen gek figuur slaat tussen classics als “All About My Girl” van Jimmy McGriff en “Organ Grinder Swing” van Jimmy Smith. Het enthousiaste publiek liet de jonge helden pas vertrekken na een uitgelaten vertolking van hun hit “Surf”. Dat het kerstdiner u goed moge smaken.

Gerard Hoekmeijer

Hieronder nog meer foto’s van het concert. Fotografie: Studio Jowan Richie

Recensie Bruut! & The Jig

Bruut! vrijdagavond 20 juni 2014; rockcafé De Engel

The Jig; zaterdagavond 21 juni 2014; Windkracht 13

foto: The Jig

The Jig

Zal het Helderse jazzweekend – aflevering 2014 – te boek komen te staan als een keerpunt? Zou er toch weer meer behoefte aan kwaliteit en echte jazz ontstaan? Deze wellicht wat al te pretentieuze vragen worden mij ingegeven door het heugelijke feit, dat in café De Engel in de Koningstraat, toch vooral bekend van rockmuziek van de hardste soort, afgelopen vrijdag het jazzkwartet Bruut! aantrad. Deze jeugdige en onversaagde jazzcats kweten zich vrolijk zwetend van hun missionaire taak in een lekker druk etablissement, dat slechts op het ontbreken van de klassieke sigarettenrookgordijnen na, een perfecte bruine jazzkroeg in de roemruchte jaren vijftig had kunnen zijn.

foto: The Jig

The Jig

Het overwegend jeugdige publiek genoot zeer van hun verrichtingen en al spelende ontstond er een fijne sfeer en interactie tussen hen en de musici. Bruut! trad al eerder aan in Den Helder in 2012, onder auspiciën van jazzgenootschap Nieuw & Diep in Windkracht 13 en had onder de liefhebbers al een heel goede indruk achtergelaten. Thomas Rolff op de contrabas en Felix Schlarmann achter de kit legden kunnen swingen als de neten en leggen bij tijd en wijle behoorlijk geile grooves neer, waarbij je niet anders kunt doen dan vingerknippend mee te doen. Dat doet me altijd weer denken aan die prachtige scene van Jiskefet, waarbij Herman Koch en Kees Prins op een krakende doch onweerstaanbaar swingende beboptune in een über coole pose ‘meeknippen’, waarna Michiel Romeyn langzaam het beeld in schuift en al ‘snappend’ sigaretten uitdeelt en in de flow van vuur voorziet. Altsaxofonist Maarten Hogenhuis laat zich wederom kennen als een geweldige rietblazer, die soepel en verfijnd spelend virtuoze en soms complexe notenreeksen uit zijn hoorn blaast. Maar hij kan ook rauw schmieren en honken alsof hij een oude zwarte, door de R&B gepokmazelde tenorist is, die alle honky tonks in de VS heeft doorlopen. Top! Het geluid van Bruut! wordt natuurlijk in grote mate bepaald door het Hammond orgel van Folkert Oosterbeek. Hij laat zijn instrument zuigen en borrelen, grommen en gorgelen en is het moddervette bindmiddel van de band en speelt ondertussen – ogenschijnlijk los uit de pols – spannende solo’s. Oosterbeek behoort beslist tot de voorhoede van het hedendaagse jazzorgelgilde. Bruut! verrichtte vrijdag uitstekend zendingswerk voor de jazz!

