Recensie Kafka on the Shore

Ikarai x Sanne Rambags x V&J in Jazzclub Nieuw&Diep Den Helder

Zondag 27 juni 2021 I Ikarai x Sanne Rambags x V&J I 70 bezoekers

Na negen maanden muzikale onthouding was het eindelijk zover: een optreden van echte muzikanten, mensen van vlees en bloed, die echte instrumenten bespelen. Dat gevoel had uw recensent tenminste en waarschijnlijk ook het publiek dat aanwezig was. Niet een ‘overweldigende’ opkomst, want er konden met gemak nog mensen bij. Maar ja, het was een mooie zomerse zondagmiddag, wat ook heel bijzonder is in dit rare jaar. En Mathieu en Max beconcurreerden ons ook nog. Toch was het prima toeven in de grote ‘stadshal’, dat met kleine zitjes toch enige intimiteit wist te creëren.

En zo konden we getuige zijn van een ‘nieuwe vorm van concertbeleving’, zoals Ikarai dit in haar promotie voorstelt. Echt veel nieuws kon ik echter niet ontdekken, er bestaat immers al een heel oude traditie van muziektheater, van opera en operette, van music hall en musical, van cabaret, vaudeville en Brecht. Anno 2021 wordt er niet meer met gordijnen en decorstukken gewisseld, maar is er een VJ van dienst, die op het podium, staande achter een keukentafel met laptop zijn taken waarneemt. ‘Visualist’ Bas ten Berge kweet zich naar behoren van zijn taak en had een belangrijk aandeel in het theatrale aspect van deze voorstelling, die was geïnspireerd en gebaseerd op de roman Kafka On The Shore van de Japanse verteller Haruki Murakami. De teksten van deze voorstelling – het libretto zo u wilt – zijn van de hand van Frank Sierra.                                                      

Het stuk opende met morseseinen, voortgebracht op een ouderwetse typemachine, zo een waar je nog lekker hard op moest rammen! Op het grote beeldscherm boven het podium zagen we de Engelse tekst verschijnen, terwijl slagwerker Jeroen Batterink (mooie naam voor een drummer!) het morsige staccato ritme van de schrijver overnam. Contrabas en piano gingen mee en ook de strijkers vallen in. Steeds weer nieuwe tekstregels verschijnen en de musici laten zich hierdoor meeslepen in een behoorlijk abstracte, en op het eerste gehoor tamelijk vormeloze ouverture. Bassist en muzikaal leider Camiel Jansen vervolgt met een korte introductie van het verhaal, waaruit we kunnen opmaken dat het verhaal vooral draait om de verhouding van de protagonist tot zijn moeder en later steeds meer tot andere vrouwen in zijn leven, waarbij de vrouwelijke personages langzaam in elkaar overvloeien Althans dat maakte ik eruit op (Ik heb het boek niet gelezen, dat u het weet). Enfin, toch weer Freud en Oedipus, lijkt me. Jansen leidde hierna met zijn bas een volgende instrumentale passage in, die helaas ook melodiearm bleef en ook in ritmisch opzicht mij niet kon bekoren.

Hierna werd zangeres Sanne Rambags door de bandleider geïntroduceerd, hetgeen mij bij voorbaat een welkome aanwinst leek te zijn. Zij begon met het zingen van frasen tekst in het Engels, die overgingen in woordeloze klankreeksen, waarbij zij al meteen liet horen welke kwaliteiten haar zang heeft. Zij bleek over een prachtig heldere sopraan te beschikken, die tot in alle registers vast en zuiver bleek te zijn. Zij is meer dan een zangeres, een stemacrobate. Dat kwam vooral tot uiting in haar expressie van de vele behoorlijk krolse katers, die de verbeelding van Murakami vullen. Terwijl op het scherm boven haar vele katten uit de hemel vielen en weer opstegen, krolde en kroelde Rambags zich op indrukwekkende wijze omhoog, in onnavolgbare toonladders, die moeiteloos bestegen werden en afgedaald, uiteindelijk leidend tot een climax op duizelingwekkende hoogte, waarbij haar stem fraai ‘gedubbeld’ werd door de altviool van Yanna Pelser. Of het een hoge C was of een hoge E – ik beschik niet over een absoluut oor – laat ik in het midden, maar ze hield hem ijzingwekkend lang aan. Bijzonder ook dat het nergens schril klonk, zoals bij echte katten. Erg knap. Misschien had haar frisse duik in de Noordzee, bij het Huisduinerstrand die ochtend, daaraan bijgedragen? Dit was in mijn oren het hoogtepunt van de voorstelling. Ikarai varieerde nog als bassist Camiel Jansen zijn mandoline inzette bij een aantal stukken, waarbij in een 6/8 countryachtig walsje iets van een song het dichtst benaderd werd. Op een prima pianosolo van Julian Schneemann na, kregen ook de musici niet veel ruimte tot expressie, zodat het eventuele jazzgehalte van de voorstelling heel klein was. Wel is het altijd weer mooi als de strijkers – Tessel Hersbach op viool, Yanna Pelser (altviool) en Bence Huszar (cello) op sommige momenten overgaan tot pizzicato spel. Toch viel mij het muzikale deel mij tegen. Deze voorstelling moet het echt hebben van de bijdrage van Sanne Rambags en de visuals van Bas ten Berge, die ons overigens meer door donkere bossen en Kubricksiaanse zwarte gaten leidde, dan naar een strand, laat staan naar Kafka.


Terwijl uw recensent zich vandaag ontpopt als een ware zuurpruim, bleek het Helderse publiek Ikarai in het hart gesloten te hebben.             

Tekst Gerard Hoekmeijer