Recensie Jazz at the Dockyard

29 mei 2022 – Theater De Kampanje

New Cool Collective
New Cool Collective

De dappere musici van de lokale bigband Frankie Goes To., die op de kade van Willemsoord Jazz At The Dockyard openden, trotseerden niet alleen een bijzonder koude lentewind, maar ook nog een regenbuitje. Dat deden zij met verve en de verwarmende koperklanken trokken al snel flink wat publiek dat de band beloonde met verdiend applaus. Dat ook de zon hierna af en toe doorbrak was uiteraard ook hun verdienste. Het was natuurlijk wel perfect weer voor een indoorfestival zoals dit.

Frankie goes to..
Op de kade Bigband Frankie goes to…

Jazz At The Dockyard, georganiseerd vanwege het 20-jarig bestaan van stichting Nieuw & Diep, was – dankzij een goed gevulde subsidie- en sponsorpot – voor het publiek gratis toegankelijk, mede in de hoop de mogelijke drempel voor jazzconcerten bij een groter publiek te slechten.

Exact op half twee ’s middags begonnen in de Kleine Zaal en de serre van Restaurant Stoom de eerste twee acts hun eerste set. Bij Stoom betrad niet de aangekondigde Dorona Alberti met Los Dos Baritonos de denkbeeldige planken, maar bespeelde Frits Landesbergen zijn ‘flessen’, zoals hij zijn vibrafoon liefdevol noemt. Hij was bereid gevonden om zangeres Dorona, die door haar twee blazers in de steek was gelaten, te vervangen. Landesbergen, die in het verleden heel vaak in Nieuwediep heeft gespeeld (café De Boei, ’t Gat van de Stier, de Citadel en Windkracht 13) had twee al even gelouterde musici meegenomen: Edwin Corzilius op contrabas, die jarenlang bij Toon Hermans speelde en Martien Oster op gitaar, die Den Helder voor het laatst aandeed als lid van de Original Grooves, begeleidingsband van de legendarische, vorig jaar overleden jazzorganist Dr. Lonnie Smith. Bij deze heren ben je aan het goeie adres voor heerlijke swing, soepel en schmalz gespeeld en geput uit het grote Amerikaanse liedboek.

Henry Hey's Waterfront
Henry Hey

In de Kleine Zaal was het echt een eerste kennismaking met de New Yorkse pianist Henry Hey, die samen met de Nederlandse bassist Mark Haanstra en drummer Mark Schenk het trio Henry Hey´s Waterfront vormen. Zij hadden elkaar ontmoet tijdens de realisatie van de Nederlandse uitvoering van David Bowie’s musical Lazarus, waarvan hij de arrangementen heeft geschreven. Hey bleek een fantastische pianist te zijn, die een subtiel touché combineert met een verfijnde techniek. Maar vooral zijn timing en dosering in de veelal poli-ritmische eigen composities waren adembenemend. Het samenspel van dit trio was werkelijk indrukwekkend. Prachtig waren de vloeiend en subtiel gespeelde overgangen naar weer andere maatsoorten en tempowisselingen, waarbij de heren voortdurend oogcontact hadden. Hey prees zijn ritmesectie terecht (The best I ever played with), want de beide Marken gaven Hey op fenomenale wijze partij. Henry Hey’s Waterfront oogstte na beide sets een staand ovationeel applaus van het publiek op de volgepakte tribune.

Ondertussen was de Stadshal lekker volgelopen met publiek en speelde New Cool Collective haar heerlijk weg swingende wereldmix van salsa tot boogaloo. Oprichter en bandleider Benjamin Herman had afgezegd omdat hij ergens over de grens een beter betaalde gig kon krijgen. Zo gaat dat soms in de jazz, maar netjes is het niet. Overigens maakte het niet veel uit, want hij mag dan niet, zoals Herman, de ‘best geklede jazzartiest’, zijn, Efraïm Trujillo bespeelt zijn saxen misschien wel beter! (Lekker puh, Ben). Overigens was er niets mis met de kleding van Trujillo, die Herman met gemak deed vergeten. Voor de rest was alles vanouds bij NCC. Chef machinekamer, drummer Joost Kroon hield de gang er strak in en samen met de twee percussionisten, Jos de Haas en Frank van Dok en bassist Leslie Lopez en gitarist Rory Ronde legde hij een heerlijk spetterende ondergrond neer, waarop Trujillo en trompettist/trombonist David Rockefeller hun chorussen en solo’s konden spelen. Willem Friede vulde het allemaal aan met fijne akkoorden op de Fender Rhodes en veel synthesizer solo’s. En het mag gezegd worden: het geluid was bij André Woestenburg en zijn mannen in goede handen; alles klonk als een klok, ook in de grote Stadshal.