foto: The Jig

The Jig

Dat kan ook gezegd worden van het optreden van de Amsterdamse funkboys, die onder de naam The Jig de podia onveilig maken. Minder jazz dan Bruut! weliswaar, maar met drie blazers en een funky ritmesectie werd het beloofde funkfeest in Windkracht 13 volledig waargemaakt. De galerie was bomvol en heet en het publiek gaf zich na een paar nummers al snel gewonnen. Na een half uurtje gaven een aantal dames zich al over en niet veel later stond heel WK 13 te dansen op zijn grondvesten. In de eerste set kwam er al een collectief hoogtepunt – voor de band en het publiek – toen de drie blazers zich al spelend onder het dansende publiek mengden. Met een mooie trompetsolo van Joep van Rhijn werd de spanningsboog heel geraffineerd weer teruggebracht, waarna na de pauze alle hekken van de dam gingen. The Jig is een hecht collectief, zonder echte uitschieters. Zoals het hoort wordt hun funk strak gespeeld met prominente rollen voor drummer Niels van Groningen, bassist Arry Niemantsverdriet en de kleine gitarist Martijn Smit. De bassist gaf af en toe wat lekkere ‘slappy’ solo’s en Smit bleek beslist een groot gitarist te zijn met heerlijk twinkelend funky akkoordjes en prima uitgesponnen solopartijen. Samen gaven zij heerlijk strakke unisono riffs ten beste, die ondersteund door messcherpe blazersintercepties de band ver boven de middelmaat uittilden. En ja, wat klink zo’n blazerssectie met tenorsax, barritonsax en trompet toch lekker vet.

foto: The Jig

The Jig

Het ronkende laag van de barriton van ex-Volkskrant jazzrecensent Koen Schouten knorde lekker in ons middenrif : bronstig, zo u wilt. Slechts eenmaal kreeg deze prachtige toeter een solospot, maar die werd dan ook zeer verdienstelijk benut door Schouten, die het hele geluidsspectrum van zijn instrument bestreek, van het dal met het sonore laag naar het meer knetterende midden tot in splijtende top. Ook bij The Jig vervult de toetsenman een rol als bind- en smeermiddel. Bas Grijmans speelt vooral dienend met enkele stijlvolle solistische bijdragen op zijn Hammond orgel. The Jig speelt vooral eigen composities, die op den duur wel wat eenvormig zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Want deze band speelt gewoon vrolijke muziek, met als hoogste doel: dansen. En dat doel werd bereikt. Nog nooit werd er zo massaal en overtuigend geswingd in Windkracht 13. En gezweten! “Sweat In The Buttcrack” zo zongen zij het feestende publiek olijk toe. En dat deden we………..geen bilnaad bleef droog in deze kortste nacht van het jaar.

Gerard Hoekmeijer

RECENSIE “RAMON VALLE TRIO”

Vrijdag 11 april 2014; Windkracht 13

Het was op een paar dagen na precies acht jaar geleden, dat de Cubaanse jazzpianist Ramón Valle en zijn trio voor het eerst in Den Helder optraden en het aanwezige publiek verwarmden met een geweldig concert. Toen kwam hij met de Amerikaanse drummer Owen Hart Jr., die hier al behoorlijke faam had verworven met het onvergetelijke Jarmo Hoogendijk/Ben van den Dungen Quintet. Hart droeg in niet geringe mate bij aan de spannende en dynamische muziek van het trio. Acht jaar later kon het ruim zestig koppen tellende publiek het trio zien en horen met haar nieuwe man achter de kit, een jonge Hollandse slungel ‘met hoog water’, luisterend naar de naam Jamie Peet. Na dik twee uur fascinerende, spannende en ontroerende muziek, liet dit nieuwe Ramón Valle Trio het publiek ademloos achter. Ik doe nooit aan ‘sterren uitdelen’, maar dit was zonder meer een ‘vijf sterren concert’!

Foto: Ramon Valle Trio

Ramon Valle Trio

En dit, terwijl de pianoliefhebbers onder Helderse publiek dit seizoen toch al aardig verwend waren met het spel van klavierleeuwen als Rob van Bavel(The Ghost The King & I) en Enrico Rodrigues(Benjamin Herman Quartet). Maar dit trio onder de bezielende leiding van de kleine aimabele man uit Havanna – pianist en componist Ramón Valle – overtrof vooralsnog alles en iedereen! Wat maakt dan het verschil? Het verschil tussen een gewoon goed optreden en dit? Urgentie! Elke noot, elke klap, elke stilte, alles was noodzakelijk, urgent. Dat maakt het verschil. Valle’s touché is krachtig, vloeiend, dynamisch, helder. Zijn spel kan het best omschreven worden in een beeldende kunstterm: ‘de klare lijn’. Zijn improvisaties zijn avontuurlijk en toch lijken de noten op een logische manier op hun plaats te vallen en altijd is er melodie.

Foto: Omar Rodrigues Calvo

Omar Rodrigues Calvo

Een belangrijke rol is er weggelegd voor bassist Omar Rodrigues Calvo, die al direct in het eerste stuk zijn troeven blootgaf met een imponerende solo: basnoten, die als zuilen uit de grond omhoog schoten, zingend tot in de nok van het bouwwerk. Ook in zijn ondersteunende rol fungeerden zijn robuuste basspel als solide onderlaag, waarop het fijn soleren is voor de anderen. In een pianotrio als dit is de bassist tevens de intermediair, de ‘verbindings officier’ tussen piano en slagwerk. Daar mag bij dit trio niet te licht over worden gedacht, want hoewel de muziek heel toegankelijk is, gebeurt er onder ‘het oppervlak’ van alles, dat muziek zo mooi kan maken. Complexe ritmes in vaak oneven maatsoorten. Er was een fantastische compositie in 7/4 maat met een sterk Latijns Amerikaanse rumba-achtige sfeer, door Valle neergezet met krachtige volle akkoorden, een volop stuwende contrabas en een tot grote hoogten opgejaagde Jamie Peet, die de uitdaging met graagte aannam en de muzikale degenstoten van Valle pareerde met geweldig geplaatste fills en breaks. Há! Deze Hollandse boy laat zich niet door deze Cuban Cabalero’s te grazen nemen. Valle liet zijn pianocharges gepaard gaan met Spaanse vreugdekreten, terwijl hij danste achter zijn klavier: het spelplezier spatte er van af!

Foto: Ramon Valle Trio

Ramon Valle Trio

Valle spreekt nog steeds gebrekkig Engels, hetgeen hij afwisselt met Spaans en nog gebrekkiger Nederlands, waardoor zijn aankondigingen wel aan charme winnen, maar meestal niet begrepen worden. Het zij hem vergeven, want zijn spel maakt alles duidelijk. Zo begreep ik dat hij eerst de muziek concipieert en daarna deze tracht te duiden om er daarna een titel aan te geven. Dat sloeg op zijn compositie “Levitando”, dat na een korte openingsschets op de piano een heerlijke groove opleverde, die steeds meer gloeide van intensiteit en uitmondde in een ingetogen solo piano intermezzo, waarin Valle met fraaie impressionistische vegen Windkracht 13 windstil kreeg en het publiek langzaam liet wegdoezelen……….tot de kleine maestro zich van boven zijn klavier oprichtte en Jamie Peet het signaal gaf voor actie: bang! Daarna volgde één van de vele hoogtepunten van de avond: in de hervatte groove van “Levitando”. Terwijl Valle en Calvo ‘bleven hangen’ in een steeds herhaald basisthema, gaven zij Jamie Peet de mogelijkheid te laten zien waartoe hij in staat is achter de kit. Een ongeëvenaarde drumpartij was het gevolg. Met Jamie Peet is een nieuwe drumheld opgestaan. Hou hem in de gaten! Naast de eigen composities kregen ook een paar covers een fraaie uitvoering: een prachtige versie van “All The Things You Are” en een ontroerend mooie uitvoering van Leonard Cohen’s “Hallelua”. Deze laatste song is met het oog op Pasen een mooie seculier alternatief voor de “Matthäus Passion” van J.S. Bach. Hilariteit was er bij de introductie van de ‘papagaai in de kippenren’ en in de zeer verdiende toegift “My Little Prince” een fenomenale bassolo van Calvo……

Dit was zo’n avond, die men niet gauw vergeet.