In de Kleine Zaal kreeg het trio Montis Goudsmit & Directie al meteen het publiek mee in een dolle rit, waarbij drummer Cyril Directie de show stal met zijn clowneske presentatie. Ja, laat dat maar aan Cyril over, hij lult het publiek helemaal suf, onderwijl kick en high-hat bedienend. Terwijl het orgeltrio gewoon doorstoomt organiseert hij ook nog een kleine popquiz: wie schreef de hit Sunny? Nee, dus niet Boney M, beste Cyril, maar Bobbie H, Bobbie Hebb. Ken je klassieken. Het blijft natuurlijk een fijn stel met de heerlijke organist Frank Montis – let ook op z’n linkerhand: een fijne funky bas – en het tegendraadse gitaarspel van Anton Goudsmit. De Jimmy Smith klassieker Back At The Chickenshack was weer lekker vet en groovy en het publiek op de volle tribune smulde uit Cyril’s handen. Het aangekondigde nieuwe werk viel mij niet echt mee. Montis Goudsmit & Directie is in potentie een van de beste orgeltrio’s van ons land, maar een beetje minder lol van Cyril en wat meer aandacht en directie voor de muziek kan geen kwaad.


De Amsterdamse funkateers van The Jig bleven het vele publiek in de Stadshal goed bij de les te houden, want geswingd werd er nog steeds volop. Zij hadden de laatste jaren in Windkracht 13 natuurlijk een reputatie opgebouwd met hun volvette sound. Rond de strak pompende bas van Arry Niemantsverdriet en het stuwende drumwerk van Niels van Groningen klinken de chorussen van het koper lekker scherp. Het Funktijdperk met groten als Sly, James, Bootsy en George ligt natuurlijk al ver achter ons, maar het genre heeft nog veel liefhebbers, zo bleek ook gisteren weer in Den Helder. The Jig speelt overigens overal in de wereld, dus funk is nog steeds alive and kickin’. Helaas daalden de blazers deze keer niet af van het podium (was ook wel behoorlijk hoog) om samen met het publiek een New Orleans Street Parade uit te voeren, maar je kan niet alles hebben op zo’n dag.

In de tot de glazen nok gevulde serre van Stoom had het Rinus Groeneveld Kwartet een ook werkelijk stomende eerste set neergelegd, waarbij de temperatuur tot grote hoogten werd opgejaagd. Good Old Rinus, geen grammetje vet zit eraan en zijn kleren ogen allemaal een maatje te groot, maar wat een geluid komt er uit die hoorn van hem. Een echte Hoorn des Overvloeds. Coltrane, Rollins, Gordon, ze kwamen allemaal wel een keer langs en met wat een gemak speelt deze oude vos zijn improvisaties. En wat een lekker bandje had hij mee! Nou ja bandje mag ik niet zeggen eigenlijk, dit was een band met grote B. Een ritmesectie met Steve Altenberg(drums) en Cees van de Laarse (basgitaar), die kan swingen maar ook zo funky is als de neten. En pianist Cajan Witmer, die van elke solo een prachtig verhaal maakte op zijn heerlijk klinkende Fender Rhodes. Standards als Filthy McCarthy, maar ook Pull Up To The Bumper van Grace Jones werden vol verve en fris van de lever gespeeld, waarbij het spelplezier ervan afspatte. Prima bas- en drumsolo’s. Niks geen ‘ouwe meuk’, zoals sommige dit noemen, dit is jazz zoals jazz moet zijn: vitaal en uitdagend. Het publiek hield in de tweede set haar hart vast, als Rinus al spelend een stoel beklom, want niet alleen fantastisch blazen, maar ook nog show maken – laat dat maar aan hem over. Zelfs een Jimi Hendrix parodie – ook leuk met een tenorsax – of gillende hoge noten met losse handen minutenlang vol houden, Rinus Groeneveld draait er zijn hand niet voor om. Nu nog met je tanden en op je rug, dacht ik nog even. Maar even later werd ik alweer ingepakt door een ontroerend mooie solo van Cajan Witmer. Rinus nam die prachtig over op zijn houten dwarsfluit.

Met Henry Hey´s Waterfront vond ik dit Rinus Groeneveld Kwartet het hoogtepunt van dit geslaagde jubileum festival. Ook is de locatie Theater De Kampanje uiterst geschikt gebleken voor dit soort evenementen. Nieuw & Diep kan terugkijken op een zeer geslaagde 1e(?) editie van Jazz At The Dockyard.

Tekst Gerard Hoekmeijer / Foto’s Joop van de Water en Fred Geldermans