Gerard Hoekmeijer

RECENSIE “THE MORE SOCIALLY RELEVANT JAZZ MUSIC ENSEMBLE”

Zaterdag 29 maart 2014, Windkracht 13

foto; TMSRJME

TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

Nog voor je dertigste al een arrivé in de vaderlandse jazzwereld met een Edison op zak, leider van een ensemble en spelend in tal van nieuwe formaties. Gitarist Reinier Baas kan beslist worden beschouwd als de voorman van een nieuwe generatie jazzmusici. Gisteren stond hij al voor de derde keer op het Windkracht 13 podium, ditmaal met zijn ensemble van jonge raspaarden om het Helderse publiek te laten kennismaken met ‘jazz 3.0’, zoals iemand dat noemde. Nu hadden veel lokale jazzliefhebbers daar geen boodschap aan, want de opkomst was heel matig. Bovendien bleek bijna de helft van de kleine veertig bezoekers van ‘buiten’ te komen! Dat deze band nogal door de landelijke pers wordt bewierookt, maakt hier blijkbaar niet veel indruk.

foto: TMSRJME

TMSRJME | Foto: F. Geldermans

Is dit TMSRJME – ‘de toekomst van de jazz’- nu inderdaad het ‘spannendste jazzbandje’ van dit moment? Eigenzinnig is Reinier Baas beslist in zijn rol van componist van de meeste stukken, die ten gehore werden gebracht. Veelal beginnend met een ingetogen inleiding op de gitaar, waarin de structuur met veel mooi geplaatste akkoorden en arpeggio’s als het ware werd aangekondigd voor zijn medemuzikanten, waarvan bas en drums vaak met nogal hoekige invallen langzaam ‘into the groove’ kwamen. Grooves, want kenmerkend waren de vele wisselende ritmes en oneven maatsoorten. De beide rietblazers – Maarten Hogenhuis en Ben van Gelder, beide op altsax – speelden de korte chorussen, soms unisono, soms tweestemmig, die het publiek enig melodieus houvast boden. Want de composities van Reinier Baas zijn op zijn zachts gezegd tamelijk pittig qua structuur. Te ‘bedacht’, was één van mijn eerste gedachten. Te bedacht knap geconstrueerd: kijk mij eens geraffineerd spelen. Het moet gezegd, het was beslist knap wat hij en zijn band lieten horen. Vooral ook de bijdrage van het ritmetandem Mark Schilders(drums) en Sean Fasciani(contrabas) was hierin ijzersterk. Met grote precisie werden deze complexiteit vorm gegeven in meestal nogal stompende ritmiek. Geen vloeiende ‘walking bases’, maar meer een stuwend stuiteren. Een van de songs is dan ook getiteld “Stuiter”. Of wat dacht u van “Eyjafjallajökull”. Omen is nomen!

Foto: TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

TMSRJME | Foto: B. Aggenbach

Bijzonder is de rol van de twee altisten. Deze combinatie komt niet zo vaak voor, maar bood een mooie gelegenheid om beide blazers te vergelijken. Beiden worden beschouwd als grote beloften. Ben van Gelder bracht met mooie klare noten nogal lyrische solo’s, duidelijk zoekend naar schoonheid, terwijl Maarten Hogenhuis een meer avontuurlijk pad volgt, op zoek naar de donkerder krochten van de muzikale ziel. Zij toon is dan ook donkerder, met soms schrille uithalen. Een van de hoogtepunten was zijn geweldige solo in het afsluitende nieuwe stuk “Smooth Jazz Apocalypse”, waarbij hij duidelijk liet horen dat John Coltrane nooit ver weg is. Dit was trouwens een lekker stukje vuige garagerock – punk zo u wilt – met een passend modderig vette gitaarpartij van Baas, die de band opjoeg naar een – jawel – stuiterende finale. Opvallend trouwens dat de jonge bandleider beide sets zittend speelde, niet echt ‘rock ’n roll’, lijkt me. Maar zijn spel is zonder meer fraai; hij ontlokt uit zijn Gibson ES 175 gitaar een volle warme klank, met ronde noten. Zijn spel is zoals zijn composities zijn: eigenzinnig. Mooie vloeiende single string reeksen wisselt hij af met snelle akkoordenreeksen.

foto: TMSRJME | Foto: F. Geldermans

Reinier Baas | Foto: F. Geldermans

Qua stijl is hij moeilijk te plaatsen en dat is natuurlijk een compliment waard, al liet een bezoeker de naam van de Belgische gitarist Philip Catherine vallen, maar dan ‘meer elektrisch!’

Vrijwel alles werd zonder papier gespeeld, ook dat is een teken van klasse bij deze complexe muziek, die wel veel van de luisteraar vraagt, zonder deze ook daarvoor vaak te belonen. Maar soms zijn daar die momenten, waarvoor je naar een bandje gaat. Na een break, waarin de bas begint met een solo, die echter voor die ‘van de grond komt’ wordt overgenomen – of was het verstoord ? – door Reinier Baas, die al stemmend in tune komt, waarna Ben van Gelder met een omvloerste alt invalt…….. ha! Schoonheid! Was het ingestudeerd of was het gewoon gerommel? Wat zou het, dat was briljant!

Na een korte ingetogen toegift nam de band afscheid van het publiek, dat weer vroeg naar huis kon, want de sets waren korter dan de lange bandnaam zou kunnen doen vermoeden.

Gerard Hoekmeijer

RECENSIE “BENJAMIN HERMAN QUARTET”

Zaterdag 15 februari 2014; Windkracht 13

Foto: Benjamin Herman Quartet

Benjamin Herman Quartet
Foto: B. Aggenbach

Benjamin Herman is ongetwijfeld een van de meest succesvolle jazzartiesten van ons land. En waarschijnlijk ook de meest spelende muzikant van zijn generatie. Zijn energie lijkt onuitputtelijk en zijn gretigheid naar nieuwe projecten met steeds weer andere musici en zijn experimenteerdrift met verschillende muziekstijlen lijkt onbegrensd. Toegankelijke

foto: Benjamin Herman Quartet

Benjamin Herman Quartet
foto: B. Aggenbach

dansbare latinjazz? New Cool Collective bespeelt al meer dan twintig jaar met groot succes de grotere podia en is ook op popfestivals een reguliere verschijning. Hij speelde met popartiesten als Paul Weller, maar ook met de Britse pianolegende Stan Tracey, maakte een weerbarstig album onder de naam The Itch met gitarist Anton Goudsmit en slagwerker Han Bennink en betoonde zijn eer aan grootheden als Jaky Byard en Mischa Mengelberg. En dit is nog maar een kleine opsomming! Eerdere bezoeken aan de marinestad hadden bij mij een beetje een (voor)oordeel over hem gevormd van ‘een snelle jongen’, koel en berekenend. Misschien was daar het ‘etiket’ dat hij ooit kreeg van ‘best geklede mannelijke artiest van Nederland’ een beetje debet aan.

foto: Benjamin Herman

Benjamin Herman
Foto: F. Geldermans

Maar op deze winderige zaterdag avond in februari betoonde Herman zich een geanimeerde musicus, die op losse wijze contact zocht met het publiek in Windkracht 13, dat met zo’n tachtig bezoekers lekker gevuld was. Hij beleed als een volgzame leerling zijn bewondering voor zijn inspiratiebronnen, zoals de grote Amerikaanse tenorsaxofonist Ben Webster. Dat siert de mens en de liefhebber Herman, maar deze bescheidenheid was niet echt nodig, want vanaf de eerste maten liet hij horen, wat een geweldige saxofonist hij is. Alle registers van zijn altsax beheerst hij met een altijd heldere en krachtige toon in vloeiende lange notenreeksen, die als verfrissende stromen water langs de trommelvliezen spoelen. Soms warm en omfloerst, dan weer in felle schreeuwen een uitweg zoekend. Het eerste nummer had een fijne medium groove met een repeterend pianomotief, waarop het lekker los en ‘smooth’ soleren was. Hier viel al direct het spel van de in Den Haag residerende jonge Spaanse pianist Miguel Rodriguez op: met een licht touché en schijnbaar achteloos het klavier van de Bechstein vleugel beroerend, schilderde hij mooie klanktaferelen, virtuoos en heel fraai gedoseerd van opbouw.  In de fraaie ballad “Sweet And Lovely” was er subtiel samenspel en interactie van altsax en piano. Maar het was niet alleen de klasse van deze twee raspaarden, die dit concert tot zo’n hoog niveau bracht, maar zeker ook de ritmesectie van Ernst Glerum en Joost Patocka. Glerum bespeelde zijn ‘babybasje’ – een ondermaatse contrabas, waarvan er volgens eigen zeggen slechts twee van zijn in de wereld – zittend en schijnbaar onbewogen gebogen

foto: Benjamin Herman Quartet

Benjamin Herman Quartet
foto: F. Geldermans

over het instrument. Een heerlijk continu stuwend, romig ronkende basloop voortbrengend, waarop de anderen zich konden laven. Zijn solo’s zijn altijd bijzonder eigenzinnig en zijn gebruik van het dynamische bereik van zijn instrument is verbluffend. Opeens zet hij zijn solo voort in een fluisterzachte passage, waarbij het publiek meegetrokken wordt tot het werkelijk muisstil is in de zaal……. om te eindigen in absolute stilstand waarbij hij even guitig de zaal inkijkt, terwijl zijn kompaan Joost Patocka het stokje subtiel overneemt met zijn fluwelen bewerking van cimbalen en trommels om met een geweldige barrage met veel kracht en souplesse te eindigen. Benjamin Herman kijkt dan met het publiek bewonderend toe vanaf de zijlijn. Fantastisch!

Benjamin Herman Quartet

Benjamin Herman Quartet
foto: B. Aggenbach

Niet alleen bewijst hij eer aan zijn grote helden, maar Herman is ook niet te beroerd om opkomend talent te promoten, zoals hij deed door een compositie te spelen van collega altsaxofonist Maarten Hogenhuis  – ‘…kenen jullie die al, van Bruut!…. die moeten jullie echt gaan boeken hoor!…..’ Vanuit de zaal werd geroepen: ‘…die zijn hier al geweest..’ Heel goed. Er werd ook aanstekelijk geswingd met “Samba Zombie”, met werkelijk acrobatische altsaxtoeren en de bossa van “Una Mas” en zijn eigen compositie “Red Nose Distrikt”, dat een heerlijke archetypische bebopswing kent. Dan is de muziek heerlijk licht, opwekkend en met een eenvoudig toegankelijk thema, waarop sprankelend gesoleerd wordt . Daar wordt een mens vrolijk van.  “Summertime”, toch het meest ‘platgespeelde’ lied van Gershwin, kreeg een bijzonder fraaie, ingetogen en compacte uitvoering met een strijkende Glerum, die de zaal wederom stil kreeg met het intro en ook het coda verzorgde. Hoogtepunt was echter “You Must Believe In Spring”, in de bewerking van Bill Evans. Ooit werd deze ‘onzingbare’ compositie vertolkt door Tony Bennett, maar nu kreeg het een adembenemend mooie uitvoering van een geweldig spelend Benjamin Herman Quartet. Heel ‘Coltranesk’ trouwens, met  McCoy Tyner-achtige powerchords op de vleugel, rollende Elvin Jones fills en een hartverscheurende altsolo van Herman. Dit was absoluut top! Het dankbaar enthousiaste publiek smeekte nog om een toegift, een wens waaraan de band maar al te graag voldeed met een lekkere versie van de klassieke blueshit “See See Rider”. Ja, hier lust uw recensent wel pap van!

Gerard Hoekmeijer